Posts tonen met het label executieve functies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label executieve functies. Alle posts tonen

dinsdag 6 september 2022

Winkelwagentje

"Naar links.... nog verder naar links.... nu naar voren.... naar rechts.... draaien.... naar voren... verder naar voren... STOP! 

Nu een grote stap... Nee, je been moet hoger! Ja, goed zo. En nu bukken! En weer omhoog en nog een grotere stap.."

De opdracht was gelijk voor de verdiepingsgroepen van groep 5/6 en groep 7/8.

Leg in tweetallen de hindernisbaan af.
Maar... Een van de twee heeft een blinddoek om. 
En... diegene heeft een rauw ei bij zich.
O ja... en dat ei mag je niet met je handen aanraken.
Je krijgt 10 minuten om de groepjes te maken, te bepalen wie de blinddoek heeft en te bedenken wat je nodig hebt en dat te pakken. 

In eerste instantie had ik pingpongballetjes bedacht. Maar ik vond eieren leuker. De kinderen worden er ook enthousiast van. Lekker spannend!


Groep 5/6 gaat pragmatisch te werk. Dat ei kun je met een doekje oppakken en dan in een bakje doen. De leider neemt het kind met de blinddoek simpel bij de heupen vast en stuurt hem zo door het parcours. ook de meest ingewikkelde hindernis, een brede tafel waar het ene kind links langs moet, het andere kind rechts en het ei overheen vormt geen probleem. Als je op dat stukje samen het ei vasthoudt, blijft de geblinddoekte partner recht lopen en gaat er niks mis. Of, je loopt als ziende gewoon even eerst je eigen kant langs en helpt dan de ander.




In groep 7/8 is het een ander verhaal.
Er worden zachte doekjes gehaald, bakjes, het ei stootvast in het bakje, ander bakje erop, vastgetapet...Een beker met allemaal snippers, deksel erop gedraaid. 
Een groepje heeft in het kleuterspeellokaal een handige stok gevonden, Praktischer dan een blindengeleidehond in de school, dat dan weer wel. Er wordt zelfs een miniwinkelwagentje aangedragen. Maar ja, als dat ook over de tafel moet, en door de hoepel, daar wordt het niet gemakkelijker van. 
En er worden aanwijzingen gegeven:  "Naar links.... nog verder naar links.... nu naar voren.... naar rechts..." Tot er iemand haar partner vastpakt om te sturen. 


"Ooooh! Je mag haar niet vastpakken!" Verontwaardigd kijken zes paar ogen mijn kant op. Ik kijk onschuldig terug. Geen idee wie dat gezegd had, ik niet in ieder geval.

Terug in de klas, met toch 19 van de 20 eieren nog heel, vraag ik de kinderen welke executieve vaardigheden ze eigenlijk allemaal gebruikt hebben. Of hadden moeten gebruiken. (Ik spreek liever over vaardigheden dan functies. Het zijn immers vaardigheden die ze onder de knie moeten krijgen.) 
Wat waren dat ook alweer, executieve vaardigheden? De kennis moet even opgehaald worden. Ze hoeven ze ook niet nu al te kennen, ze zullen nog vaak genoeg voorbij komen, tot ze het niet meer kunnen horen. 

In ieder geval was flexibiliteit voor sommige kinderen best belangrijk. Mag je dat ei echt niet met je handen pakken? Ja maar.... Ook nu niet? Maar hoe krijg ik het dan in mijn bakje dat gevuld is met donzige doekjes en zachte zwachtels? Daar gaat plan A, op naar plan B.
Taakinitiatie was vandaag geen enkel probleem. Twee groepen vol met kinderen die niet kunnen wachten om hun taak te initiëren. 
Reactie-inhibitie. Op tijd stoppen, maar ook niet allerlei aanwijzingen roepen als je niet zelf aan de beurt bent. 
Volgehouden aandacht... Vooral als anderen door het parcours gaan.
Organisatie: Wat heb je nodig, (GEEN winkelwagentje dus) waar haal je het en waar ruim je het weer op? 

Als ze zich voor ze naar de middelbare school gaan een beetje bewust zijn van de executieve vaardigheden, ben ik een tevreden juf. En dat komt vast goed, want wat je aandacht schenkt groeit, en ik heb een grote gieter dit jaar. 

woensdag 20 februari 2019

Een werkstuk over gezichtsbedrog


Het ei is gelegd. 't Is best een heel mooi ei geworden, en ze is er trots op, mijn jongste dochter. Weken heeft ze er aan gewerkt: onderwerp gekozen,  plaatjes gezocht, informatie gezocht,  nog meer plaatjes gezocht, plaatjes opgeslagen op de computer, titelpagina gemaakt, de bronnen bijgehouden... Tot het werkstuk dat ze vandaag moest inleveren afgelopen weekend bestond uit een titelpagina, een hoofdstukindeling, op elke bladzijde paginanummer 1, en een bronvermelding.
Ze was zo serieus bezig geweest dat ik dacht dat het wel liep. Maar dit weekend bleek dat het vooral sjokte. Er stond wel wat, maar niet veel en een werkstuk was het nog niet.

Een klasgenootje van jongste vertrouwde me deze week een beetje verontschuldigend toe: "Mama heeft me wel wat geholpen met mijn werkstuk..." Ik kon haar vertellen dat dat mocht, en ze was zichtbaar opgelucht.

Gek is dat toch. We leren onze kinderen van alles, van jongs af aan. of het nu gaat om fietsen, met mes en vork eten, veters strikken. Geen mens zegt tegen zijn zoon of dochter: "Hier heb je je nieuwe schoenen, zie maar hoe je die touwtjes vastkrijgt. Het is de bedoeling dat je schoenen uiteindelijk strak genoeg om je voeten zitten, zodat ze niet uitglippen, en dat je niet struikelt. Succes. " We doen voor, laten zien, helpen, begeleiden, tot ze het uiteindelijk zelf kunnen. En dan kunnen ze het met hun nieuwe schoenen, met hun sportschoenen, met de strik op hun jurk en de veters van hun kleine zusje.

Maar met een werkstuk lijkt dat ineens een heel ander verhaal. Op internet zijn hele discussies te vinden over wel of niet helpen. De meningen variëren van "het is zijn eigen werkstuk, dat ga ik niet voor hem maken." en "als ik haar help leert ze er niks van" tot "eigenlijk maak ik het werkstuk grotendeels zelf voor mijn kind, anders wordt het niks".
Ouders zijn onzeker en vragen om elkaars mening. Mag je nou wel of niet helpen? Mag je het typen overnemen? Mag je de spelling controleren? Er worden meningen gegeven, er wordt geoordeeld. Ook ik voel twijfel. Moet ze dit nou niet zelf doen? Wanneer neem ik te veel over?

Eigenlijk is dat inderdaad heel gek Een werkstuk maken is ongeveer het moeilijkste dat een kind op de basisschool moet doen. Er komen verschrikkelijk veel vaardigheden samen: schrijven, informatie zoeken, informatie in je eigen woorden weergeven, een tekst opmaken, bepalen wat relevant is en wat niet. En dan heb ik het nog niet eens over de executieve functies, die op deze leeftijd nog lang, lang, lang niet ten volle ontwikkeld zijn: plannen, taakinitiatie (beginnen met een taak) timemanagement, concentratie, volgehouden aandacht, flexibiliteit, emotieregulatie.... Het is nogal wat, en NATUURLIJK hebben ze daar hulp bij nodig, een enkeling uitgezonderd. Ze moeten het leren, en leren doe je door na te doen, door adviezen op te volgen, door kijken wat anderen doen en dan weer een stukje zelf. Denken dat ze het zo wel redden met een A4-tje met eisen als aantal bladzijden en lettergrootte en de voorwaarde dat ze de informatie in eigen woorden moeten opschrijven is net zo bizar als denken dat een kleuter die weet dat zijn veters vast moeten dat zonder verdere instructie voor elkaar kan krijgen.

Dus we zijn haar gaan helpen. Wat wil je vertellen? Hoe wil je het vertellen? Welk plaatje past daar het beste bij? En eenmaal op weg geholpen bedenkt ze zelf de mooiste teksten, haar eigen woorden, die ik nooit had kunnen bedenken. Aan die eis is in ieder geval voldaan: je moet het in je eigen woorden opschrijven.
"Met de kegeltjes aan je netvlies zie je kleur en met de staafjes zie je donker en licht. De kegeltjes hebben allemaal een andere kleur, ze hebben een soort hobby. Mijn hobby is vioolspelen en de kegeltjes in mijn oog hebben rood, blauw of groen als hobby"
En natuurlijk moeten we het niet overnemen, net zo min als het handig is om de veters van je kind voor 'm te blijven strikken tot 'ie twaalf is (geloof me, het gebeurt).
En zo kon ze toch vanochtend haar werkstuk over gezichtsbedrog inleveren.
Trots op haar werk, en weer iets geleerd over het schrijven van een werkstuk, het vragen om hulp en natuurlijk over gezichtsbedrog.






maandag 25 april 2016

De iPad en de prefrontale kwab

Hij had echt buikpijn, en was echt misselijk. Toch stuurde ik hem naar school, want hij was niet ziek. Dat wist hij zelf ook, als was hij op dat moment nog niet zover dat hij dat kon uitspreken. Hij voelde zich immers wel ziek. Eenmaal op school ging het niet, zoals meestal, over. En halverwege het tweede uur kreeg ik een telefoontje. Dat'ie toch naar huis kwam, het ging echt niet. Ik was zelf aan het werk en toen ik later thuiskwam, zat hij achter de computer. Het ging alweer beter. De hobbel die hij over had gemoeten had hij weten te ontwijken, zijn lichaam gaf aan dat het gevaar geweken was en zijn buik kwam tot rust.

Het leven van een brugpieper is drastisch anders dan het leven van een basisschoolleerling. Je wereld wordt groter, je krijgt meer vrijheid, maar tegelijk wordt die vrijheid ingeperkt door allerlei dingen die moeten en bedreigd door allerlei verleidingen. De een pikt dat wat makkelijker op dan de ander. En deze brugpieper, mijn zoon van 12, die heeft het lastig. Op het eerste gezicht lijkt het soms onverschilligheid. Als hij op het laatste moment nog gauw iets moet afmaken, als hij weer niet heeft gekeken of al zijn huiswerk in zijn agenda staat, als hij weer lekker een dom spelletje zit te doen op zijn iPad in plaats van zijn woordjes leert. Maar het is geen onverschilligheid. Als het onverschilligheid was, dan zou hij geen buikpijn hebben, niet misselijk zijn, dan zou het hem niet interesseren.
Hij wil het zo graag goed doen. Hij wil hoge cijfers halen. En, laten we wel wezen, hij staat nog voor alles een dikke voldoende, wat hij regelmatig controleert.  Hij gaat ook graag naar school, vindt de meeste vakken interessant, de meeste leraren aardig en de meeste klasgenoten leuk.

Toch overkomt het hem meer dan eens dat het niet lukt.
Hij heeft last van de verleidingen van de iPad. De iPad die hij van school heeft, die hij ook nodig heeft voor zijn schoolwerk, maar waar je ook filmpjes op kunt kijken, spelletjes op kunt doen en met de hele wereld kunt communiceren, en vooral met je klasgenoten. De tijd vliegt, en voor je het weet is het bedtijd.
Hij heeft last van niet zo goed weten hoe je aan moet pakken als je niet zeker weet hoe iets het moet. Wanneer vraag je hulp? Aan wie vraag je hulp? Hoe vraag je hulp?
Hij heeft last van een paar executieve functies die nog niet zo ver ontwikkeld zijn. Executieve functies zijn vaardigheden die je nodig hebt om te kunnen functioneren. Voor de ontwikkeling van de executieve functies is het voorste deel van de hersenen belangrijk, de prefrontale cortex, of prefrontale kwab. En laat nou net dat gedeelte van de hersenen op deze leeftijd nog lang niet volgroeid zijn.
Da's lastig. Je kunt nog zulk goed gereedschap hebben, als je er niet mee om kunt gaan, krijg je geen spijker in de muur en geen plank doormidden. Zoons gereedschap is prima. Hij leert makkelijk, vindt veel dingen leuk en interessant, legt snel verbanden en heeft een uitstekend geheugen. Hij zit op een goede school, met onderwijs dat bij zijn niveau past. Maar die executieve functies....
Taakinitiatie bijvoorbeeld. Voor je al je spullen hebt gepakt, wat tegen je moeder hebt gezegd, bij je zusje hebt gekeken wat zij aan het doen is, nog iets tegen je moeder hebt gezegd, nog even gekeken hebt wat er op de tv is, toch nog even naar de wc bent geweest, iets aan je vader hebt verteld, nog iets lekkers hebt gepakt en o, waar had je je spullen nou neergelegd? Want ook organisatie is lastig. En timemanagement, en doelgericht doorzettingsvermogen. En soms de rest.
En ik snap het. Ik begrijp hoe moeilijk het is. Zonder verleiding van de iPad vond ik het vroeger al moeilijk. En als volwassene met iPad vind ik het soms nog steeds moeilijk.
Maar het komt wel goed. We hebben afgesproken het iPadgebruik sterk aan banden te leggen, en weer meer te helpen bij het plannen, en meer te overhoren. We zorgen voor meer overzicht, komen tegemoet aan de ontbrekende executieve functies. Want dat is geen onwil, het ligt aan het feit dat zijn prefrontale cortex nog niet volgroeid is. (daar schermen ze zo nu en dan mee hier in huis: daar kan ik niks aan doen, dat ligt aan mijn prefrontale kwabje)

Hij staat er zelf achter. Want onverschillig is hij niet. Zijn motivatie is in orde. Alleen moet hij nog even wat handiger worden met het gereedschap. En ook hiervoor geldt: oefenen helpt, en wat je aandacht schenkt, groeit.

maandag 23 november 2015

Marshmallows, tot 10 tellen en wachten bij de stoeprand

Responsinhibitie

Het kind dat altijd het antwoord als eerste door de klas roept
Het kind dat de vinger opsteekt.... en toch het antwoord door de klas roept
Het kind dat achter de bal aanrent als die de straat oprolt
Het kind dat al een mep heeft verkocht voor de ander heeft kunnen uitleggen wat hij precies bedoelde
De puber waarvan de ouders weer op school moeten komen omdat hij brutaal was en de leraar voor schut zette voor de klas
De puber die het krijtje naar de leraar teruggooide, tegen zijn hoofd
De puber die boos gebarend het lokaal uitloopt als hij merkt dat de toets moeilijker was dan hij had ingeschat
De volwassene die een zak chips opentrekt en hem in een kwartiertje leeg heeft
De volwassene die heel dicht op zijn voorganger rijdt, zijn middelvinger opsteekt naar medeweggebruikers en anderen afsnijdt

Soms is het beheersen van je impulsen gewoon onmogelijk
Een van de meest opvallende executieve functies is de impulsinhibitie, ook wel responsinhibitie of reactie-inhibitie. Het vermogen om je in te houden. Het is van alle executieve functies degene die zich het eerst ontwikkelt, maar niet bij iedereen even snel en in dezelfde mate, zoals uit de bovenstaande voorbeelden blijkt. De pre-frontale cortex, die zo belangrijk is voor de executieve functies, is pas volwassen als iemand zo tussen de 20 en de 25 jaar is, maar al tijdens de peuterleeftijd begint een kind te leren zich in te houden. Bij een peuter van net twee die een andere peuter een mep verkoopt omdat hij ook op het loopfietsje wil kijken we niet vreemd op, maar van een kleuter verwachten we dat hij even kan wachten tot hij aan de beurt is.
Toch blijkt ook dat voor de ene kleuter makkelijker dan voor de andere. Een beroemde test die op dit gebied is gedaan is de Marshmallowtest, waarbij kinderen alleen in een onderzoeksruimte worden achtergelaten, met voor zich een marshmallow. Ze hebben de keuze: meteen opeten, of wachten tot de onderzoeksleider terugkomt en dan eentje extra krijgen. De kinderen uit het oorspronkelijke onderzoek zijn gevolgd, en volgens onderzoeker Walter Mischel bleek dat de pubers en volwassenen die als kleuters in staat waren geweest de verleiding meteen te eten te weerstaan, gelukkiger, succesvoller en gezonder waren dan degenen die als kleuter meteen de ene marshmallow hadden opgegeten.
Inmiddels zijn er bij dit onderzoek wel wat kanttekeningen geplaatst. Zo zijn omgevingsfactoren belangrijk, Maar wel is het zo dat het kunnen beheersen van je impulsen je ook op latere leeftijd uit de problemen kan houden. Tot 10 tellen voor je een foute opmerking maakt (en dan ondertussen hebben bedacht dat je het beter niet kunt doen), ademhalen voor je iets roept, toch maar een mandarijn pakken in plaats van een groot stuk chocola....

Het mooie is dat we eerder hebben gezien dat oefenen helpt. Wat je aandacht schenkt, groeit. Dat geldt ook voor het beheersen van impulsen.

wordt vervolgd....

zaterdag 21 november 2015

Wat je aandacht schenkt, groeit

Het geldt voor bijna alles: wat je aandacht schenkt, groeit.
Het geldt voor vaardigheden: als je oefent, word je beter. Viool, cello, blokfluit, trompet of piano spelen, aan elkaar schrijven, eenwieleren, haken, timmeren, jongleren: oefenen werkt.
Het geldt voor gedrag: aandacht schenken aan het gedrag dat je wenst, en ongewenst gedrag zoveel mogelijk negeren werkt meestal het beste om gewenst gedrag te stimuleren.
Het geldt ook voor executieve functies. Natuurlijk, want ook dat zijn vaardigheden. De komende tijd wil ik aandacht schenken aan de verschillende executieve functies. Hoe merk je het wanneer een kind (of jij zelf) daar moeite mee heeft? Wat zijn hulpmiddelen om met die moeite om te gaan? Maar vooral: op welke manieren kun je deze vaardigheden oefenen? Welke aandacht heeft het nodig?