zaterdag 11 juli 2026

Ode aan mijn dochter. En aan haar school.

Het is haar gelukt!

Het is haar gelukt en dat was niet vanzelfsprekend. Zeer verdiend, dat wel. 

Haar middelbareschoolcarrière begon met een coronacrisis. De school regelde razendsnel online lessen, maar het was een zware tijd. Voor iedereen, en ook voor brugpiepers in hun uppie op hun kamer. Ik schreef er destijds nog een blog over die me nog steeds raakt. 

De weg daarna was hobbelig, met op eigen verzoek de vierde overdoen, bijlessen voor Frans, en heel, heel hard werken. Maar ook met vrienden en vriendinnen, de leerlingenraad, een reis naar Afrika, een musical en met docenten die haar zagen zoals ze is.

Het eerste telefoontje van de mentor was niet leuk. Nog niet geslaagd, slachtoffer van de 5,5-regel. Haar eindcijfers waren goed genoeg, maar op de examens had ze gemiddeld net te weinig gehaald. Een herexamen voor Nederlands werd het, maar dan moest ze daar wel twee punten hoger voor halen dan de eerste keer. Een hele opgave. 

Het tweede telefoontje was een feestje. Gehaald, niet twee, maar drie punten hoger! Vlag uit en champagne op het tuinpad. 

Eindeloos trots ben ik, op haar doorzettingsvermogen, op haar houding, haar karakter, haar veerkracht. 



Maar deze blog is eigenlijk ook een ode aan haar school. 

Want ze deden zoveel meer dan alleen lesgeven. En het is zo belangrijk wat ze doen, docenten, onderwijsmensen. Het doet er toe.

De docente Nederlands, die ook haar mentor was en haar in de gang tegenkwam, in tranen om een mislukte toets, en die later tegen ons zei: "Ja, sorry hoor, ik hoop dat jullie het niet erg vinden, maar ik heb geen 1,5 meter afstand gehouden, maar ik heb haar gewoon even geknuffeld." 

De leraar geschiedenis, die meeleefde toen een geschiedenistoets WEER niet gelukt was.  

De mentor in de bovenbouw, die zag wie ze was, die af en toe een bemoedigend gesprekje voerde, die in haar bleef geloven, ook als ze dat zelf even  niet meer deed.

De leraar wiskunde, die eigenlijk graag lesgaf aan wiskunde B en D, maar die het kleine groepje van wiskunde C in zijn hart sloot, de inzet waardeerde en de lessen tot favoriete lessen maakte, die een oloide voor ze 3D-printte, voor aan hun sleutelhanger, een kleinood dat gekoesterd zal worden tot in lengte van dagen. 



De rector, met wie ze gesprekken voerde, omdat ze 7 jaar lang in de leerlingenraad zat. Die haar vroeg om het woord te voeren toen er een tv-ploeg kwam, en om samen met docenten lesbezoeken af te leggen, te kijken wat er goed ging en wat nog niet in de school. Die haar voor vol aanzag en haar liet groeien in haar volwassenheid, maar die ook samen met haar op het toneel stond tijdens de musical. 

De leraar Nederlands, die in de paar dagen tussen het eerste telefoontje en het herexamen drie keer tijd voor haar maakte. Examen bespreken, tips, adviezen, de opdracht om in het weekend nog meer examens te maken, die weer bespreken. In de laatste afspraak geen adviezen meer, alleen maar moed inspreken. Jij kunt dit. En hij had gelijk. 

En iedereen in de wandelgangen die even een praatje maakte, die liet merken dat ze belangrijk was. En zij niet alleen, iedereen. "Ze willen dat het goed met ons gaat."


Natuurlijk had ze al nagedacht wat ze zou doen als ze zou zakken. VAVO was een logische optie. Twee of drie vakken overdoen, daarnaast veel tijd voor een baantje en leuke dingen, en dan volgend jaar alsnog geslaagd zijn. Maar dan had op haar diploma geen Isendoorn College gestaan. En dan had ze geen mentor gehad die haar moed in zou praten als het moeilijk werd. Geen klas om haar heen, geen groep docenten die werkelijk belangstelling voor haar hebben. En dus had ze gewoon het hele jaar over gedaan, op haar eigen school, waar ze zich zo goed voelde. 

Het was niet nodig. Deze week mocht ze haar diploma in ontvangst nemen, met een prachtig praatje van haar mentor, die haar zag zoals ze is. Hard werkend, lief, nuchter. Die vertelde dat de docenten bijna letterlijk in juichen uitbarstten toen ze hoorden dat ze geslaagd was. De mentor verwoordde wat ze zelf al wist: iedereen staat achter me.


Ze is klaar, ze heeft haar diploma. Geen middelbare school meer, ze gaat studeren. Ze kijkt ernaar uit.

En dat heeft ook nog onverwachte voordelen!






donderdag 18 juni 2026

Spannend

 "De dodo was een grote duifachtige vogel, Hij had een grote snavel en hij was wel een meter hoog!""So hee!"
"En hij was een vegetariër, want hij at planten en vruchten."

Geboeid luisteren alle kinderen naar het verhaal van staartenmeisje voor de klas, die enthousiast staat te vertellen over dit malle beest.

Het is de tijd voor de spreekbeurten en alle kinderen mogen vertellen over hun zelfgekozen onderwerp. 
Sommigen wisten het meteen, anderen moesten er even over nadenken. De onderwerpen variëren enorm: de dodo dus, Roblox, de hond, Texel, Gijs de kat, en hersenen zijn al voorbij gekomen. 
En er staan ons nog voetballers te wachten, de skatebaan, wandelende takken, dansen en nog veel meer. 

Bij de spreekbeurt over Kika en het Prinses Maxima Centrum kwam een oproepje om statiegeldflessen te verzamelen. Meteen de eerste dag leverde dat al €7,50 op en we hebben samen besloten dat we de hele maand nog doorsparen. 

We vinden het leuk, de spreekbeurten, maar ook spannend. En sommige kinderen vinden het meer spannend dan leuk. 

En dus hebben we het daar over in de kring. We praten over spannend en leuk en interessant. En wat maakt het dan zo spannend?
"Nou... om voor in de klas te staan...."
"Ik ben bang dat ik vergeet wat ik wil zeggen."
"Ik weet niet of alles klopt wat ik zeg, en is het dan wel goed?"
"Ik weet niet of de kinderen mijn onderwerp leuk vinden."

Er volgen tips van klasgenoten, over spiekbriefjes en oefenen, we spreken uit dat we eigenlijk alles interessant vinden en dat het juist zo leuk is dat iedereen over iets anders vertelt, en we hebben ook al wel gemerkt dat het niet erg is als het even mis gaat. Dan wachten we gewoon even.


"Ik heb een tip voor Met Grote Ogen en Twijfelmeisje. Ik had gisteren voor mijn spreekbeurt nog iets bedacht dat ik wilde vertellen, maar dat ben ik helemaal vergeten. Maar dat gaf helemaal niet, want zo was het ook goed. Het hoeft helemaal niet precies zo te gaan zoals je bedacht had." Meisje van de Hersenspreekbeurt is inmiddels ervaringsdeskundige. 
We praten nog even verder.  En dan wil twijfelmeisje nog even het woord.
"Ik wil graag nog even iets zegen tegen Meisje van de Hersenspreekbeurt: Ik vind het zo fijn dat als jij een tip geeft voor Met Grote Ogen en mij, dat je dat dan niet tegen juf zegt, maar echt tegen ons. Dan voelt het echt alsof je het tegen ons hebt."

Als ik een ding geleerd heb dit jaar in groep 5, dan is het wel dat het de moeite en de tijd waard is om de tafels aan de kant te schuiven en in de kring te zitten. Om te praten over wat er te bespreken is, open en eerlijk. Want wat kunnen ze dat goed en wat groeien ze ervan. 

En als ik me niet vergis, is de balans al een beetje opgeschoven van spannend richting leuk.


dinsdag 9 juni 2026

Stuk


"Juf! deze is stuk!" 

Ja, dat klopt, die is stuk. Een Donald Duck met een stuk eruit gescheurd. Het is een Donald Duck over de brandweer, en daar hebben we het over. Over beroepen, en een van de beroepen die extra nadruk krijgen is de brandweer. Wel jammer van die scheur, maar gelukkig kunnen we hem verder nog lezen. 

Vanuit het toiletblok hoor ik een hoop lawaai. Zucht. Weer lawaai, lief zijn ze wel, maar wat een herrie hebben ze vandaag! Ik loop er naartoe en vind niet de afgesproken hooguit twee kinderen, maar vijf in de toiletruimte "Wat gebeurt hier nou?" Een paar schuldigen kruipen onder mijn arm door naar de klas. En dan komt Blonde Knul tevoorschijn. Brullend. "Wat is er Blonde Knul?" 

"Iihiik... Waahaaahaaaa.... Maar.... eigenlijk niehiehie --- hiehiet ver... Waaaaaah!"

Eerst maar even rustig worden. "Kom 'ns even hier. Klopt het dat er iets gebeurd is en dat jij het eigenlijk niet wil vertellen?" Snikken en knikken.

Er gaat mij een lampje branden. Die Donald Duck. 

"Is er misschien iets kapot gegaan?"

 "JAAAAAAAAAA!!!!:"

"En vind jij het spannend om dat aan mij te vertellen?"

"JAAAAAAHAAAAAHAAAAA!"

"Wat knap dat je dan toch komt zeg! Daar ben ik blij mee. Je hebt iets fout gedaan, er is iets kapot gegaan, maar jij komt het eerlijk vertellen, en nu kunnen we het oplossen." 

Samen kijken we naar de Donald Duck. Hij en zijn vriendje hadden hem samen vast en toen ging het mis. Zomaar een stuk eruit. En hij weet ook precies waar hij het stukje vandaan moet halen. Even later is er bijna niets meer van te zien en opgelucht kunnen we verder met de dag.

Niet altijd heb ik zoveel geduld, soms moet ik ook even zuchten, en af en toe doe ik aan kluitjes in het riet. 

"Juhuf... Wanneer gaan we gymmen?"
"Als ik het zeg!" (kluitje in riet)
"Ja maar juhuf..... wanneer ZEG jij het????" (kluitje kwam met dezelfde vaart weer terug))


Dansen, spelen, tekenen, we komen de middag gezellig door. Ik zit tussen een paar kleiende kleuters en vraag: "Wat zal ik eens kleien?" Zonder op te kijken zegt Ventje Naast Me. "Een schildpad." Ah, dat kan ik. Ooit op de Pabo maakte ik een schildpad, vermoedelijk het enige werkstuk waar ik ooit complimenten voor kreeg van de handvaardigheidleraar. Goed gekeken, en in alle eenvoud had ik het beest goed neergezet. Dus niet veel later had ik een schildpad in  mijn handen, die bewonderend door Ventje Naast Me werd overgepakt, bekeken en in elkaar gestampt. 

"Nu moet je een olifant maken juf!" Zegt Ventje Tegenover Me. Toevallig het enige andere beest dat ik ook kan kleien. Ik begin met een homp klei en vorm de poten, de oren, de slurf. 

Nog voor ik klaar ben valt mijn oog op Grietje aan de Andere Kant. Grietje is een dromer en krijgt niet altijd alles mee. Heeft de rest de tas al gepakt, dan kan het best zijn dat Grietje nog om zich heen zit te kijken en helemaal niet door heeft dat we gaan eten. Als we gaan gymmen, is ze meestal de laatste die in haar gymkleren klaarzit. Maar ondertussen hebben we in de gaten dat deze dromer in al haar dromerigheid toch heel wat oppakt!

Binnen 3 minuten nadat mijn schildpad door Ventje Naast Me is verpletterd, zit er aan mijn andere kant een Grietje met een vrijwel identieke schildpad in haar handen. De poten wat lang en slungelig, maar de kop is perfect en iedereen ziet direct welk dier het is. Trots laat ze even later haar schildpad in de kring zien. Deze dromer... die komt er wel.

vrijdag 17 april 2026

Ben je belangrijk?

We zitten in de kring. 

Er was even wat gemor geweest, want deze keer had ik gezegd dat iedereen in de buurt van zijn of haar normale plekje moest gaan zitten. Geen vriendjes en vriendinnetjes die elkaar opzoeken, ik wil rust in de kring. Het gemor was al snel over, chagrijn blijft vandaag niet plakken, de hele dag al niet. 

We duiken in het verhaal over de zwerver Peanut, die we het hele jaar al volgen. In het begin snapte hij niets van  normale omgangsregels, maar in de loop van het jaar heeft hij geleerd zich voor te stellen, beleefd te zijn, complimenten te geven en te krijgen. Ook weet Peanut inmiddels dat hij niet zomaar met iedereen mee moet gaan, dat niet iedereen goede intenties heeft en dat het soms verstandig is te zeggen wat je denkt, maar dat je je soms ook in moet houden. We leren samen met Peanut en vandaag gaat het over belangrijk zijn. 

Ben je belangrijk? En voor wie dan wel?  Word je gemist als je er niet bent? Zomaar zeggen dat je belangrijk bent, dat is nogal wat. Voor mama en papa wel, dat weten ze allemaal wel zeker. 

Ik vraag aan Zachte Kijker hoe hij dat ziet. Is hij belangrijk? Vaak zit er een slotje op zijn woorden, en het duurt even voor hij het sleuteltje gevonden heeft. "Voor papa en mama wel...." "En voor je zus?" Met een grijns knikt hij. "Ja, dat ook" Verder weet hij het niet zo goed. Maar ineens klinkt er vanaf de andere kant van de klas: "En voor je neef!" Ik kijk van Vrolijke Flapuit naar Zachte Kijker. De ontroering komt er bijna bij zijn zachte kijkers uit. Tegenpolen zijn ze, deze neven, en dikke vrienden. Vandaag zitten ze niet naast elkaar in de kring, maar toch voelen ze dichtbij.

Denkende Dame weet het niet zeker. Met haar schouders opgetrokken en tranen in haar ogen zegt ze: "Ik weet niet of ik belangrijk ben. Ik denk het niet. Ik denk niet dat iemand mij mist als ik ziek ben." 

Heel even is het stil. Dan buitelen de tegenwerpingen over elkaar heen. Ik haal ze uit elkaar en geef Hart op de Tong het woord. "Ik vind dat Denkende Dame wel heel belangrijk is. Ze is altijd heel lief voor iedereen en ze denkt heel erg na over wat goed is voor anderen." "Ja, en ze is altijd heel behulpzaam." "En ik kan altijd heel leuk met haar spelen!" Ik laat het weer even buitelen en zie de houding van Denkende Dame veranderen. Even later zegt ze: "Toen iedereen dat zei, toen voelde ik mijn schouders helemaal naar beneden zakken." 

Het gesprek gaat prachtig verder. Er wordt veel gedeeld, in een innig vertrouwen. We hebben het over verdriet, over vriendschap en liefde en het is goed in onze kring. Een ding weten we zeker: We zijn belangrijk voor elkaar.


Een dag later zit ik met mijn jongste dochter op een terras. Ze geniet nog na van de week, waarin ze straalde op haar eindexamengala, in haar zelfgenaaide jurk, helemaal zichzelf. Ze vertelt hoe leuk het was, hoeveel plezier ze hadden en hoe ze met haar vrienden en docenten had gedanst op de discoboot. Hoe leuk ze het vond dat er ook docenten langs de kant stonden te zwaaien toen de boot van wal ging. 

Er was in de aanloop wat gemor geweest. Een stunt was verboden, want dat was in eerdere jaren uit de hand gelopen. Niet iedereen was het daarmee eens, en enkele leerlingen hadden toch iets bedacht. Dochter had er geen goed woord voor over. Stom, je kon worden uitgesloten van het gala, en in het ergste geval van het examen. De wiskundeleraar had haar klas bezorgd gevraagd of ze toch alsjeblieft niets stuntigs gingen doen. Ze zouden er verre van blijven, beloofden ze.

De kunstdocent had een examentraining geregeld voor haar klas. Ze waren er speciaal voor gebleven, twee tussenuren lang hadden ze gewacht, en toen mochten ze de school niet meer in, want er was toch wat voorgevallen. Maar andere docenten zagen ze en vroegen: "Willen jullie toch naar die les?" Met een omweg waren ze naar het goede lokaal geleid, tot grote vreugde van de kunstdocent. 

En mijn dochter ziet het. Ze ziet dat ze ertoe doet. Als ze er niet is, wordt ze gemist, en als ze er wel is, voelt ze zich welkom. Ze is belangrijk. En ik hoop dat ze het weten, de docenten. Ik hoop dat ze weten hoe belangrijk zij zijn.

dinsdag 31 maart 2026

Nagels

"Wow, ze zijn prachtig, je lijkt wel een echte dame!"

Blond Miepje staat stralend voor me, met gespreide handen met daaraan nagels die een zestienjarige niet zouden misstaan, De verhoudingen zijn een beetje zoek mollige kleuterhandjes met pubernagels. 

Van verhoudingen heeft ze zelf geen last. Ze is trots en kan alles gewoon, verzekert ze me. 

Ik was voorbereid. Het mailtje van haar moeder was het eerste dat ik vanochtend las. Excuses voor het uiterlijk van haar jongste dochter, en een verklaring voor hoe het zo heeft kunnen komen. Een groter buurmeisje wilde best haar nepnagels delen met haar kleine buurgrietjes. Lief natuurlijk, maar moeders zat er maar mooi mee, want wat  ze ook probeerde, de nagels bleven hardnekkig zitten waar ze door het buurmeisje vakkundig waren geplaatst, en iets minder vakkundig waren beschilderd.

Nogmaals excuses, het advies om haar maar vooral alles zelf te laten doen vandaag en de stiekeme hoop dat de boel vandaag in de loop van de dag uiteen zou vallen.

Met een grijns ging ik de dag tegemoet. En nu loopt Blond Miepje trots en in volle glorie door de kring om iedereen haar prachtige nagels te showen. 

Het moet gezegd: ze kan er eigenlijk alles mee. Haar eten brengt ze moeiteloos naar haar mond, kleien, met de kralenplank spelen, geen enkel probleem. Misschien is ze een nagelnatuurtalent. 

Veel tijd om erbij stil te staan hebben we niet. de aandacht wordt vandaag een beetje opgeëist door twee andere jonge wezentjes in onze kleuterklas: de kuikens die in een hoekje van de klas staan. Twee pas uit het ei gekropen krielkippies waarvan de naam nog door middel van stemming moet worden bepaald. Iedereen is dol op ze, en ik niet het minst. Herrie maken ze wel, zeker als er niemand met zijn hoofd boven de bak hangt. Luidkeels laten ze weten dat ze er zijn: "Joehoe! Hier zitten wij! Kom kijken dan!" En dus zitten er de hele dag door telkens wel een paar kinderen vertederde aandacht te schenken aan onze jongste kleuters. Aankomen mag nog niet, behalve heel voorzichtig samen met de juf even aaien. Vandaag gebeuren er geen gekke dingen. Geen kralenplankkralen tussen het voer, geen handenvol zaagsel om de boel lekker op te fluffen. Iedereen houdt zich aan de regels. 

Tijdens het spelen hoor ik ineens een sirene afgaan. De kuikens kunnen behoorlijk wat lawaai voortbrengen, maar dit lijkt urgenter. 

Op de gang vind ik Blond Miepje. Ze heeft haar tas in haar handen en haar verdriet schalt door het gebouw. "Wat is er Blond Miepje?" 

"IMIJNAAFMAAINMETASDAAAAN!" 
"Wacht even hoor, ik kan je niet zo goed verstaan. Word even rustig en vertel het me nog een keer."
"Ik heb mijn nagel eraf, maar ik heb hem wel in mijn tas gedaan!"

Snikkend laat ze de zielige resten nagellak zien op de vinger waar de nepnagel van is afgebroken. Een beetje begrip is genoeg: "Ik snap dat je daar een beetje verdrietig over bent." 

Huppelend gaat ze weer terug naar het plekje en verder met waar ze mee bezig was. Zo belangrijk is een nagel nou ook weer niet in een kleuterleven.


dinsdag 24 februari 2026

Een vijver op het plein

 "Ik blijf hier staan. De hele tijd dat we buitenspelen."

Hij wilde meespelen, maar dat mocht niet. Nou ja... dat mocht wel, maar hij wilde Paw Patrol spelen, en dat wilden de anderen niet. En als je bij een groepje aansluit, dan kun je niet zomaar bepalen wat je gaat doen, dan speel je mee met wat de rest doet. Er was wat geduwd en misschien zelfs wel geschopt. 

Boze Jongen haalde bakzeil. Dat gebeurt niet zo vaak, meestal kan hij Zachte Goeierik en de anderen wel overtuigen van zijn gelijk.. Maar vandaag hield Zachte Goeierik voet bij stuk. Hij wilde geen Paw Patrol doen, en stiekem ben ik trots op hem. 

En nu staat Boze Jongen naast me. Hij straalt zijn boosheid de wereld in, zonder te schreeuwen, zonder te schoppen of te slaan, maar met zijn armen over elkaar en zijn hoofd op onweer. Niet van plan te gaan spelen. Een dappere keuze, want het plein is bijzonder aantrekkelijk vandaag. Het heeft geregend, maar nu is het droog en niet koud. Maar er ligt nog wel een enorme plas, vijverformaat. Kinderen met of zonder laarzen sjouwen er om- en doorheen, er wordt geschept, geroerd, gegolfd. 

Kleine Vrolijkerd heeft een krat gevonden, de inhoud eruit gemikt en duwt hem door de plas. Heen en weer, heen en weer. Dan pakt hij een schepje en een schaal en vult met engelengeduld het krat met
water, wat er met dezelfde vaart weer uitstroomt, want aan alle kanten is het krat open. Het lijkt wel een zwemles met kleren aan, doorweekt is hij. Doorweekt en blij.

Maar Boze Jongen staat naast mij. Zijn besluit om boos te zijn heeft hij genomen en daar wijkt hij niet van af. Standvastigheid is ook een kwaliteit. Hij is niet boos op mij, en wil ook best even kletsen. In de vakantie had hij nieuwe schoenen gekregen. Oranje. Maar vandaag heeft hij ze niet aan. En zijn oranje schoenen waren eigenlijk ook alweer vies. Hij zegt het met een lachje. Per ongeluk, want eigenlijk is hij nog boos.


Ik moet even naar binnen, naar de wc. En als ik weer buiten kom, is Boze Jongen verdwenen. De juf van de andere klas heeft gezegd dat hij weer moet gaan spelen. Maar hij was nog niet klaar met boos zijn. 

Als we even later naar binnen gaan, vind ik hem in de huishoek, met zijn jas aan. 
"Kom, we gaan in de kring, ik ga een boek voorlezen." 
"Nee, wil ik niet."
"Maar je was niet boos op mij, weet je nog? En ik wil graag dat je in de kring komt."

Niet lang daarna zit hij in de kring. Nog steeds boos, met zijn handen in zijn zakken en zijn ogen demonstratief dicht, maar eigenlijk stiekem op een kiertje, want de Gruffalo is toch wel spannend en leuk. 

En als we gaan eten ("Ik wil niet eten, ik wil thuis eten") gaat hij toch aan tafel zitten, eet hij zijn boterham, en leest hij daarna met een nog steeds boos gezicht een dinoboek. Maar zijn boosheid wordt zachter. 

Ik loop naar hem toe: "Boze Jongen, ik zie dat je nog boos bent. Maar we gaan zo weer naar buiten toe, en ik zou het wel heel jammer vinden als je nu weer niet kunt spelen omdat je boos bent. Het is veel fijner als je wel kunt spelen."

Overtuigd is hij nog niet, maar hij denkt erover na. En niet veel later raust er, met zijn laarzen aan en
zijn benen omhoog, op een fietsje door de plas, een Blije Jongen.


vrijdag 13 februari 2026

Kan ik je vertrouwen?

 "Oke jongens en meiden, jullie weten het nog van vorige week. Maak een kring, je hebt 2 minuten."

Onmiddellijk staat iedereen op en worden de tafels aan de kant geschoven. Die twee minuten hebben ze lang niet helemaal nodig. Tafels tegen de muren, instructietafel onder het bord en iedereen in de kring. 

In een kring zie je elkaar. Kijkt niemand tegen achterhoofden aan en hoeft niemand zich om te draaien. Dat is fijn, maar ook spannend. In de kring doe je ertoe en kun je niet wegkruipen. 

We praten over vertrouwen. Wanneer ben je te vertrouwen? Eerlijk en aardig zijn, dat helpt. Je aan afspraken houden, dat ook. 

 Wil je dat anderen jou zien als iemand die ze kunnen vertrouwen? Dat willen ze bijna allemaal wel. Of in ieder geval meestal. Lukt het ook altijd? Niet altijd. Want soms doe je in je boosheid iets waardoor vertrouwen verdwijnt. Dat kan gebeuren. Of je maakt een grapje dat niet goed valt. En soms lukt het niet om je aan afspraken te houden. "En", zegt Boekenwurm, die nooit iemand in de weg zit, "soms is het ook gewoon leuk om je niet aan afspraken te houden." Ja, dat herkennen veel kinderen wel. Lekker stout.

Dan zegt Banjer zacht en een beetje verlegen: "Ik weet dat de andere kinderen mij niet altijd vertrouwen. En ik weet ook dat hat komt door hoe ik doe." Het valt even stil in de kring. Iedereen kijkt naar Banjer. Het is waar, ze vertrouwen hem niet altijd. Ze vinden hem aardig, dat wel. En hij is grappig, en zorgzaam, en hij bedenkt leuke spelletjes, maar hij doet soms rare dingen. En je weet soms niet zo goed wat je aan hem hebt. 

Het is een knap staaltje zelfreflectie. Wow Banjer, wat knap dat jij zo goed naar jezelf kunt kijken, en wat stoer dat je het durft te vertellen. In de kring wordt geknikt. Echt knap.

We doen een vertrouwensoefening. Ik leg uit hoe het gaat. Iemand gaat zo op de grond liggen, en andere kinderen mogen hem of haar optillen. Het kind dat wordt opgetild, mag zelf weten wie mag tillen. Kinderen die hij of zij vertrouwt.

Het eerste kind kijkt al zijn tillers om de beurt aan.

"Kan ik je vertrouwen? " "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ehm... dat weet ik niet zeker." 


Ik neem het heft in handen. "Dan mag je gaan zitten. Wat fijn dat jij zo eerlijk bent. Een andere keer lukt het vast." Hij knikt, een beetje opgelucht. Hij maakt graag grapjes, en niet altijd op het goede moment. En hij wil zijn vriend niet laten vallen. Dan liever kijken. 

"Wie wil je graag bij je hoofd hebben?" Voor zijn hoofd vraagt hij zijn beste vriend. Iedereen voelt het, dit is een eretaak, een hoofd moet je echt niet laten vallen.

Als het tweede kind bijna opgetild wordt, het is Boekenwurm, die haar vriendinnen vraagt, maar ook kinderen met wie ze niet veel speelt maar die ze wel vertrouwt, vraagt Denkertje zachtjes aan me: "Mag ik zometeen iets tegen de klas zeggen?" Dat mag. Boekenwurm wordt opgetild en weer neergelegd. Ze vertelt dat ze zich veilig voelde, en fijn.

Denkertje neemt het woord. "Ik denk dat kinderen mij misschien niet vertrouwen, omdat ik soms grapjes maak" 

"Ja, dat is bij mij ook." Groot-en-klein-tegelijk neemt het woord over. Niet op een overschreeuwende manier,  maar zacht, bescheiden. "Ik denk dat kinderen mij misschien ook niet vertrouwen, omdat ik soms heel druk ben, en omdat ik soms snel boos word." 

We zijn even stil van zoveel openheid. En dan praten we erover. Vol respect, zonder dat er met vingers gewezen wordt. Dan vraag ik: "Wie vertrouwt Denkertje en Groot-en-klein-tegelijk zo dat zij hem of haar mogen optillen, samen met nog wat anderen?" Er gaan veel vingers omhoog. Een van de vingers is van Banjer. 

Banjer en Groot-en-klein-tegelijk zijn geen vrienden, integendeel, en gaan elkaar op stevig advies van ons en ouders uit de weg. En hier zit Banjer, in de kring, en hij geeft aan dat Groot-en-klein tegelijk hem mag optillen. Ik kan een ander kiezen, er zijn  veel meer vingers. Maar ik kies Banjer. En nu wordt het spannend, want ook Groot-en-klein tegelijk moet dit willen. Als hij nu nee zegt, komt zo'n kans voorlopig niet weer voorbij. Maar hij zegt ja. 

Voor het eerst in lange tijd kijken ze elkaar aan zonder boze blik, zonder bravoure.

"Kan ik je vertrouwen?" "Ja."

Niet veel later zweeft Banjer een stukje boven de grond, gedragen door Denkertje,  Groot-en-klein-tegelijk en een paar anderen. En daarna landt hij weer zacht op de grond. 

"Hoe voelde dat Banjer?" "Leuk!" "En voelde je je veilig?" "Ja!"

Ook Groot-en-klein-tegelijk voelt zich fijn. Hij vond het spannend, maar hij heeft het gedaan. Hij was te vertrouwen en hij werd vertrouwd. Vrienden zullen ze niet worden, dat hoeft ook  niet. Maar er is iets teruggewonnen vandaag.


Na dit prachtige moment is het tijd voor een mooie afsluiter. Wie durft mij op te tillen? Veel vingers gaan omhoog. Niet iedereen durft het aan, maar er zijn er genoeg die om me heen durven staan en me op willen tillen. Aan iedereen vraag ik "Kan ik je vertrouwen?" En dat kan ik. Ik vraag Groot-en-klein-tegelijk om mijn hoofd te dragen. Serieus neemt hij de taak op zich. En even later ben ik degene die een stukje boven de grond zweeft. Nou ja, zweeft, het wiebelt wat, en ze zijn blij als ze me weer neer kunnen leggen, maar ze hebben me niet laten vallen. En ik voelde me veilig in de handen van mijn groep.  

dinsdag 20 januari 2026

Het goede voorbeeld

"Waaaaahh!!"

Ik had blond grietje al twee keer van de stang aan het klimhuisje getild. Ze dacht dat ze het zou durven, maar de afstand naar de grond was groter dan haar moed kon overbruggen. Dapper is ze wel, want ze probeerde het nog een keer. Maar toen zei de juf dat ze het eerst nog maar een paar centimeter moest groeien, dan durfde ze het vast. Jammer, dat wel, want ze is een dapper blond grietje, en zolang ze nog niet aan de stang hangt, denkt ze dat ze best durft. 

En nu zit ze boven in het huisje hard te huilen. Af en toe kijkt ze naar mij. Soms heeft heel hard huilen publiek nodig. Verschillende kinderen zijn al bij me geweest. "Juf, blond grietje is misschien wel gevallen. Ze huilt heel hard." Niemand weet wat er echt aan de hand is. Aan de stang ligt het niet, daar had ze zich welwillend bij neergelegd. Maar het is wel groot verdriet, en als het na een poosje niet minder wordt, roep ik haar bij me. 

"Blond grietje, kom eens bij me!"

Ik zit op het bankje, half schaduw, half zon. Ik hou mijn arm een beetje omhoog en blond grietje heeft verder geen woorden nodig. Ze gaat naast me zitten, vlijt zich tegen me aan en stopt met hard huilen. Zwijgend zitten we een poosje samen op het bankje, mijn arm om haar nog wat naschokkende lijfje. 

Na een tijdje vraag ik: "Wat was er eigenlijk aan de hand, waarom was je zo verdrietig?" Het volume zwelt weer een beetje aan: "Dat weet ik niehiehiet!" Ah, kijk, geen wonder dat niemand wist wat er was, ze wist het zelf ook niet. Gewoon verdriet, zonder reden, alleen maar gevoel dat er even uit moet.

Daar schijnen meer mensen last van te hebben in deze tijd van het jaar. Gisteren was het blue monday, naar het schijnt de meest depressieve dag van het jaar. Een jaarlijks terugkerend fenomeen van collectieve neerslachtigheid. Op internet kom ik tips en adviezen tegen van coaches, deskundigen en psychologen: hoe kom je deze dag zonder kleerscheuren door. 

Blond grietje heeft al die goeie adviezen niet nodig. Die heeft genoeg aan even lekker uithuilen met een arm om je heen. Na een minuut of 5 is het schokken gestopt en het verdriet over. Ik stel voor dat ik even op een krukje in de zon ga zitten en dat zij nog even lekker gaat spelen. Met een glimlach huppelt ze het plein op naar haar vriendinnetjes. 

Soms zijn kleuters gewoon het goede voorbeeld.



Toegift:

Juf! Hier zijn ze vergeten de pitten eruit te halen!


dinsdag 6 januari 2026

Sneeuw!

 "Juf, ik heb een nieuwe trui!"

Trots trekt ze haar vestje uit, want de achterkant moet je ook zien, daar staan de kersen van de voorkant nog een keertje op, maar dan veel groter.

"Mooi! Wie heeft hem uitgezocht?" 

Ze was met mama en haar zussen naar de stad geweest en toen mochten ze nieuwe kleren. Zelf uitgezocht. Sommige kinderen worden met smaak en stijl geboren. 

We zien elkaar voor het eerst na de kerstvakantie. Iedereen heeft het fijn gehad, in een huisje, bij opa en oma, of gewoon thuis. En nu zijn we weer naar school en het heeft gesneeuwd! Al dagen wonen we in een witte wereld. Een wereld met sneeuwpoppen, sneeuwballen en de slee. Bijna allemaal hebben ze gesleed. Getrokken door iemand anders, zelf getrokken, of zjoef! van een heuveltje af. Voor wie nog nooit op wintersport is geweest is dit de eerste keer echt in de sneeuw. De vorige keer dat er zoveel sneeuw lag waren ze baby. of zelfs nog niet eens geboren!

De vakantie was heerlijk, maar school is ook weer erg gezellig. Soms iets te gezellig. Als ik langs de wc's loop, zie ik onder het deurtje door niet twee, zelfs niet 4, maar wel 6 voeten! Dat kan niet de bedoeling zijn. 

"Wat zie ik hier nou?", vraag ik met een strenge stem. De deur gaat open en 3 meisjes staren me met grote ogen aan. Nee, met zijn drieën tegelijk naar de wc mag niet, dat weten ze. 1 persoon per wc. Braaf lopen ze mee naar de klas en alsof er niets is gebeurd gaan we door met de dag.

Gym staat op het programma. Maar ja, gymmen in de gymzaal als de wereld buiten zo heerlijk besneeuwd is? 

Wintersport! We schaatsen samen een rondje om de school. We voelen ons reuzesportief, maar we worden er wel moe van. Een rondje is wel genoeg.
Daarna blijven we heerlijk  nog even met de andere kleutergroep buitenspelen.

"Ik heb die drie dames uit jouw klas gezegd dat ze hun eigen jassen weer aan moeten trekken en naar buiten moeten komen!" Mijn collega kijkt me aan met een grijns. Ik weet meteen om welke dames het gaat. De dames van de wc. Ik ga eens even binnen kijken. En ja hoor, daar vind ik twee van de drie meiden, druk doende om een skipak uit te trekken, en de eigen jas weer aan, de laarzen uit en de sneeuwschoenen weer aan. Maar dan blijft er iemand op sokken achter, met laarzen ernaast die niet van haar zijn. Haar schoenen zijn buiten, aan de voeten van meisje nummer 3. 

Meisje nummer 3 naar binnen, schoenen uit, eigen laarzen weer aan, en zo kan iedereen in de eigen kleren weer verder spelen. 

Tenminste... dat dacht ik... 

Na het buitenspelen mis ik een paar meiden in de kring. Het zal toch niet? 

En ja hoor, op de wc vind ik meisje 1 en 2, samen in de wc. Hoe kan dat nou? Ze hadden toch zo braaf geknikt eerder vandaag? "Ja maar, wij moesten nog omkleden!" En toen kwam de aap uit de mouw. Ze zaten niet samen op de wc, het was even een kleedhokje. In de klas zit meisje nummer 3 met kleren die niet van haar zijn. 

Niet alleen de jassen en de schoenen waren verwisseld. Het ondergoed was nog bij de rechtmatige eigenaar, maar de rest... een driehoeksruil: meisje 1 in de kleren van meisje 2, meisje 2 in de outfit van meisje 3 en meisje 3... inderdaad. De mooie nieuwe trui zat aan een ander lijf, de haarband op een ander hoofd. "Kom maar snel in de klas omkleden."

"Vonden jullie dat handig, op een dag dat we ons al telkens in allerlei ingewikkelde kleren moeten hijsen voor we naar buiten gaan?" Ze kijken van elkaar naar mij. Durven we? En alle drie durven ze: "Ja!"

"En denk je dat ik het handig vind?" Mijn woorden proberen streng te zijn, maar mijn ogen kunnen hun lachen niet inhouden. Boos ben ik niet, dat zien ze zo. En nee, handig vind ik het niet, maar eigenlijk best grappig. En ze kunnen het zelf weer omwisselen, dus veel werk heb ik er ook niet van. Maar doe toch maar niet weer.

"Hoe lang blijft de sneeuw nog juf?"

Precies durf ik het niet te zeggen, maar deze week is ons plein nog wel wit, en morgen gaat het ook nog wel weer sneeuwen. Nog even genieten, sneeuwballen gooien, sleeën, en misschien nog wel een sneeuwpop maken. Maar wel in onze eigen kleren.