woensdag 20 februari 2019

Een werkstuk over gezichtsbedrog


Het ei is gelegd. 't Is best een heel mooi ei geworden, en ze is er trots op, mijn jongste dochter. Weken heeft ze er aan gewerkt: onderwerp gekozen,  plaatjes gezocht, informatie gezocht,  nog meer plaatjes gezocht, plaatjes opgeslagen op de computer, titelpagina gemaakt, de bronnen bijgehouden... Tot het werkstuk dat ze vandaag moest inleveren afgelopen weekend bestond uit een titelpagina, een hoofdstukindeling, op elke bladzijde paginanummer 1, en een bronvermelding.
Ze was zo serieus bezig geweest dat ik dacht dat het wel liep. Maar dit weekend bleek dat het vooral sjokte. Er stond wel wat, maar niet veel en een werkstuk was het nog niet.

Een klasgenootje van jongste vertrouwde me deze week een beetje verontschuldigend toe: "Mama heeft me wel wat geholpen met mijn werkstuk..." Ik kon haar vertellen dat dat mocht, en ze was zichtbaar opgelucht.

Gek is dat toch. We leren onze kinderen van alles, van jongs af aan. of het nu gaat om fietsen, met mes en vork eten, veters strikken. Geen mens zegt tegen zijn zoon of dochter: "Hier heb je je nieuwe schoenen, zie maar hoe je die touwtjes vastkrijgt. Het is de bedoeling dat je schoenen uiteindelijk strak genoeg om je voeten zitten, zodat ze niet uitglippen, en dat je niet struikelt. Succes. " We doen voor, laten zien, helpen, begeleiden, tot ze het uiteindelijk zelf kunnen. En dan kunnen ze het met hun nieuwe schoenen, met hun sportschoenen, met de strik op hun jurk en de veters van hun kleine zusje.

Maar met een werkstuk lijkt dat ineens een heel ander verhaal. Op internet zijn hele discussies te vinden over wel of niet helpen. De meningen variëren van "het is zijn eigen werkstuk, dat ga ik niet voor hem maken." en "als ik haar help leert ze er niks van" tot "eigenlijk maak ik het werkstuk grotendeels zelf voor mijn kind, anders wordt het niks".
Ouders zijn onzeker en vragen om elkaars mening. Mag je nou wel of niet helpen? Mag je het typen overnemen? Mag je de spelling controleren? Er worden meningen gegeven, er wordt geoordeeld. Ook ik voel twijfel. Moet ze dit nou niet zelf doen? Wanneer neem ik te veel over?

Eigenlijk is dat inderdaad heel gek Een werkstuk maken is ongeveer het moeilijkste dat een kind op de basisschool moet doen. Er komen verschrikkelijk veel vaardigheden samen: schrijven, informatie zoeken, informatie in je eigen woorden weergeven, een tekst opmaken, bepalen wat relevant is en wat niet. En dan heb ik het nog niet eens over de executieve functies, die op deze leeftijd nog lang, lang, lang niet ten volle ontwikkeld zijn: plannen, taakinitiatie (beginnen met een taak) timemanagement, concentratie, volgehouden aandacht, flexibiliteit, emotieregulatie.... Het is nogal wat, en NATUURLIJK hebben ze daar hulp bij nodig, een enkeling uitgezonderd. Ze moeten het leren, en leren doe je door na te doen, door adviezen op te volgen, door kijken wat anderen doen en dan weer een stukje zelf. Denken dat ze het zo wel redden met een A4-tje met eisen als aantal bladzijden en lettergrootte en de voorwaarde dat ze de informatie in eigen woorden moeten opschrijven is net zo bizar als denken dat een kleuter die weet dat zijn veters vast moeten dat zonder verdere instructie voor elkaar kan krijgen.

Dus we zijn haar gaan helpen. Wat wil je vertellen? Hoe wil je het vertellen? Welk plaatje past daar het beste bij? En eenmaal op weg geholpen bedenkt ze zelf de mooiste teksten, haar eigen woorden, die ik nooit had kunnen bedenken. Aan die eis is in ieder geval voldaan: je moet het in je eigen woorden opschrijven.
"Met de kegeltjes aan je netvlies zie je kleur en met de staafjes zie je donker en licht. De kegeltjes hebben allemaal een andere kleur, ze hebben een soort hobby. Mijn hobby is vioolspelen en de kegeltjes in mijn oog hebben rood, blauw of groen als hobby"
En natuurlijk moeten we het niet overnemen, net zo min als het handig is om de veters van je kind voor 'm te blijven strikken tot 'ie twaalf is (geloof me, het gebeurt).
En zo kon ze toch vanochtend haar werkstuk over gezichtsbedrog inleveren.
Trots op haar werk, en weer iets geleerd over het schrijven van een werkstuk, het vragen om hulp en natuurlijk over gezichtsbedrog.






donderdag 7 februari 2019

Je hoeft geen roeptoeter te zijn om je mening te laten horen

"Nee, dat vind ik niet!" Mijn dochter was 5 en wel klaar met de uitspraken van een vriendinnetje over een ander vriendinnetje. "Zij ging de hele tijd huilen toen de juf boos werd. Ik vind haar een huilbaby, vind je niet?" Beide meisjes liepen voor me met de vader van het vriendinnetje, ik liep erachter en hoorde ze praten. Het was dat de dab nog niet was uitgevonden, anders had ik 'm daar  stiekem gedaan: DAB!
Mijn kleine, verlegen meisje, waarvan de juf in groep 3 later bezorgd zou zeggen "Ze is wel erg stil.... is dat haar aard?" liet zich niet vertellen wat ze moest denken. Zij had haar eigen mening.

Inmiddels leven we 12 jaar later. Nog steeds geen haantje-de-voorste, nog steeds een bescheiden persoon, en nog steeds met haar eigen mening.
We kregen een appje van haar, of ze naar de protestmars voor het klimaat mocht in Den Haag. Tuurlijk mocht ze. Er moest wel een motivatiebrief worden geschreven met handtekening van de ouders, dan gaf de school toestemming. Het werd een vlammend betoog dat we met trots ondertekenden.


Vanochtend vertrokken ze. De afgelopen dagen hebben ze borden gemaakt met leuzen, zoals het hoort bij een demonstratie. Het weer leek vanochtend nog niet mee te zitten en het zag er naar uit dat ze met papperige lappen karton zouden rondlopen, maar het klimaat dacht kennelijk: "Ho, wacht even, dit zijn mensen die voor mij opkomen, laat ik nou niet tegenwerken..." en ik ontvang foto's uit een zonnig Den Haag.
Ondertussen zie ik reacties op internet en tv. Reacties van mensen die denken dat de kinderen gewoon een dagje vrij willen. Lekker niet naar school, maar de beest uithangen in Den Haag. Reacties van mensen die vinden dat de jeugd van tegenwoordig eerst maar eens wat minder lang moet douchen en niet in de voorjaarsvakantie met het vliegtuig op vakantie moet gaan. Reacties van mensen die vinden dat de scholieren alleen maar anderen napraten en zelf geen idee hebben. Reacties van mensen die dat ook vinden.


De minister van onderwijs begrijpt het punt dat de scholieren willen maken, maar leerplicht is belangrijker. Spijbelen mag niet. Staken doe je maar op zaterdag en geloven doe je maar in de kerk. Een beetje door de week laten horen waar je voor staat, foei toch!

Gelukkig hoor en zie ik ook andere reacties. Reacties van mensen die blij zijn dat de jongeren van zich laten horen. Reacties van wetenschappers, die zich in een open brief achter de scholieren scharen. Een filmpje van een lange stoet die door Den Haag trekt met spanborden, toegejuicht door mensen langs de kant. Reacties van hoop voor de toekomst. De jeugd van tegenwoordig is zo slecht nog niet!
En natuurlijk kunnen ze nog niet alle argumenten tegen elkaar afwegen, natuurlijk zijn hun idealen niet allemaal haalbaar, natuurlijk hebben ze nog geen volwassen inzicht. Dat hoeven ze ook nog niet, ze zijn nog niet volwassen. Maar als ze over een poosje wel volwassen zijn, en iets van dit enthousiasme en deze idealen bewaren, dan komt er iets goeds uit voort.

Mijn dochter, met haar vriendinnen, zij zijn geen roeptoeters die naar Den Haag gaan om een feestje te bouwen. Het zijn geen meelopers, het zijn zelflopende, zelfdenkende, prachtige jonge mensen, die zichzelf en de wereld serieus nemen. Het bord van een van dochters vriendinnen slaat de spijker op zijn kop:
YOU KNOW IT'S BAD 
WHEN THIS MANY 
INTROVERTS 
MARCH






zaterdag 2 februari 2019

De beste dag in 5 jaar

"De beste dag in 5 jaar", zei hij.
Dat kan van alles zijn, de beste dag in 5 jaar van een jongvolwassene. De dag dat je hoorde dat je geslaagd was.... De dag dat je in een limousine of een trekker naar je eindexamengala werd gebracht...  De eerste keer dat je op vakantie ging met je vrienden en er achter kwam dat het heel anders kan dan kerkjes en musea bezoeken met je ouders.... De dag dat het meisje waar je al maanden heimelijk verliefd op was plotseling ook belangstelling voor jou bleek te hebben... De dag dat je op kamers ging, voor het eerst je eigen sleutel in je eigen slot stak.

"The best day in five years", had hij gezegd.
Een vrijdag was het, de dag waarop de orkesten van mijn kinderen repeteren, de ensembles van Stichting Arcato. En deze vrijdag stond hij daar, deze jonge violist, samen met een jonge cellist met een geleende cello.  Ze speelden al jaren, maar als je moet wegvluchten uit je land, neem je alleen het hoognodige mee. Een viool, dat kan nog, maar hoe belangrijk je cello ook voor je is, eh hoe verdrietig het ook is, dat is geen optie, die blijft achter.
Het was een grote verrassing toen er ineens iemand was met een cello die hij mocht lenen,  en die hen uitnodigden om mee te komen spelen.

 Ze speelden mee, de violist uit Syrie en de cellist uit Venezuela, werden deel van het ensemble, waren onderdeel van samen. Samen muziek maken. Samen lol maken. Samen overleggen. Elkaar helpen. En dat niet alleen, er werden lessen Nederlands georganiseerd, muzieklessen, nog meer samen zijn, schaatsen, dingen die vrienden samen doen. 
De week erop waren ze er weer, en daarna weer.

Ik zie het plezier, niet alleen bij deze jonge vluchtelingen, maar ook bij de ensembles. De jongeren van de ensembles kennen natuurlijk van de televisie het verhaal van de vluchtelingen uit Venezuela, uit Syrie, uit Iran.... De vreselijke verhalen van lange reizen, van niet weten waarheen, niet weten wanneer je weer veilig bent, van bootjes en tentenkampen. Van hier in Nederland zijn en nog steeds niet weten hoe lang het duurt voor je weer weg moet, van niet weten wanneer je weer naar huis kunt. Van misschien niet geloofd worden, van mensen die denken dat je gelukszoeker bent, nietsnut, lastpak, crimineel. Van landen die muren bouwen, tegenhouden, eruit smijten.
Opeens krijgen al deze jongeren er een verhaal bij. Een verhaal van iemand net als zij, die het goed had in het land waar hij woonde. Iemand die daar cello speelde, of viool, die ook houdt van samen muziek maken, net als zijzelf. Iemand die als hij had mogen kiezen veel liever was gebleven waar hij was, gewoon thuis, muziek maken, studeren, werken, met vrienden omgaan. Maar hij mocht niet kiezen. De keuze die hij had was geen keuze. Hij moest weg. Een veilig heenkomen zoeken.

De dag dat zij, en ook nog een jong meisje uit Iran, werden opgenomen in de ensembles van Stichting Arcato, en ook in het amateurorkest Coda, was de beste dag in jaren. Ze waren ineens weer de mensen die ze waren, met muzikaal talent, humor, met toegevoegde waarde.

En nu, nu willen we dit zo graag zo houden. We willen dat deze drie jonge mensen nog veel meer beste dagen krijgen, waarop ze samen mogen spelen, wederzijds plezier. De angst weg te moeten is er continu, elk moment te horen kunnen krijgen dat je hier niet mag blijven, dat je naar een andere plek moet, Ter Apel, Budel, ver weg van de ensembles, ver weg van de beste dagen.

We gunnen het ze zo dat ze hier in Zutphen mogen blijven! Daarom zijn we een petitie gestart waarin we het COA vragen om deze jonge muzikanten niet over te plaatsen naar een andere plek in Nederland, maar gewoon hier te laten blijven. Ze zijn van grote waarde en ze verdienen nog heel veel beste dagen.
Ik wil iedereen vragen deze petitie te tekenen.


HIER KUN JE DE PETITIE TEKENEN!