Posts tonen met het label Bach Britten en een begaafd brein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bach Britten en een begaafd brein. Alle posts tonen

maandag 16 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (VI - slot)

Het slot van het verhaal over de muziek. Over samen muziek maken en vriendschap. En over muziekdocenten die kinderen tot hun recht laten komen.

Samen muziek maken

Wie geluk heeft, krijgt de kans om samen met anderen muziek te maken. Ook daarbij komen heel veel vaardigheden en leerpunten kijken. Het oefenen krijgt een extra dimensie, want er zit een verantwoordelijkheid aan vast. Als jij niet oefent, heeft dat niet alleen invloed op je eigen spel, maar ook op dat van anderen. Wanneer een persoon verkeerd speelt, klinkt het hele ensemble fout.
Samen muziek maken is een intensieve vorm van samenwerking. Je moet op elkaar letten, naar elkaar kijken en luisteren, het tempo en de dynamiek op elkaar afstemmen. Je moet rekening houden met elkaar en elkaars sterke en zwakke kanten accepteren (moet de een het tempo iets terugnemen omdat de ander het net niet zo snel kan, of moet de ander nog meer oefenen om het tempo bij te kunnen benen?), samen tijd maken om te oefenen.

In een orkest kunnen verlegen kinderen de kans krijgen om leiding te geven of een solo te spelen, en moeten haantjes de voorste soms genoegen nemen met een tweede of derde partij.
In een kleiner verband, zoals een kwartet, leren kinderen dat elke partij belangrijk is. Laat je een partij weg, dan klopt het stuk niet meer. De eerste viool speelt eerste viool, maar is nergens zonder de anderen.

Zelfvertrouwen, uitlaatklep, geluk en plezier

Opvallend vaak kreeg ik te horen hoe belangrijk de muziek voor kinderen was. Ze krijgen er zelfvertrouwen door, durven meer. Een verlegen, teruggetrokken kind kan schitteren op het podium en iedereen versteld doen staan, inclusief zichzelf.
Sommige kinderen komen hevig gefrustreerd uit school na een dag te makkelijk werk en aanpassen aan het gemiddelde, en kunnen zich dan helemaal verliezen in een razend moeilijk pianostuk. Emoties kunnen hun weg naar buiten vinden door de muziek
En bovenal: heel veel plezier en geluk. Muziek maken maakt gelukkig en samen muziek maken is heerlijk. Er ontstaan vriendschappen tussen gelijkgestemden die veel intenser kunnen zijn dan de vriendschappen op school.

Wat is er nodig?

Toch gebeurt het ook regelmatig dat hoogbegaafde kinderen beginnen met muziekles, maar afhaken. Kennelijk is er iets speciaals nodig. Heel veel ouders gaven aan dat privéles essentieel was voor hun kind, en van een docent die oog heeft voor de leerling. Iemand die van de lesmethodes af durft te stappen, of daar versneld doorheen durft te gaan. Aandacht voor de inbreng en de wensen van het kind (sommige kinderen krijgen de mogelijkheid om zelf stukken aan te dragen, of worden gestimuleerd zelf te componeren).
Het is belangrijk dat de docent niet alleen feedback geeft op het product, het uitgevoerde muziekstuk, maar vooral ook procesgerichte feedback geeft. Opmerkingen als “ik kan horen dat je deze week erg je best hebt gedaan op die moeilijke ritmes, die gaan veel beter dan de vorige keer. Nu moeten we nog aan de zuiverheid werken.” geven het kind een goed gevoel over wat het gedaan heeft, maar ook iets om naar toe te werken.

Verder is het belangrijk dat de docent hoge verwachtingen heeft van de leerling en eisen durft te stellen. Veel nadruk op zuiverheid, techniek, precisie. Hoogbegaafde kinderen komen op school vaak weg met werk dat goed genoeg is, maar niet zo goed als ze zouden kunnen. Een 6 is voldoende. Een muziekdocent die hier oog voor heeft, kan een kind stimuleren het beste in zichzelf naar voren te halen, te gaan voor een 9 of 10. Daarbij is de toon belangrijk. Cynisme werkt niet, liefde voor kinderen en muziek en lesgeven met passie wel. Een docent die de liefde en passie over kan brengen, geeft een hoogbegaafd kind niet alleen een hobby voor het leven, maar ook een mogelijkheid tot het ontwikkelen van vaardigheden waar het de rest van zijn leven plezier van heeft.


zondag 15 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (V)

Deel 5 van mijn stuk over de meerwaarde van muziekonderwijs. Over 7 uitdagingen en over wat kinderen nou eigenlijk leren van muziek maken dat ze niet altijd op school leren.

De 7 Uitdagingen

Tijl Koenderink schrijft in zijn boek over de 7 uitdagingen in het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen over 7 punten die om eerder genoemde en andere redenen juist bij hoogbegaafde kinderen vaak een probleem blijken te zijn, of beter gezegd, voor de school een uitdaging. Een aantal van deze uitdagingen hangt nauw samen met de executieve functies.

De 7 uitdagingen zijn:

-          Overtuigingen (bv: als ik iets meteen kan, ben ik slim)
-          Geheugen (hoogbegaafde kinderen leren makkelijker met behulp van begrip en door het leggen van verbanden dan door dingen simpelweg uit het hoofd te leren)
-          Motivatie
-          Frustratietolerantie (als je nooit tegen je grenzen aanloopt, leer je niet met frustratie om te gaan. Gevolg: paniek of ontwijkgedrag als iets moeilijk blijkt te zijn)
-          Samenwerken (het resultaat van samenwerken is nooit zo goed als wanneer je het alleen doet. Je weet dat jij het beter weet, dan is het heel lastig om de inbreng van anderen te waarderen)
-          Zelfstandig werken - faalangst kan parten spelen, een smalle band van uitdaging (te makkelijk is saai, te moeilijk is stom, samenhangend met de frustratietolerantie van hierboven), doorzettingsvermogen, maar ook aangeleerde hulpeloosheid door het “prins(es) van het universumsyndroom”
-          Hiaten

Juist deze kinderen, die in potentie zo veel in hun mars hebben, lopen het risico op problemen hiermee, wat serieuze gevolgen kan hebben, ook in hun latere leven.
En juist voor deze kinderen is muziek een geweldige manier om deze vaardigheden toch te ontwikkelen en om de prefrontale cortex een kans te geven om te groeien.
Bij navraag bij ouders van hoogbegaafde kinderen over wat hun kinderen leren van muziekles en niet van school, kreeg ik een lijst met vaardigheden die veel langer was dan ik zelf verwacht had. Een aantal van de antwoorden:


Oefenen, doorzetten en een growth mindset

Wie op muziekles zit, moet oefenen. Liefst elke dag, zeker een paar keer per week. En wie niet oefent, valt door de mand, zeker bij privéles. Wie wel oefent, merkt dat het steeds beter gaat. Daardoor neemt de motivatie om verder te oefenen toe en kan een kind een growth mindset ontwikkelen.
Meer dan op school krijgen muziekleerlingen bovendien uitleg over hoe ze moeten oefenen. Begin je vooraan of achteraan? Begin je eerst met de moeilijke stukjes of juist de makkelijke? Langzaam spelen lijkt saai, maar als de snelle loopjes die niet lukken wel gaan als je rustig begint en je het tempo dan langzaam opvoert, dan gaan ze na een poosje als een trein. En als toonladders verband houden met het mooie voorspeelstuk, dan ben je eerder bereid om ze ook echt te oefenen. Dit geldt zeker voor hoogbegaafde leerlingen, die tenslotte graag leren door verbanden te zien en die willen weten waarom ze iets moeten doen.
Dat betekent niet dat dit altijd vlekkeloos verloopt. Er vliegt regelmatig muziek door de kamer, er wordt heel wat afgestampt en veel kinderen hebben wel eens een periode dat ze geen zin hebben om te oefenen. Een uitdagend stuk kan zo uitdagend zijn dan grenzen bereikt en overschreden worden. Wanneer het kinderen, met behulp van hun docent en ouders, lukt om dan door te zetten, dan heeft het iets wezenlijks geleerd: omgaan met frustraties.

Precies zijn en kritiek ontvangen

Onnauwkeurigheid valt op in de muziek. Kom je op school wel weg met een slordig handschrift en een “ongeveer goed” antwoord, in de muziek is een g een g en geen gis, en zeker geen a. En in het geval van bijvoorbeeld zang of een strijkinstrument is zelfs “ongeveer een g” echt fout.
Dat hoor je, dat hoort je docent en bij een uitvoering hoort het publiek het ook. Wanneer de docent daar kritisch op is, kan dat behoorlijk frustrerend zijn, maar ook heel leerzaam. En hoe kritischer je op je eigen werk bent, hoe mooier het resultaat wordt en hoe meer plezier je hebt bij het uitvoeren. Wat ook genoemd werd: fouten liggen aan jezelf. Je kunt niemand de schuld geven als je er een potje van maakt. Maar als het wel lukt, als je prachtig speelt, dan heb je het applaus ook aan jezelf te danken!
Daar staat tegenover dat je niet per se zeer muzikaal hoeft te zijn om plezier te hebben aan het maken van muziek. Cognitief talent houdt niet per definitie verband met muzikaal talent, en goed zijn, of zelfs de beste zijn, is geen voorwaarde voor genieten. Ook dat is een leerpunt: Je hoeft niet overal de beste in te zijn.


Doelen stellen, plannen en prioriteiten

Muziekles nodigt uit tot het stellen van doelen. Elke keer een nieuw stuk dat je wilt gaan beheersen is elke keer een nieuw doel. Hoe verder je komt, hoe ambitieuzer het doel wordt. In het begin speel je kleine liedjes, elke week een paar nieuwe, maar als je na een paar jaar een stuk van meerdere bladzijden moet spelen (en misschien zelfs uit je hoofd), dan is het wel nodig om een planning te maken en je daaraan te houden. Zo’n planning gaat een stuk verder dan het leren voor de topotoets van volgende week, en ook dan de spreekbeurt die je op school moet houden.

Als je een stuk van meerdere bladzijden uit je hoofd moet leren, dan is een goede planning wel nodig
Bovendien: wanneer je spreekbeurt gedaan is, ben je klaar. Je hebt een cijfer gekregen, en de volgende spreekbeurt is volgend jaar pas, met een nieuw onderwerp, en volgens hetzelfde principe. Heb je je muziekstuk uitgevoerd, dan volgt er direct een nieuw stuk. Een wat moeilijk stuk, met nieuwe technieken, een nieuwe toonsoort, moeilijkere loopjes… Als je Bach goed snapt, wordt Britten interessant (en Bach blijft mooi) Je bent nooit klaar met leren, na elk doel volgt een volgend doel.

Ook in het klein is het plannen zeer leerzaam. Wanneer ga je oefenen? Je kunt wel willen afspreken met een vriendje, maar je moet ook zorgen dat je een moment vindt om je instrument tevoorschijn te halen. Doe je dat elke dag op een bepaalde tijd, of ben je daar flexibel in? Dat laatste kan wel, maar kost wel discipline. En als je ook nog op een sport zit (of zoals diverse kinderen: op meer sporten), dan is een goede planning helemaal essentieel. Een belangrijke les voor als je gaat studeren en je prioriteiten moet stellen: tentamen leren of uitgaan?

zaterdag 14 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (IV)

De prefrontale en orbitofrontale cortex



Ik wil even wat speciale aandacht schenken aan de prefrontale en de orbitofrontale cortex. De prefrontale cortex is het voorste gebied van de frontale cortex, en de orbitofrontale cortex is het onderste gedeelte daarvan, dat vlak boven de ogen zit. Dit gebied is uitermate belangrijk voor de executieve functies. Het gaat hierbij om vaardigheden als taakinitiatie, organiseren, plannen, emotieregulatie, responsinhibitie en flexibiliteit, waarbij de orbitofrontale cortex vooral betrokken is bij functies als emotieregulatie en responsinhibitie.
Uit onder andere de studie van professor Hudziak blijkt dat ook dit gebied van de hersenen bij kinderen die muziek maken dikker wordt, met als gevolg dat deze kinderen minder moeite hebben met bovengenoemde vaardigheden.

Het belang voor cognitief getalenteerde leerlingen

Met alle informatie die hierboven staat, is het belang van muziek maken wel duidelijk. Voor alle kinderen, niet specifiek voor hoogbegaafde kinderen. Toch denk ik dat nog er een duidelijke meerwaarde is voor (hoog)begaafde kinderen. Kinderen met cognitief talent, niet per definitie met een groot muzikaal talent. Waarom is dat?
Hoogbegaafde kinderen blijken opvallend vaak problemen te hebben met de executieve functies. Bovendien hebben ze vaker dan andere kinderen moeite met oefenen. Dit is wel verklaarbaar: Als je heel veel dingen gemakkelijk kunt, al leest in groep 1 en snapt dat je onder 0 kunt rekenen in groep 2, als je alles op school in een keer snapt en als anderen vaak zeggen hoe knap en slim dat wel niet is, dan raak je gewend aan het in één keer iets kunnen. Dan groeit min of meer vanzelf het idee dat je slim bent als je iets direct kunt, en dom als je ervoor moet oefenen. Bovendien, als jij heel snel kunt rekenen, dan heb je het helemaal niet nodig om de tafels uit je hoofd te kennen en hoef je ze dus niet te oefenen.
En wanneer je goedmoedig “verstrooide professor” genoemd wordt als je een bende maakt van je kastje en je tafel op school, maar toch altijd je werk foutloos maakt, dan hoef je niet te leren organiseren.

Ook gebeurt het vaak dat het werk dat kinderen op school moeten maken dusdanig gemakkelijk voor ze is, ook het verrijkingswerk dat ze krijgen, dat ze nooit tegen hun grenzen aanlopen. Niet op de basisschool, en een heel aantal kinderen ook niet op de middelbare school. Wanneer dan in het hoger onderwijs of de universiteit wel ineens blijkt dat die grenzen wel bereikt worden en de student moet gaan werken, heeft die dat nooit geleerd. Dan blijken het omgaan met frustraties, zoals moeilijke opdrachten, het weerstaan van verleidingen (feestjes, terwijl je eigenlijk nog moet studeren) en volgehouden aandacht ineens grote problemen op te leveren.