Posts tonen met het label Schrijfcursus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schrijfcursus. Alle posts tonen

woensdag 17 juni 2020

De achterste koe

Tijdens de schrijfcursus schreef ik dit korte stukje bij een foto waar ik eerst niet zoveel bij voelde. Het thema was begrenzing en vrijheid. AL schrijvend voelde ik me steeds meer verbonden met de achterste koe.

Ze staan bij het hek met z'n allen. Nieuwsgierig, hunkerend bijna. Wat is daarbuiten, waar we niet mogen komen? Het dunne prikkeldraad is een onneembare barrière. Ze willen zo graag verder, weg, zelf bepalen, roepen dat het anders moet, al weten ze niet hoe en  wat en waarheen.

Af en toe nemen ze een hapje gras. Lekker, dat wel. Maar daar, verderop, is het daar niet nog lekkerder? Nog malser, minder vertrapt, minder bevuild? 


Van een afstandje bekijk ik ze. Ik snap ze niet. Er is ruimte zat! 
Als je met z'n allen op een kluitje gaat staan, dan zie je alleen maar zwart-wit. Je ziet alleen elkaar, hoort alleen elkaars boe-geroep en neemt het van elkaar over. Meer dan geloei wordt het niet.

Waar ik sta, gewoon, in hetzelfde veld, is het gras groen, sappig en mals, heb ik ruimte genoeg en zing ik mijn eigen liedje.

woensdag 15 april 2020

Ach, Coba.....

Ik ben begonnen met een nieuwe schrijfcursus, onder leiding van Jolien Wilmar, over het schrijven van je levensverhaal. Een bijzondere ervaring in deze coronatijd, met een klein groepje mensen die ik niet ken online dicht bij elkaar komen. Het is een cadeautje om op een andere manier te schrijven dan ik gewend ben, en af en toe zal ik iets met jullie delen. Vandaag ging het over onze naam. Maat ik kwam uit bij een herinnering aan een andere naam.

Ze was oud, mijn oma. Ouder dan wie dan ook die ik kende. Of misschien was ze minder oud dan in mijn hoofd, maar ik was jong. Net volwassen, of misschien nog net niet.
Ze zat in de grote stoel met de hoge rugleuning, in de kamer die niet van haarzelf was. Een kale, onpersoonlijke kamer met niets erin dat herinnerde aan thuis. Geen hoogpolig wit tapijt, geen foto's in de boekenkast, geen kalendertje dat je om en om en om kon draaien, geen snuiter op de tafel, zelfs geen lange vingers omdat ik geen taart lustte. Alleen oma, en ik, en Binie, mijn tante. Misschien mijn vader, misschien iemand anders, maar in mijn herinnering oma, Binie en ik.

Tijdelijk was het, deze kamer, maar naar huis kon ze niet meer. Te oud, te dement, niet meer in staat voor zichzelf te zorgen.
Hoe goed kende ik haar? Zij mij? Niet zo heel goed eigenlijk.
Bij opa en oma Bos waren we thuis, bij opa en oma van der Laan kwamen we op visite. Zo was het gegroeid, door hoe het was.

Ze keek naar me, alsof ik net binnenliep en zei: "Ach, Cóba.... "
Coba.... ze noemde mij mijn moeder. In die kale kamer ontstond een band die persoonlijker was dan ooit eerder, dwars door generaties heen. Samen met oma, Binie en mij, was ineens mijn moeder erbij.

Ach, Coba....