Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

woensdag 8 juni 2022

Wasknijpers - 10 concerten in 4 dagen

“Ooooh! Thee, heerlijk!”

Ik knipper met mijn ogen en weg zijn de 9 kopjes warme earl grey die ik naar buiten draag om uit te delen aan de orkestleden. Ik kan al op de drempel omdraaien en terug gaan voor de volgende lading. Er waren ijsjes geregeld, dat wist ik, maar aan de organisatie had ik gevraagd of die konden worden ingeruild voor kopjes thee. Na het eerste concert bij de Wildenborch in een grote open tent waren de
handen bevroren en de lijven verkleumd, Iets warms zou er wel ingaan dacht ik. In het kleine keukentje werd een waterkoker opgezet en snel werd er wat geregeld.

Ruim 40 kinderen en pubers (en ietsje ouder), innig dankbaar met een kopje thee om hun handen en hun lijf te warmen. Het is eigenlijk heel typerend hoe ik het hele weekend heb ervaren. 4 dagen op pad met deze heerlijke groep gezellige, muzikale, beleefde, hulpvaardige en humoristische jonge mensen. En ze kunnen nog plannen ook; elke ochtend zitten ze stipt op de afgesproken tijd in de bus om te vertrekken naar een locatie ergens in onze mooie provincie. Pubers die er totaal geen probleem van maken dat we niet naar het beoogde Frankijk gaan, maar overnachten in schamele hutjes in Vierhouten en met de bus, met onze ‘eigen’ vertrouwde buschauffeur Wim, de provinciegrenzen (bijna) niet over gaan. Het is geen straf, het is een cadeautje.

Het is nogal wat, 10 concerten in 4 dagen. We spelen in het AZC van Harderwijk, voor Oekraïense vluchtelingen in Harskamp, waar we dankbare knuffels ontvangen van het publiek, in een parkje en in en bij kastelen. Overal anders, overal leuk. Ik zeg dat zo, “we spelen” maar ik speel natuurlijk niet. Ik zet lessenaars neer, ik reik aan wat nodig is (“Yvonne, heb je nog wasknijpers?), maak foto’s en vooral, ik geniet. Samen met de andere begeleidende ouders geniet ik van de muziek, de kinderen, Petra, het publiek.

Bij het ene kasteel spelen we in de trouwzaal, bij het andere op een vlonder boven het water. Hier zijn de wasknijpers echt essentieel, voor je het weet ligt je muziek in de plomp. Ook op het bordes van Huis Verwolde zijn we blij dat we zoveel wasknijpers mee hebben, al is het daar niet helemaal afdoende. Een lessenaar waait om en dan vliegt er toch een boekje met een sierlijke boog over de rand de tuin in. De eigenaar speelt fanatiek uit zijn hoofd door tot hij het boekje weer op zijn lessenaar heeft staan. Geconcentreerd speelt hij verder uit zijn muziek, om even later met een grote grijns het applaus in ontvangst te nemen.

Het valt niet alleen ons op hoe leuk onze groep is. Ook de mevrouw die ons een rondleiding geeft door kasteel Doorwerth, een privérondleiding voor openingstijd, zegt dat ze nog nooit zo’n goed opgevoede en geïnteresseerde groep kinderen heeft meegemaakt. En dat ze nog nooit zoveel applaus op een dag heeft ontvangen, maar da’s geen wonder, ze geeft anders nooit rondleidingen.

Ook de avonden zijn heerlijk. Er wordt gezwommen, we maken een kampvuur, zingen en houden de eerste bonte avond in de geschiedenis van Arcato. Dat gaat dan ongeveer zo:

19.44: Het regent, laten we een bonte avond houden.

19.45: Jongens, over een half uur begint de bonte avond!

20.13: appje: bonte avond begint stipt 20.15!

20.26: appje: waar is de stipt?

20.30: avondvullend programma tot half 11. Met dans, zang (als je je instrument niet hebt, dan zing je gewoon A Hero’s journey met zijn zessen),  trompetspel, goocheltrucs en moppen. Hilariteit, ontroering, enthousiasme en gezelligheid. En chocola., veel chocola. En wie er ook op het podium staat, er is applaus en gejuich. Een traditie is geboren.

In de stromende regen pakken we de spullen uit de bus weer over in de auto’s die ons op komen halen. Afgepeigerd, op apegapen en gevloerd, maar intens dankbaar terugkijkend op een heerlijk  pinksterweekend. Mijn kinderen hebben mij al lang niet meer nodig op zo’n weekend. Maar zodra de data van volgend jaar bekend zijn hou ik ze vrij in mijn agenda. Want als het even kan zit ik dan weer voor in de bus, naast buschauffeur Wim, die ook een groot kruis in zijn agenda zet.


zondag 20 juni 2021

Ubi caritas et amor

 Kampereiland, Kerk

Wat gek is dit. Het klinkt net als anders. De stem is hetzelfde, de intonatie, precies zoals altijd. 

Kampereiland, Witte Brug

Ik verbaas me over hoe gewoon het voelt, in de bus op weg naar de koorrepetitie. De koorrepetitie van het koor waar ik al 33 jaar bij zing. En 5 dagen. Het is 33 jaar en 5 dagen na mijn eerste uitvoering met de Cantorij. Wij van de Cantorij deden mee aan een concours en we wonnen. En hoewel ik al wat langer mee repeteerde, is 15 juni mijn jubileumdag, samen met de koorvriendin die ons toen voor het eerst hoorde en die ook nog steeds meezingt.

Bunschotenlaan, u kunt hier uitstappen voor de Talmahof.

Het voelt zo gewoon. 2 uur heen, 2 uur terug met fiets, bus en trein, om 1,5 uur te zingen. Want dit koor, deze mensen, ze passen om me heen als de fijne jas die ik op een dag als vandaag in mijn rugzak laat zitten. Geen groep mensen waar ik me zo thuis voel als bij de Cantorij.

Diemenlaan, u kunt hier uitstappen voor de Diemenhof.

Zo gewoon, maar tegelijk… man, wat bijzonder is dit.  Sinds maart vorig jaar hebben we niet meer gezongen. Een jaar en ruim 3 maanden geen Tallis, geen Gjeilo, geen Whitacre, geen Bach, geen Sweelinck, geen Byrd. Geen sopranen, geen alten, geen tenoren, geen bassen, geen dirigente. Wat heb ik het gemist, wat heb ik hen gemist.. De wereld kwam tot stilstand met een doffe dreun. Geen contact, geen knuffels, geen volle klassen, niet reizen en zeker niet zingen. Ons jubileumconcert ging niet door en de vervangende datum ging ook geruisloos voorbij.

Bij het busstation stap ik uit. Ik word opgepikt door cantorijvrienden en samen gaan we naar het huis van de dirigente. Onder de grote magnolia midden in de heerlijke tuin zingen we een van onze favorieten, Lieve Magnolia. We hebben er een stuk of 60, favorieten, we hadden wel 3 jubileumconcerten vol kunnen zingen.

We zingen wat nieuwe stukjes, prima vista. “Een beetje koor zingt dit zo weg.” En we zingen wat oude bekenden die we bijna of helemaal uit ons hoofd kennen. We zijn niet een beetje koor, we zijn koor van onze kruin tot aan onze tenen, van binnen en buiten. Wat is het heerlijk om weer te zingen, samen, van nog een beetje voorzichtig met onze uitgedroogde stemmen de noten proeven tot voluit en heerlijk samen muziek maken.

Ubi caritas et amor, Deus ibi est.

Vriendschap en liefde in overvloed, en God stuurt vogels om met ons mee te zingen.

 

donderdag 6 mei 2021

De jeugd van tegenwoordig

"Hoe laat is het ontbijt?" 

Het ontbijt is om kwart voor 8, en dat is vroeg voor een puber in de vakantie. "Oké, ik zet mijn wekker op 20 voor 7!"  Om kwart voor 8 zit het hele stel aangekleed aan het ontbijt. Niet alleen de 4 meiden waar ik met nog een begeleider mijn kamer mee deel, waarover ze overigens niet hebben geklaagd. Ze hadden misschien best zonder volwassene op de kamer willen slapen, maar ja, de begeleidende ouders kun je ook moeilijk in de gang leggen. Alle 34 kinderen en jongeren, variërend van 7 tot 22 jaar, zitten om kwart voor 8 aan het ontbijt om op tijd op de fiets te zitten. Op tijd op de fiets om op tijd in de kerk te zijn, om op tijd te stemmen en op tijd te beginnen met repeteren. 

Ik ben op stap met de jeugd van tegenwoordig. Mijn jeugd van tegenwoordig is niet een stel respectloze vervuilende, brutale nietsnutten. Mijn jeugd van tegenwoordig bestaat uit de leden van de orkesten van mijn kinderen. Gemotiveerd, gedisciplineerd, humorvol, zorgzaam en respectvol. De leiding is in handen van mijn vriendin, die muziek belangrijk vindt, maar goed met elkaar omgaan nog veel belangrijker. Deze zienswijze mist zijn uitwerking niet.

Het zijn heerlijke dagen. Voor zowel de meeste kinderen als voor mij en de andere begeleidende ouders is het de eerste keer sinds lang dat we weer weggaan. Echt weg. Een paar dagen in een Stayokay aan de andere kant van het land, die vroeger, toen ik er als jeugd van een andere tegenwoordig sliep, nog jeugdherberg heette. Geen grote tournee naar het buitenland, geen festival met andere jeugdorkesten, maar gewoon naar een andere plek in het land om te repeteren. En om samen te zijn, lol te hebben, dat ook. We beseffen hoe bijzonder het is. 

Wij begeleidende ouders kijken elkaar soms even aan, vol verbazing over dit bijzondere stel gewone kinderen. We zien groot en klein door elkaar muziek maken, lol hebben en voor elkaar zorgen. 

We zien hoe een van de bemoeimeisjes (een eretitel binnen de orkesten) in de gaten houdt of een net beginnend cellistje de muziek bij kan benen. Haar stok verandert van cellostrijkstok in aanwijsstok en weer terug. Een ander bemoeimeisje duwt even tegen de elleboog van een uit de bocht gevlogen miniviolistje, zodat die weer de goede kant op strijkt. 

Pas-nieuw-celliste heeft haar moeder bij zich. Dat leek een veilig idee, want zo'n eerste keer is best spannend. We zien hoe Pas-nieuw-celliste zich ongekend zeker door de groep beweegt. Ze heeft haar moeder alleen nodig om gevonden schelpen aan te laten zien en verder met rode wangen en stralende ogen voorbij te lopen. 

We zien hoe wat oudere meiden voor het fietsen controleren of iedereen wel een fietsmaatje heeft. "Naast wie fiets jij?" Niemand fietst alleen, en al helemaal niet de kleintjes. 

We zien hoe Joehoe-hier-ben-ik-violist in de paar dagen weg verandert in Wow-ik-hoor-erbij-violist, en hoe Kat-uit-de-boom-violiste langzaam transformeert tot Rustig-midden-in-de-groep-violiste.


We zien hoe voor de heenweg de bus met slingers wordt versierd door 3 meiden omdat een van de anderen jarig is. Kun je best stoere prepuber zijn, maar slingers zijn altijd leuk. Daar willen we best extra vroeg voor opstaan.

We zien hoe in de pauze wordt gerelaxt, lekkers wordt gedeeld, schouders worden gemasseerd en door wordt gespeeld, op het eigen instrument of dat van een ander. Violiste-op-cello en celliste-op-viool, en violist-van-10 neemt de leiding. Gelijkwaardig en met respect en bewondering voor elkaar.

We zien op het strand hoe groot en klein samen pootje baadt, golven ontwijkt, een gooiding overgooit, uitwaait en vliegert, en hoe een groep grote meiden in een kringetje staat en een klein grietje naar binnen haalt om haar te beschermen tegen de felle wind. 

We zien hoe Lange-lummel-cellist even meeloopt met Kleine droomviolist, waarvan de benen elkaar nog niet zo goed kennen dat hij met de groep mee kan dansen zonder telkens om te kukelen. Even bijkomen, en dan: Kom, we gaan weer meedoen, in de wetenschap dat hij wel weer opgeraapt wordt als het nodig is.

En dan is het 4 mei. Samen lopen we naar het strand. Als het bijna 8 uur is gaan we in een grote kring staan. Een van de ouders is trompettist en heeft zijn trompet meegenomen. Over het strand klinken de heldere tonen van de taptoe. En dan horen we twee minuten lang alleen nog maar wind en golven. Daarna weer de trompet, en een gedicht, voorgelezen door een paar orkestleden. Indrukwekkend, onvergetelijk herdenken. 

De volgende ochtend hebben we nog het fotospel. In groepjes van 5 of 6 kinderen worden de verschillende opdrachten zo creatief mogelijk uitgevoerd: Ergens op, ergens onder, een selfie met een dier (en warempel: een oplettend groepje vindt een schildpad!), een poppetje van natuurvondsten, zoek de 5 verschillen... vol enthousiasme stort iedereen zich op het spel. Er valt niks te winnen, de beloning is een schatkist vol plezier.

De terugreis verloopt voorspoedig en iedereen wordt weer veilig bij zijn ouders afgeleverd door onze buschauffeur, die ons al een aantal jaren vakkundig rijdt. Ook voor hem is het weerzien een feest. "De volgende keer blijf ik weer overnachten hoor, nu heb ik jullie helemaal niet horen spelen!"

Wat ben ik dankbaar, intens dankbaar, dat mijn kinderen deel mogen uitmaken van deze groep, onder deze leiding. Dat ik er zelfs in mee mag delen, me er mee mag bemoeien, me er in mag onderdompelen. De jeugd van tegenwoordig, die gaat de wereld redden, met liefde, met respect, met motivatie, met plezier. 

En met muziek.


zaterdag 2 februari 2019

De beste dag in 5 jaar

"De beste dag in 5 jaar", zei hij.
Dat kan van alles zijn, de beste dag in 5 jaar van een jongvolwassene. De dag dat je hoorde dat je geslaagd was.... De dag dat je in een limousine of een trekker naar je eindexamengala werd gebracht...  De eerste keer dat je op vakantie ging met je vrienden en er achter kwam dat het heel anders kan dan kerkjes en musea bezoeken met je ouders.... De dag dat het meisje waar je al maanden heimelijk verliefd op was plotseling ook belangstelling voor jou bleek te hebben... De dag dat je op kamers ging, voor het eerst je eigen sleutel in je eigen slot stak.

"The best day in five years", had hij gezegd.
Een vrijdag was het, de dag waarop de orkesten van mijn kinderen repeteren, de ensembles van Stichting Arcato. En deze vrijdag stond hij daar, deze jonge violist, samen met een jonge cellist met een geleende cello.  Ze speelden al jaren, maar als je moet wegvluchten uit je land, neem je alleen het hoognodige mee. Een viool, dat kan nog, maar hoe belangrijk je cello ook voor je is, eh hoe verdrietig het ook is, dat is geen optie, die blijft achter.
Het was een grote verrassing toen er ineens iemand was met een cello die hij mocht lenen,  en die hen uitnodigden om mee te komen spelen.

 Ze speelden mee, de violist uit Syrie en de cellist uit Venezuela, werden deel van het ensemble, waren onderdeel van samen. Samen muziek maken. Samen lol maken. Samen overleggen. Elkaar helpen. En dat niet alleen, er werden lessen Nederlands georganiseerd, muzieklessen, nog meer samen zijn, schaatsen, dingen die vrienden samen doen. 
De week erop waren ze er weer, en daarna weer.

Ik zie het plezier, niet alleen bij deze jonge vluchtelingen, maar ook bij de ensembles. De jongeren van de ensembles kennen natuurlijk van de televisie het verhaal van de vluchtelingen uit Venezuela, uit Syrie, uit Iran.... De vreselijke verhalen van lange reizen, van niet weten waarheen, niet weten wanneer je weer veilig bent, van bootjes en tentenkampen. Van hier in Nederland zijn en nog steeds niet weten hoe lang het duurt voor je weer weg moet, van niet weten wanneer je weer naar huis kunt. Van misschien niet geloofd worden, van mensen die denken dat je gelukszoeker bent, nietsnut, lastpak, crimineel. Van landen die muren bouwen, tegenhouden, eruit smijten.
Opeens krijgen al deze jongeren er een verhaal bij. Een verhaal van iemand net als zij, die het goed had in het land waar hij woonde. Iemand die daar cello speelde, of viool, die ook houdt van samen muziek maken, net als zijzelf. Iemand die als hij had mogen kiezen veel liever was gebleven waar hij was, gewoon thuis, muziek maken, studeren, werken, met vrienden omgaan. Maar hij mocht niet kiezen. De keuze die hij had was geen keuze. Hij moest weg. Een veilig heenkomen zoeken.

De dag dat zij, en ook nog een jong meisje uit Iran, werden opgenomen in de ensembles van Stichting Arcato, en ook in het amateurorkest Coda, was de beste dag in jaren. Ze waren ineens weer de mensen die ze waren, met muzikaal talent, humor, met toegevoegde waarde.

En nu, nu willen we dit zo graag zo houden. We willen dat deze drie jonge mensen nog veel meer beste dagen krijgen, waarop ze samen mogen spelen, wederzijds plezier. De angst weg te moeten is er continu, elk moment te horen kunnen krijgen dat je hier niet mag blijven, dat je naar een andere plek moet, Ter Apel, Budel, ver weg van de ensembles, ver weg van de beste dagen.

We gunnen het ze zo dat ze hier in Zutphen mogen blijven! Daarom zijn we een petitie gestart waarin we het COA vragen om deze jonge muzikanten niet over te plaatsen naar een andere plek in Nederland, maar gewoon hier te laten blijven. Ze zijn van grote waarde en ze verdienen nog heel veel beste dagen.
Ik wil iedereen vragen deze petitie te tekenen.


HIER KUN JE DE PETITIE TEKENEN!


woensdag 3 oktober 2018

Een beetje jarig

Er zijn van die beslissingen die je neemt, en die verstrekkende gevolgen hebben. Levensveranderend kunnen ze zijn.
Een glaasje whisky aannemen bijvoorbeeld. Dat was met afstand de meest verstrekkende beslissing ooit. Zonder dat eerste glaasje whisky, in mei 1994, was ik nu niet al bijna 18 jaar getrouwd met de liefste en leukste man die ik me kan wensen.
Of je vakkenpakket, je studiekeuze, de keuze naar welke middelbare school je gaat... de keuzes waar onze kinderen midden in zitten. Leuke, maar behoorlijk omvattende keuzes zijn het. Want als je geen wiskunde B kiest, welke wegen sluit je dan af? En hoe definitief is dat? En wat als je uitgeloot wordt voor studie 1, wat is dan studie 2?

Vorig jaar nam ik ook zo'n beslissing. Ik besloot, na lang twijfelen, om op celloles te gaan. Vandaag precies een jaar geleden had ik mijn allereerste les. En dus ben ik, samen met de allerliefste cellojuf en innigste vriendin, vandaag een beetje jarig.
Een cello is een lekker instrument om mee te beginnen als je een beetje onzeker bent. Je kunt er achter wegkruipen tot je je stoer genoeg voelt om tevoorschijn te komen. En je kunt hem omarmen, koesteren. Een lief, warm, menselijk instrument,

Voor ik op les ging, had ik er geen idee van hoe groot deze beslissing eigenlijk was. Hoe bijzonder het is, om iets helemaal vanaf het begin te leren. Ja, tuurlijk, ik kon noten lezen, na jaren blokfluitles en nog veel meer jaren koorervaring. Maar een bassleutel maakt het dan ineens weer knap ingewikkeld. Waar de d zat, zit nu de f, en waar de f zat, zit nu de a. En waar bij een blokfluit de handen en vingers min of meer hetzelfde doen, doen nu beide handen iets volledig anders, en allebei verrekte moeilijk.

Alle vormen van mindset komen voorbij, na een jaar nog steeds. Van keihard vastgenagelde fixed mindset, dikke paniek bij iets nieuws, of nog erger, als iets na 2 of 3 of 4 keer oefenen niet lukt, en na heel veel vaker nog STEEDS niet. Via lachen om mijn eigen fouten, via vingers in de knoop, via links en rechts die niet tegelijk aangestuurd willen worden, via frustraties en niet opgeven, naar nog een keer proberen, eerst langzaam, eerst pizzicato, naar elke keer een stapje verder, naar vragen hoe ik iets moet oplossen, of aan de 'juf' of aan mijn zoon, mijn grote voorbeeld, naar een pokoneske groeimindset.

Na een jaar speel ik wat ik nooit verwacht had te kunnen spelen, en zeker niet al na een jaar. En na een jaar heb ik er een grote liefde bij, de liefde voor een heerlijk instrument, en voor het oefenen, onder de knie krijgen, steeds meer kunnen. Bijna elke dag komt 'ie uit zijn hoekje, speel ik even, of langer, of lang..... 4e positie, lage eerste vingers, hoge 4e vingers, ik kan het gewoon. Nog niet vlekkeloos, en niet altijd zuiver, maar ik kan het.

Nu nog vibrato. Want als ik samen met mijn zoon speel, dan kan hij dat al wel heel mooi...

donderdag 14 april 2016

64 Keer alleluia en 3 keer een 10

Eigenlijk was ik niet van plan deze column, die ik gisteravond schreef als opdracht voor mijn cursus Blogs en columns schrijven, hier ook te plaatsen. Maar ik kreeg vandaag de beoordeling, en het is mijn eerste 10. Toch leuk. Het is overigens de derde 10 die ik voor het stuk Alleluia krijg. Als koor kregen we een 10 voor de uitvoering op het concours in 1988. En ik kreeg een 10 voor de muziektoets die ik niet maakte. Ik had mij ziek gemeld op school omdat ik mijn stem een beetje kwijt was de dag voor het concours en de dag zelf. Mijn muziekleraar was de broer van onze dirigente en ook hij was op het concours aanwezig met een koor. Hij vond het zingen een 10 waard en ik hoefde de toets niet in te halen. En nu dit....

Alleluia op m'n 15e


“Dag Yvonne, met Co Jongsma, je kent me misschien nog wel van de Kindercantorij.” Uhm… ja, natuurlijk kende ik haar nog. De dirigente van het kinderkoor waar ik een paar jaar had gezongen. Toen zij stopte en er een andere dirigent kwam, was de lol eraf. Ik hield het, net als steeds meer anderen, al snel voor gezien. Niet veel later waren er nog 5 leden over en werd het hele koortje opgedoekt.
En nu had ik, 15 jaar oud inmiddels, de dirigente van dat kinderkoor aan de telefoon. Ze vertelde me dat ze nog steeds de Jongerencantorij leidde, een koor waar ik als lid van de Kindercantorij alleen maar in stille adoratie naar kon opkijken en luisteren, en dat ze op zoek waren naar een alt. Ze herinnerde zich mijn lage stem, en vroeg of ik zin had om eens mee te komen repeteren. Hoewel ik bijna niet durfde, zei ik ja.
De eerste repetities wist ik niet wat me overkwam. We zongen 4-stemmig, 5, 6, 7 en 8-stemmig soms. Wat was dit mooi, om deel te zijn van wat me vroeger zo geweldig leek! Niet lang nadat ik begon, gingen we repeteren voor het regionale concours. Twee stukken zouden we zingen: Tristis est anima mea van Kuhnau was het verplichte stuk voor onze afdeling, en Alleluia, van de Amerikaanse componist Randall Thompson was ons vrije werk. De tekst was niet indrukwekkend: 64 keer alleluia zongen wij alten. De muziek maakte het stuk tot wat het was. Het begon zo zacht als ik nog nooit had gezongen. Langzaam, langzaam bouwde het op. Met iedere zin werd het volume hoger, de spanning groter. In golven ging de melodie op en neer, soms in warme harmonie, soms in doordringende dissonanten, van mild geruststellend tot opzwepend en onheilspellend, om aan het eind weer tot rust te komen in zachte, langzame laagte.
Op het concours zongen we zoals we nog nooit gezongen hadden. We hadden het hoogste aantal punten dat er ooit gegeven was, kregen niet alleen de afdelingsbeker, maar ook de wisselbeker voor het hele concours en lieten die niet door een afgevaardigde op het podium ophalen, zoals de andere koren dat deden, maar haalden hem juichend met zijn allen binnen, alsof we een voetbalelftal waren dat de wereldbeker had gewonnen.
28 Jaar na het telefoontje van Co zit ik nog op hetzelfde koor, dat allang geen Jongerencantorij meer heet, maar met ons is meegegroeid naar Cantorij. Af en toe zingen we Alleluia nog, en nog altijd laat ik me meeslepen en tot rust brengen. Nog altijd herken ik het beginakkoord, weet ik tussen al die alleluia’s waar het forte wordt en waar piano, en waar fortissimo of pianississimo.

Als ik het stuk nu voor het eerst zou zingen, zou ik niet eens weten of ik het echt mooi zou vinden. Het is wel erg Amerikaans, erg overdreven emotioneel geschreven. Maar het stuk is in mijn ziel gaan zitten, en daar gaat het niet meer weg. Als ik bejaard ben, en ik hoor het beginakkoord, dan weet ik nog steeds de fis eruit te pikken en mijn partij krakerig mee te zingen.

donderdag 31 maart 2016

Wat je aandacht schenkt, groeit

En dat geldt niet alleen voor de muziek, liefde voor de cello, of voor Bach. Dat geldt voor mijn hele kind. Mijn zoon groeit van zijn cellolessen en van de aandacht van zijn cellodocente. Van niet zomaar tevreden, maar plezier in het nog beter maken van wat al goed is. Van, ook al was het vals, een compliment voor de concentratie. Van "He, hoor je wat er gebeurde? Hoe kun je dat oplossen?" Van mogen zijn wie je bent en daarin verder mogen groeien.
En van serieus werken, en plezier, en liefde. 
Als ieder kind nou eens zo iemand zou hebben....



zondag 27 maart 2016

Soms heb je echt moed nodig - als drempels muren lijken

Het was een mooie avond vrijdagavond. Ik geniet altijd van de vioolvoorspeelavond. Twee van de leerlingen zijn mijn dochters. Jongste was deze keer reuzetrots, want ze mocht "in het derde blok". De avond is ingedeeld in 3 blokken, wat ook wel nodig is, gezien het feit dat het van half 5 tot tegen 9 uur duurt. Globaal begint het met de jongste kinderen en zitten de oudste en meest gevorderde leerlingen in het laatste blok, hoewel daar naar hartenlust in geschoven wordt. Iemand die 's avonds nog een andere activiteit heeft, kan gerust in het eerste blok spelen. en iemand die graag wil dat er publiek uit de andere kant van het land kan komen, mag later op de avond. Dat is leuk, want zo horen de beginners toch ook heel regelmatig waar ze naartoe werken, en kunnen de verstgevorderde leerlingen weer even vertederd zien waar ze vandaan komen. Er ontstaat bovendien een band tussen de leerlingen, die elkaar ook weer tegenkomen op de ensembles, waar hechte vriendschappen ontstaan.
Deze keer deden niet alleen beide dochters mee, maar ook mijn zoon. Hij speelt cello, en is normaal publiek op deze avonden. Maar vorige week kwam de vraag of hij in een orkestje wilde plaatsnemen dat het altvioolconcert van Telemann zou begeleiden. Dat wat voor het eerst, dat hij daarvoor gevraagd werd. Hij vond het wel erg leuk en zei ja. Een week van tevoren kreeg hij de muziek, die hij deels al kende. Op vrijdagochtend om 10 uur zou er samen geoefend worden. Op vrijdagochtend om half 10 had ik een huilende zoon met ineens opkomende erge hoofdpijn. Ik vermoedde wel dat die hoofdpijn en Telemann iets met elkaar te maken hadden. Dat werd al snel bevestigd door zoon, die zijn eigen patroon gelukkig ook begint te herkennen. Stress = paniek en hoofdpijn. Het liefst zou hij wegrennen op zo'n moment. Ik begrijp dat. Ik heb nog steeds mijn vlucht- en wegkruipmomenten. Soms kun je daaraan toegeven. Soms kan het niet. En soms kan het wel, maar doe je het toch niet. Dat zijn de momenten van moed. Hij had, zelfs op dit moment nog, af kunnen zeggen. Er was een reservecelliste die dit zo van hem over kon nemen. Dat wist hij ook,
En toch... hij deed het niet. Daar was pedagogisch tact van mij en heel veel moed van hem voor nodig. Drempels lijken soms muren. Maar als je eroverheen bent, kom je in een nieuwe ruimte en krijg je meer ruimte. Hoe mooi is het, als je jezelf die ruimte kunt geven? Het leven blijkt leuker te zijn als je dingen doet die je eigenlijk heel eng en moeilijk vindt, maar wel graag wil, toch doet.
Hij had het nodig dat ik mee ging naar de repetitie. Dat was fijn, want ik kon de viooljuf even inseinen dat er ook van haar misschien wat pedagogisch tact gewenst was, wat ze feilloos opving en toepaste.
Vanuit de keuken zag ik hem groeien. En weer wat krimpen op het moment van het lastige deel waarover hij onzeker was, en weer groeien toen hij te horen kreeg dat hij de lastigste stukjes best mocht overslaan en dat hij het hartstikke goed deed. Het maakte uit voor hem dat hij wist dat de reservecelliste, die er nu niet was, vanavond met hem mee zou spelen.

's Avonds zat ik trotse moeder te wezen. Trots op mijn  jongste en oudste dochter, die allebei prachtig speelden, maar vooral ook ongelooflijk trots op mijn zoon, die niet alleen prachtig speelde, maar die een drempel nam die om half 10 's ochtends nog een onneembare muur leek.

maandag 16 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (VI - slot)

Het slot van het verhaal over de muziek. Over samen muziek maken en vriendschap. En over muziekdocenten die kinderen tot hun recht laten komen.

Samen muziek maken

Wie geluk heeft, krijgt de kans om samen met anderen muziek te maken. Ook daarbij komen heel veel vaardigheden en leerpunten kijken. Het oefenen krijgt een extra dimensie, want er zit een verantwoordelijkheid aan vast. Als jij niet oefent, heeft dat niet alleen invloed op je eigen spel, maar ook op dat van anderen. Wanneer een persoon verkeerd speelt, klinkt het hele ensemble fout.
Samen muziek maken is een intensieve vorm van samenwerking. Je moet op elkaar letten, naar elkaar kijken en luisteren, het tempo en de dynamiek op elkaar afstemmen. Je moet rekening houden met elkaar en elkaars sterke en zwakke kanten accepteren (moet de een het tempo iets terugnemen omdat de ander het net niet zo snel kan, of moet de ander nog meer oefenen om het tempo bij te kunnen benen?), samen tijd maken om te oefenen.

In een orkest kunnen verlegen kinderen de kans krijgen om leiding te geven of een solo te spelen, en moeten haantjes de voorste soms genoegen nemen met een tweede of derde partij.
In een kleiner verband, zoals een kwartet, leren kinderen dat elke partij belangrijk is. Laat je een partij weg, dan klopt het stuk niet meer. De eerste viool speelt eerste viool, maar is nergens zonder de anderen.

Zelfvertrouwen, uitlaatklep, geluk en plezier

Opvallend vaak kreeg ik te horen hoe belangrijk de muziek voor kinderen was. Ze krijgen er zelfvertrouwen door, durven meer. Een verlegen, teruggetrokken kind kan schitteren op het podium en iedereen versteld doen staan, inclusief zichzelf.
Sommige kinderen komen hevig gefrustreerd uit school na een dag te makkelijk werk en aanpassen aan het gemiddelde, en kunnen zich dan helemaal verliezen in een razend moeilijk pianostuk. Emoties kunnen hun weg naar buiten vinden door de muziek
En bovenal: heel veel plezier en geluk. Muziek maken maakt gelukkig en samen muziek maken is heerlijk. Er ontstaan vriendschappen tussen gelijkgestemden die veel intenser kunnen zijn dan de vriendschappen op school.

Wat is er nodig?

Toch gebeurt het ook regelmatig dat hoogbegaafde kinderen beginnen met muziekles, maar afhaken. Kennelijk is er iets speciaals nodig. Heel veel ouders gaven aan dat privéles essentieel was voor hun kind, en van een docent die oog heeft voor de leerling. Iemand die van de lesmethodes af durft te stappen, of daar versneld doorheen durft te gaan. Aandacht voor de inbreng en de wensen van het kind (sommige kinderen krijgen de mogelijkheid om zelf stukken aan te dragen, of worden gestimuleerd zelf te componeren).
Het is belangrijk dat de docent niet alleen feedback geeft op het product, het uitgevoerde muziekstuk, maar vooral ook procesgerichte feedback geeft. Opmerkingen als “ik kan horen dat je deze week erg je best hebt gedaan op die moeilijke ritmes, die gaan veel beter dan de vorige keer. Nu moeten we nog aan de zuiverheid werken.” geven het kind een goed gevoel over wat het gedaan heeft, maar ook iets om naar toe te werken.

Verder is het belangrijk dat de docent hoge verwachtingen heeft van de leerling en eisen durft te stellen. Veel nadruk op zuiverheid, techniek, precisie. Hoogbegaafde kinderen komen op school vaak weg met werk dat goed genoeg is, maar niet zo goed als ze zouden kunnen. Een 6 is voldoende. Een muziekdocent die hier oog voor heeft, kan een kind stimuleren het beste in zichzelf naar voren te halen, te gaan voor een 9 of 10. Daarbij is de toon belangrijk. Cynisme werkt niet, liefde voor kinderen en muziek en lesgeven met passie wel. Een docent die de liefde en passie over kan brengen, geeft een hoogbegaafd kind niet alleen een hobby voor het leven, maar ook een mogelijkheid tot het ontwikkelen van vaardigheden waar het de rest van zijn leven plezier van heeft.


zondag 15 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (V)

Deel 5 van mijn stuk over de meerwaarde van muziekonderwijs. Over 7 uitdagingen en over wat kinderen nou eigenlijk leren van muziek maken dat ze niet altijd op school leren.

De 7 Uitdagingen

Tijl Koenderink schrijft in zijn boek over de 7 uitdagingen in het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen over 7 punten die om eerder genoemde en andere redenen juist bij hoogbegaafde kinderen vaak een probleem blijken te zijn, of beter gezegd, voor de school een uitdaging. Een aantal van deze uitdagingen hangt nauw samen met de executieve functies.

De 7 uitdagingen zijn:

-          Overtuigingen (bv: als ik iets meteen kan, ben ik slim)
-          Geheugen (hoogbegaafde kinderen leren makkelijker met behulp van begrip en door het leggen van verbanden dan door dingen simpelweg uit het hoofd te leren)
-          Motivatie
-          Frustratietolerantie (als je nooit tegen je grenzen aanloopt, leer je niet met frustratie om te gaan. Gevolg: paniek of ontwijkgedrag als iets moeilijk blijkt te zijn)
-          Samenwerken (het resultaat van samenwerken is nooit zo goed als wanneer je het alleen doet. Je weet dat jij het beter weet, dan is het heel lastig om de inbreng van anderen te waarderen)
-          Zelfstandig werken - faalangst kan parten spelen, een smalle band van uitdaging (te makkelijk is saai, te moeilijk is stom, samenhangend met de frustratietolerantie van hierboven), doorzettingsvermogen, maar ook aangeleerde hulpeloosheid door het “prins(es) van het universumsyndroom”
-          Hiaten

Juist deze kinderen, die in potentie zo veel in hun mars hebben, lopen het risico op problemen hiermee, wat serieuze gevolgen kan hebben, ook in hun latere leven.
En juist voor deze kinderen is muziek een geweldige manier om deze vaardigheden toch te ontwikkelen en om de prefrontale cortex een kans te geven om te groeien.
Bij navraag bij ouders van hoogbegaafde kinderen over wat hun kinderen leren van muziekles en niet van school, kreeg ik een lijst met vaardigheden die veel langer was dan ik zelf verwacht had. Een aantal van de antwoorden:


Oefenen, doorzetten en een growth mindset

Wie op muziekles zit, moet oefenen. Liefst elke dag, zeker een paar keer per week. En wie niet oefent, valt door de mand, zeker bij privéles. Wie wel oefent, merkt dat het steeds beter gaat. Daardoor neemt de motivatie om verder te oefenen toe en kan een kind een growth mindset ontwikkelen.
Meer dan op school krijgen muziekleerlingen bovendien uitleg over hoe ze moeten oefenen. Begin je vooraan of achteraan? Begin je eerst met de moeilijke stukjes of juist de makkelijke? Langzaam spelen lijkt saai, maar als de snelle loopjes die niet lukken wel gaan als je rustig begint en je het tempo dan langzaam opvoert, dan gaan ze na een poosje als een trein. En als toonladders verband houden met het mooie voorspeelstuk, dan ben je eerder bereid om ze ook echt te oefenen. Dit geldt zeker voor hoogbegaafde leerlingen, die tenslotte graag leren door verbanden te zien en die willen weten waarom ze iets moeten doen.
Dat betekent niet dat dit altijd vlekkeloos verloopt. Er vliegt regelmatig muziek door de kamer, er wordt heel wat afgestampt en veel kinderen hebben wel eens een periode dat ze geen zin hebben om te oefenen. Een uitdagend stuk kan zo uitdagend zijn dan grenzen bereikt en overschreden worden. Wanneer het kinderen, met behulp van hun docent en ouders, lukt om dan door te zetten, dan heeft het iets wezenlijks geleerd: omgaan met frustraties.

Precies zijn en kritiek ontvangen

Onnauwkeurigheid valt op in de muziek. Kom je op school wel weg met een slordig handschrift en een “ongeveer goed” antwoord, in de muziek is een g een g en geen gis, en zeker geen a. En in het geval van bijvoorbeeld zang of een strijkinstrument is zelfs “ongeveer een g” echt fout.
Dat hoor je, dat hoort je docent en bij een uitvoering hoort het publiek het ook. Wanneer de docent daar kritisch op is, kan dat behoorlijk frustrerend zijn, maar ook heel leerzaam. En hoe kritischer je op je eigen werk bent, hoe mooier het resultaat wordt en hoe meer plezier je hebt bij het uitvoeren. Wat ook genoemd werd: fouten liggen aan jezelf. Je kunt niemand de schuld geven als je er een potje van maakt. Maar als het wel lukt, als je prachtig speelt, dan heb je het applaus ook aan jezelf te danken!
Daar staat tegenover dat je niet per se zeer muzikaal hoeft te zijn om plezier te hebben aan het maken van muziek. Cognitief talent houdt niet per definitie verband met muzikaal talent, en goed zijn, of zelfs de beste zijn, is geen voorwaarde voor genieten. Ook dat is een leerpunt: Je hoeft niet overal de beste in te zijn.


Doelen stellen, plannen en prioriteiten

Muziekles nodigt uit tot het stellen van doelen. Elke keer een nieuw stuk dat je wilt gaan beheersen is elke keer een nieuw doel. Hoe verder je komt, hoe ambitieuzer het doel wordt. In het begin speel je kleine liedjes, elke week een paar nieuwe, maar als je na een paar jaar een stuk van meerdere bladzijden moet spelen (en misschien zelfs uit je hoofd), dan is het wel nodig om een planning te maken en je daaraan te houden. Zo’n planning gaat een stuk verder dan het leren voor de topotoets van volgende week, en ook dan de spreekbeurt die je op school moet houden.

Als je een stuk van meerdere bladzijden uit je hoofd moet leren, dan is een goede planning wel nodig
Bovendien: wanneer je spreekbeurt gedaan is, ben je klaar. Je hebt een cijfer gekregen, en de volgende spreekbeurt is volgend jaar pas, met een nieuw onderwerp, en volgens hetzelfde principe. Heb je je muziekstuk uitgevoerd, dan volgt er direct een nieuw stuk. Een wat moeilijk stuk, met nieuwe technieken, een nieuwe toonsoort, moeilijkere loopjes… Als je Bach goed snapt, wordt Britten interessant (en Bach blijft mooi) Je bent nooit klaar met leren, na elk doel volgt een volgend doel.

Ook in het klein is het plannen zeer leerzaam. Wanneer ga je oefenen? Je kunt wel willen afspreken met een vriendje, maar je moet ook zorgen dat je een moment vindt om je instrument tevoorschijn te halen. Doe je dat elke dag op een bepaalde tijd, of ben je daar flexibel in? Dat laatste kan wel, maar kost wel discipline. En als je ook nog op een sport zit (of zoals diverse kinderen: op meer sporten), dan is een goede planning helemaal essentieel. Een belangrijke les voor als je gaat studeren en je prioriteiten moet stellen: tentamen leren of uitgaan?

zaterdag 14 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (IV)

De prefrontale en orbitofrontale cortex



Ik wil even wat speciale aandacht schenken aan de prefrontale en de orbitofrontale cortex. De prefrontale cortex is het voorste gebied van de frontale cortex, en de orbitofrontale cortex is het onderste gedeelte daarvan, dat vlak boven de ogen zit. Dit gebied is uitermate belangrijk voor de executieve functies. Het gaat hierbij om vaardigheden als taakinitiatie, organiseren, plannen, emotieregulatie, responsinhibitie en flexibiliteit, waarbij de orbitofrontale cortex vooral betrokken is bij functies als emotieregulatie en responsinhibitie.
Uit onder andere de studie van professor Hudziak blijkt dat ook dit gebied van de hersenen bij kinderen die muziek maken dikker wordt, met als gevolg dat deze kinderen minder moeite hebben met bovengenoemde vaardigheden.

Het belang voor cognitief getalenteerde leerlingen

Met alle informatie die hierboven staat, is het belang van muziek maken wel duidelijk. Voor alle kinderen, niet specifiek voor hoogbegaafde kinderen. Toch denk ik dat nog er een duidelijke meerwaarde is voor (hoog)begaafde kinderen. Kinderen met cognitief talent, niet per definitie met een groot muzikaal talent. Waarom is dat?
Hoogbegaafde kinderen blijken opvallend vaak problemen te hebben met de executieve functies. Bovendien hebben ze vaker dan andere kinderen moeite met oefenen. Dit is wel verklaarbaar: Als je heel veel dingen gemakkelijk kunt, al leest in groep 1 en snapt dat je onder 0 kunt rekenen in groep 2, als je alles op school in een keer snapt en als anderen vaak zeggen hoe knap en slim dat wel niet is, dan raak je gewend aan het in één keer iets kunnen. Dan groeit min of meer vanzelf het idee dat je slim bent als je iets direct kunt, en dom als je ervoor moet oefenen. Bovendien, als jij heel snel kunt rekenen, dan heb je het helemaal niet nodig om de tafels uit je hoofd te kennen en hoef je ze dus niet te oefenen.
En wanneer je goedmoedig “verstrooide professor” genoemd wordt als je een bende maakt van je kastje en je tafel op school, maar toch altijd je werk foutloos maakt, dan hoef je niet te leren organiseren.

Ook gebeurt het vaak dat het werk dat kinderen op school moeten maken dusdanig gemakkelijk voor ze is, ook het verrijkingswerk dat ze krijgen, dat ze nooit tegen hun grenzen aanlopen. Niet op de basisschool, en een heel aantal kinderen ook niet op de middelbare school. Wanneer dan in het hoger onderwijs of de universiteit wel ineens blijkt dat die grenzen wel bereikt worden en de student moet gaan werken, heeft die dat nooit geleerd. Dan blijken het omgaan met frustraties, zoals moeilijke opdrachten, het weerstaan van verleidingen (feestjes, terwijl je eigenlijk nog moet studeren) en volgehouden aandacht ineens grote problemen op te leveren.