Posts tonen met het label wat op mijn pad komt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wat op mijn pad komt. Alle posts tonen

maandag 19 december 2022

50 brieven - het doet ertoe

Er zijn van die geijkte terugkijkmomenten. Oudjaarsdag bijvoorbeeld; hoe was het afgelopen jaar, welke hoogte- en dieptepunten hebben we beleefd? De verjaardag van  je kind: toen je geboren werd was opa een muurtje aan het bouwen... Dat muurtje moest toen maar even wachten.

Ik werd 50, bijna een maand geleden. 50 jaren om op terug te kijken. 50 jaren die niet altijd over de snelweg gingen, en ook niet altijd langs rustige provinciale wegen, maar ook over hobbelige weggetjes met kuilen en scherpe stenen en diepe afgronden ernaast, dwaalwegen en waarbeniknouweerpaden. Maar ook prachtige uitzichten, adembenemende landschappen en kronkelpaadjes van na elke bocht ontdek je wat.

In die 50 jaren hebben veel mensen even of langer met me meegelopen. Sommigen mijn hele leven, anderen alleen toen ik klein was, of juist pas sinds kort. Mensen die me gewoon gezelschap hielden op mijn reis, die me de weg wezen, die me vasthielden als ik bijna in de afgrond gleed of me overeind hielpen als ik struikelde over een steen. Of juist mensen die mijn voetstappen volgden, die ik de weg mocht wijzen of met wie ik samen op zoek ging naar de leukste paadjes en een zacht bloemenweitje om even samen genietend uit te rusten.

Al die mensen, ze zijn en waren zo waardevol en zo belangrijk, en misschien wisten ze het niet eens. 

En daarom ben ik gaan schrijven. 50 brieven. 50 brieven aan 50 mensen die iets hebben toegevoegd, verschil hebben gemaakt. Een bijzondere onderneming en een reis op zich. Ik kocht mooi briefpapier en kleurige postzegels en ging aan de gang, mezelf maar een paar restricties opleggend: met de hand geschreven, eerlijk, en niet meer dan een blaadje per persoon, twee kantjes, anders was het eind zoek. Er ging een begeleidend briefje bij met het waarom van mijn schrijven en dat iedereen zelf mocht weten of 'ie terugschreef. 



Ik schreef aan mijn tante, aan een vriendin van vroeger, een vriendin van nu, vriendinnen van vroeger en nu, van bijna heel mijn leven.

Ik schreef aan de kleuterjuf uit de tijd dat mijn moeder overleed. Nu, als volwassen juf van een kleutergroep kan ik me slechts inbeelden hoe diep zo'n gebeurtenis je als juf moet raken. Ze deed iets bijzonders en maakte verschil: de andere kleuters hadden een door hun moeder gemaakte gymtas. De juf maakte die van mij: Een witte katoenen tas met aantrektouwtjes en een applicatie van Bobo het konijn, speciaal voor mij. 


Ik schreef aan de lieve invaljuf van de lagere school, die net een beetje meer voor me zorgde dan voor een ander kind, en die bovendien zo heerlijk voorlas uit Kruimeltje, elke keer als ze er was een stukje verder. Ademloos luisteren en stiekem van binnen een beetje juichen als de echte juf of meester ziek was.

Ik schreef aan mijn klassenleraar van de middelbare school, die zag dat elke dag koken voor een 15-jarige puber invloed kan hebben op schoolprestaties en daarom een goed woordje voor me deed bij de rapportvergadering. Ondanks de normering ging ik over van de derde naar de vierde.

Ik schreef aan mijn mentor op de Pabo, die mij overeind trok toen ik dacht dat het niet meer ging lukken en me als cadeautje 3 stronkjes witlof gaf toen ik na zeven jaar studie met lof afstudeerde,  witlof met een lintje erom.

Ik schreef aan de directeur van de eerste school waar ik werkte, die zag wat ik nog te leren had en bereid was me dat te leren, ook in haar vrije tijd. Ze zag wie ik kon zijn en wees me een stukje de weg. En aan de adjunct-directeur, met wie ik zulke mooie gesprekken had. We  lieten elkaar stralen.

Ik schreef aan collega's, aan vrienden van mijn vader, aan buren van vroeger. 

En ik schreef aan de belangrijkste mensen in mijn leven, mijn man en mijn kinderen. 

50 mensen kregen een brief, onverwacht, onaangekondigd. En hoewel ik had geschreven dat ze zelf mochten weten of ze antwoordden, deden ze dat bijna allemaal. Prachtige post, kaarten, brieven, appjes en mailtjes. Veel mensen hadden het nooit door gehad, hoe belangrijk ze waren, dat ze echt verschil hadden uitgemaakt. Dat mijn leven er door hen anders, mooier, leuker op werd. Voor velen was het bovendien de eerste handgeschreven brief die ze in jaren hadden ontvangen.

Het mooiste antwoord kwam van mijn oudste dochter: 50 dingen die ze in de afgelopen 21 jaar van me geleerd heeft: 

- je hebt me geleerd om al het eten te proberen
- maar ook dat het niet erg is om iets niet te lusten
- je hebt me geleerd dat het nooit te laat is om iets nieuws te leren
- je hebt me geleerd dat doe-cadeautjes waardevoller zijn dan heb-cadeautjes
- je hebt me geleerd om nooit pindakaas te eten in openbare ruimtes
- je hebt me geleerd dat verlegen zijn geen probleem is
- en dat het ook geen reden is voor andere mensen om over je heen te praten
- je hebt me geleerd om altijd vriendelijk hoi terug te zeggen, ook al heb je geen idee wie je net groette
- je hebt met geleerd tevreden te zijn met de kleine dingen

en zo nog 41 prachtige, grappige, ontroerende leerpunten. Een cadeau op zich, waarvan ik een kopie in mijn agenda bewaar, die zal meegaan naar mijn volgende agenda en elke agenda die daarop volgt.

Het schrijven van de brieven, en het lezen van de antwoorden, heeft me iets bijzonders gebracht. Het doet me, nog meer dan voorheen, beseffen hoe belangrijk we voor elkaar zijn. Het maakt uit wat je doet, wat je zegt, wie je bent. En dat wist ik al wel, natuurlijk wist ik dat, maar ik ben me er weer even diep van bewust. Wat ik zeg, wat ik doe, wie ik ben, het maakt uit. Het kan verschil maken in het leven van iemand met wie ik even meeloop, een vriend, vriendin, een leerling, of de buschauffeur die ik vriendelijk goedemorgen wens. Het doet ertoe.



donderdag 23 juni 2022

Graspieper

Daar sta ik dan half 7 's ochtends op het station in Brummen. 10 minuten geleden sloeg het noodlot toe. Nou ja, noodlot... klein noodlotje. 

"Tik!" ik keek achterom, maar zag niks. Keerde mijn fiets en reed een stukje terug. Ik wist bijna zeker dat er iets van mijn fiets was gevallen, maar zag niets liggen en dus fietste ik verder.

Toch was er iets mis, echt lekker fietste het niet meer. Of verbeeldde ik me dat? Maar een eindje verder wist ik het. Shit, lekke band. Daar sta je dan, half 7 in Brummen.

Ik was vroeg wakker, overtuigd wakker. Mijn hoofd stond aan en mijn slaap stond uit. Ik keek op de wekker, 05:15 gaf die aan. Door de gordijnen zag ik hoe mooi het licht buiten was en ik besloot dat 't een goed idee was om gewoon nu op de fiets te stappen. 

Een snel ontbijt en daar ging ik, om half 6. Het bleek inderdaad een goed idee te zijn. Ik fietste over de zomerdijk langs de IJssel, omringd door zonnig gras, zacht licht, hazen, graspiepers en gele kwikstaarten. Ik plukte een nieuw boeketje voor in mijn stuurvaasje en had het fijn met mezelf. 

Ik had mijn route grofweg uitgestippeld. Heen langs de IJssel en terug wat meer door het bos, misschien kwam ik nog wel een ree tegen. Maar toen die tik en een leeglopende band in Brummen.

Natuurlijk wilde Dick me wel komen redden. Maar ik dacht  het station nog wel te halen en kocht een fietskaartje. Daluren stond erbij. Dat werd een spannende exercitie, want eigenlijk waren de daluren voorbij, zij het pas net. Ik besloot het er toch op te wagen. 

En dus sta ik nu op station Brummen en wacht ik op de trein. Ondertussen inspecteer ik nog een keertje mijn band. Hé, het ventieldopje is weg... en het ventieltje zit los. Was dat die ti
k die ik hoorde? Misschien, met een beetje geluk... Ik draai het ventieltje vast, maar ja, het leed is al geschied, de band iss onmogelijk bruikbaar in de huidige staat.

Een kwartiertje later komt de trein aan. Hij is bijna leeg, mijn fiets kan er makkelijk in. Helemaal aan de andere kant van de trein stap de conducteur uit. Ik wacht tot hij mijn kant op kijkt en roep naar hem: "Mag mijn fiets mee?" De conducteur kijkt op zijn horloge. "Nee," schudt hij. 

"Ik heb een lekke band!" roep ik verontschuldigend. 

"Heb je een lekker band? En wil je mee tot Zutphen?" Ja, tot Zutphen. 't Is maar een klein stukje.  Met de trein dan, lopend is 't een rotend. Hij kijkt naar zijn lege trein en naar mijn fiets. Het past makkelijk, dat ziet hij ook. Niemand zal er last van hebben.

"Welke band dan?" "Achter." Ik knijp erin om de lege staat te demonstreren. 

"Die is niet lek, die is leeg!" roept de man, die kennelijk beschikt over haviksogen en een nogal wantrouwende aard, vanaf 25 meter verderop.  Ehm.. ja, dat zou ook kunnen, ik weet het nog niet zeker. Het effect is toch nagenoeg hetzelfde, fietsen zit er niet meer in. En het was 10 voor 7, ik ben inmiddels verkleumd en moet vreselijk nodig naar de wc.  Maar het gaat niet gebeuren, De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en ik sta met mijn fiets aan de verkeerde kant.

En ik begrijp het, volgens de boekjes is het spitsuur, ook al was de trein leeg. Als de trein vol had gezeten had ik het niet meer dan logisch gevonden. Maar nu blijf ik staan met een naar gevoel. Een conducteur die mij niet kent, maar mij toch niet vertrouwt, die er kennelijk vanuit gaat dat ik willens en wetens mijn band leeg heb laten lopen omdat ik geen zin had om te fietsen. Het doet pijn om niet vertrouwd te worden en ik verdien het niet. Had ik zonder te vragen mijn fiets de trein in geschoven, dan had ik even later in Zutphen gestaan. De wantrouwende conducteur met haviksogen had het nooit in de smiezen gehad, want hij keek de andere kant op. Maar ik wilde het juist vragen, omdat ik dat de juiste manier vind. Maar toevallig tref ik net die ene conducteur die met z'n verkeerde been uit bed is gestapt, een zware nachtdienst achter de rug heeft  of een ruzie met zijn vrouw. 

Dick is me komen redden. Gewapend met een fietspomp is hij naar Brummen gereden. We hebben het nog geprobeerd, de bank plat en de fiets achterin, maar het paste niet. En dus ben ik toch naar huis gefietst. Niet door de bossen, maar de saaie snelste weg, want om kwart over 8 zou ik worden opgehaald. En bovendien had ik het intussen nog kouder en moest ik nog nodig naar de wc.

Ik ga mijn best doen. Van deze rit wil ik de hazen bewaren in mijn hoofd, het stuurboeketje, het zonnige gras en het zachte licht. De gele kwikstaart en de graspieper. En niet die ene perronfluiter.


vrijdag 2 juli 2021

Nieuwe woensdagjuf



 "He, kijk jongens, nu staat niet alleen juf Hanneke, maar ook juf Yvonne in de klas! Juf Yvonne, zullen wij ons geheimpje dan ook maar meteen aan de kinderen vertellen?" 

Ik ben even binnengewipt bij de giraffen, mijn buurkleuters. Ik ben vanochtend op mijn vrije dag naar school gefietst, speciaal voor de schoolfotograaf. De kans om nog even met mijn duo-collega, die volgend jaar naar een andere school gaat, en onze tijgers op de foto te gaan, laat ik niet voorbij gaan. 

Het is een vak apart, schoolfotograaf. Je begint met een klontje opgewonden kleuters. Daarin schep je langzamerhand orde. "Jullie op de bank daar achter. Nee, staan. Jullie op dat tafeltje, deze twee op dat tafeltje. Durf jij op die hoge stoel? Nou jullie ervoor,  jullie ernaast...  Nee, niet aan elkaar zitten! Jullie op dat bankje, jullie moeten wel blijven staan, anders zie ik jullie niet! Juffen op de krukjes, verlegen meisje op schoot... En dan jij je hand op de schouder van de juf. Jij je knie die kant op, nee, je andere knie. Nee, de andere kant op! Niet staan op die hoge stoel, zitten!! Juf, nog ietsje naar die kant! Andere kant, beetje naar achter ook..."  Er moet nog een snotneus afgeveegd, nog een veter gestrikt, andere schoen ook, en dan wel weer je voet zoals die zonet lag. 

En dan schallen er allerlei lekkernijen over het plein, die de groep, inclusief juffen, braaf naschalt: "Koekieieieies! Macaronieieieieieie! Spaghettiiiiiiii!: Broccoliiiii! Sushiiiiiii!" Als daar geen mooie tandpastalachfoto's uit voortkomen....

En nu naar de portretfoto's. "Blond dromertje! kom nou, we gaan nu nog niet spelen, straks pas. Eerst op de foto. Als je er dit jaar wéér niet op staat, krijgen we ruzie met je moeder!" Na het debacle van vorig jaar heeft mijn duo besloten dat er dit jaar toch een aftekenlijst moet komen. De portretfotograaf ziet het. "Ah, eentje gemist de vorige keer? Maak ik twee keer per jaar mee, en het jaar daarop hebben ze dan op die school een aftekenlijst."

Nadat iedereen vrolijk of een beetje gespannen op de foto is gekomen, kan ik eigenlijk wel weer naar huis. Ik blijf nog even kletsen op het plein en wip dan even binnen bij de buurkleuters, de giraffengroep.

Met juf Hanneke, de juf van groep 3 sta ik bij de deur. De oudste kleuters die na de vakantie naar groep 3 gaan, komen bij haar in de klas, dat weten de kinderen al. "Maar, wie staat er altijd op woensdag in de groep als ik een dagje vrij ben?" Juf Diane kijkt de kring rond. Zouden ze de naam nog weten? Zo lang is deze woensdagjuf er nog niet. "Juf Marieke!" "Ja, juf Marieke. Maar die gaat volgend jaar ook weer op een andere school werken. Wie denken jullie dat dan volgend jaar op woensdag zal komen?" "Die juf met die blauwe ogen!"

Midden in de kring, ten overstaan van alle kleuters, kijkt Diane me diep in de ogen. "Nee, bruin! Welke juf met bruine ogen zou volgend jaar onze juf op de woensdag worden?" Lachend kijken we elkaar aan. Ze hebben het nog steeds niet door.. Best ingewikkeld, ook al die juffen, juf Hanneke, Juf Yvonne, hou ze allemaal maar 'ns uit elkaar...

En dan valt het kwartje bij een kleine giraf in een lichtblauw T-shirt, ineens weet hij het: "Juf Vonneke!"

zaterdag 6 februari 2021

Ogen

Ik ben niet de enige. Een echtpaar, allebei op eenzelfde fiets, een man alleen met een fototoestel met grote lens, opa en oma met twee kleinkinderen, twee wandelende vriendinnen, een joggende vrouw.... Allemaal komen we kijken naar het hoge water in de IJssel. Echt druk is het niet, iedereen heeft de ruimte. Een mooie balans tussen geven en nemen. 

Het water steeg wel hoog, maar wonder boven wonder ging Zutphen niet ten onder. Nou ja, het onderste stukje van de kade wel. Wie vandaag op een bankje naar het water wil zitten kijken, moet pootjebaden. Iedereen blijft op de hogere kant staan, op twee vrolijke kinderen in rubberen regenlaarzen na, die in de grootste plas spelen die ze ooit tot hun beschikking hadden.

Ik fiets en loop verder langs de rivier. Overal water. De hekjes, die je normaal open moet doen om in de uiterwaarden te komen zijn nog net zichtbaar., de uiterwaarden opgeslokt door het water. Struikjes zijn waterplanten geworden en de bomen torenen rustig boven de watervlakte uit. Ze weten al lang dat het weer goed komt. Over een poosje zullen ze hun voeten weer kunnen zien. 

En opeens besef ik: hier gebeurt iets bijzonders! Ik zie ogen! Lachende ogen, genietende ogen, contact makende ogen. Ogen met lachrimpeltjes er omheen, glinsteringen erin. Zie je het ook? Mooi is het he? Kijk, dat water! Allemaal apart, maar toch samen, genieten we van de schoonheid van het water. En we kijken elkaar aan. 

In het begin van de maatregelen om Covid in de dammen, viel dat me ook op. Mensen keken elkaar ineens weer aan, glimlachten meer. Welke kant ga jij op? Dan neem ik die andere. Een stille dans met winkelwagentjes in de supermarkt, zonder botsingen en haperingen, gechoreografeerd door de bijzondere situatie waarin we met zijn allen terecht waren gekomen. Maar de laatste tijd mis ik ze, de ogen. Alsof mensen niet alleen hun mond en neus verbergen achter mondkapjes, maar er tot hun wenkbrauwen in weg proberen te kruipen. Weggedoken in zichzelf, contactloos boodschappen doen. Als het mondkapje af gaat, blijft de blik verduisterd. Maar af en toe kruist een blik per ongeluk de mijne, en als ik dan vriendelijk glimlach, lijkt het of mijn ogen de ander aanzetten. "O ja, zó was het, mensen zien..." Ik hoop dan altijd dat ze de glimlach doorgeven aan de volgende, want het is zo nodig. 

Vandaag is niemand weggedoken. Lachende ogen, blozende wangen, genietende mensen. Op afstand, maar samen, verbonden met de ogen.  En ik weet dat het de komende dagen meer gaat gebeuren. Langs het water, in de sneeuw die zal gaan vallen. Mensen die plezier hebben, genieten van hoe mooi het is.

En als de sneeuw is gesmolten... Ach, ik hoop gewoon dat het blijft, die ogen...

donderdag 14 januari 2021

Iets minder uppie

Tip 1: We merken dat o.a. de telefoon een grote afleiding is tijdens de online lessen. De groepsapp/WhatsApp wordt veelvuldig gebruikt. We horen dat in sommige gezinnen de telefoon elders moet liggen tijdens de lessen. Wellicht zou dit ook voor uw zoon of dochter kunnen werken. 

Samen met mijn jongste dochter lees ik de mail van haar mentoren door. De kinderen hebben alweer  een poosje online les via Zoom. Prima geregeld op haar school, maar het is natuurlijk niet zoals anders. En als je afgeleid wordt door appende klasgenoten is het nog moeilijker opletten. Mijn dochter is niet een van de grootgebruikers van de groepsapp. Er wordt een hoop in geouwehoerd en ze heeft niet zoveel behoefte zich erin te mengen. Maar als ik begin over telefoon beneden laten, zie ik aan haar dat dat niet goed valt. 
"Nee, ik app niet, ik Facetime met mijn vriendinnen tijdens de les."' Hmmm... wel heel eerlijk, maar of dat nou de bedoeling is.... Ik deel mijn bedenkingen. begin over afleiding, misschien toch telefoon beneden, niet verstandig en meer opvoedkundig gewauwel. 
Er verschijnen tranen in de ogen van dochter die ik niet had zien aankomen. Hier is meer aan de hand, dit is belangrijk. Ik probeer het nog even met Facetimen tijdens pauzes, niet tijdens de les, of wel tijdens samenwerken, maar verder niet. In tranen vertelt ze dat ze dan maar heel weinig tijd overhoudt, want de leraren geven niet zoveel tijd om samen te werken. Logisch, de lessen zijn al verkort van 80 minuten naar 50 minuten, daar moet een hoop informatie in worden gepropt.

En dan zie ik mezelf zitten met mijn vriendinnen op de middelbare school. Naast elkaar, luisterend, fluisterend, oplettend, giebelend, werkend, overleggend, zwijgend en kletsend. Bij de ene les waren we drukker dan bij de andere. We wisten precies bij welke leraar we wel wat konden maken en bij wie we echt stil moesten zijn. Bij wie we de stopwoordjes openlijk konden tellen, bij wie we niet verder moesten gaan dan blikken wisselen achter een  omgedraaide rug. Soms kregen we op ons lazer omdat we niet op zaten te letten.  De jongens voor ons kregen strafwerk omdat ze naar ons omgekeerd zaten, reuzegezellig. Wij maakten de helft, eerlijk is eerlijk. Natuurlijk merkte de leraar het, hij benoemde mijn herkenbare slordige handschrift met een onverwachte vleug waardering in zijn stem. Soms bleven we na de les even hangen om een vraag te stellen, of we maakten even een kletspraatje in de wandelgangen.
Als het regende, kon het zomaar gebeuren dat mijn vriendin, die een slordige 15 km naar huis moest fietsen, zei: "Ik heb geen zin om te fietsen hoor, ik blijf wel bij jou slapen." We waren samen, hadden lol, werkten hard, maar we waren samen.

Mijn kind zit nu, net als haar klasgenoten en de rest van de jonge mensen in Nederland, in haar uppie op haar kamer haar lessen te volgen. Ze werkt keihard. In haar uppie. Elke ochtend gaat ze naar boven, school aan haar bureau. In haar uppie. Een lijstje met zoomcodes op haar bureau in plaats van lokaalnummers waar je kletsend naartoe wandelt. Camera aan, microfoon uit. Gezien, maar niet gehoord.  Natuurlijk mag je vragen stellen, maar de drempel is hoger dan even blijven hangen na de les en de wandelgangen zijn kort en zonder kletspraatjes. Na schooltijd maakt ze huiswerk. In haar uppie. 
En ik besef: Facetime is haar kletsen. Haar overleggen, haar giebelen, haar samenwerken, haar blikken wisselen. Haar horen en gehoord worden.

Ik gun het haar, en ik wil het haar niet afnemen. We spreken af dat ze zelf de verantwoordelijkheid heeft om tijdens belangrijke en ingewikkelde instructies Facetime uit te zetten, maar dat ze van mij verder haar gang mag gaan. Kletsen, overleggen, elkaar helpen en elkaars vragen beantwoorden. En misschien krijgt ze een keer op haar lazer als ze niet op zit te letten. Daar zit ik niet zo mee. Dat leert ze vanzelf bij welke leraar je wel kunt kletsen, en bij wie je echt stil moet zijn.

Ik gun het haar, iets minder uppie, iets meer samen.

vrijdag 25 december 2020

Eén kaars maakt de nacht minder zwart

 "Het lontje is verzopen"

Een van de kinderen zou de kaars aansteken, maar dat was niet gelukt. De dominee schoot te hulp. Zij hield het kaarsje dat was aangestoken aan de paaskaars bij de kerstkaars in het mooie bloemstuk voor de pilaar. Ook zij kon niet goed in de kaars kijken en kreeg het vlammetje niet gaande. Ze ging op het krukje staan, dat bedoeld was voor het kaarsaansteekkind. Een beetje dichter bij de hemel, zien met eigen ogen waar ze het vlammetje moest richten. misschien hielp het. Maar ook dat mocht niet baten. De koster werd opgetrommeld, maar ook die kwam niet verder dan een even opvlammend en vervolgens weer uitdovend lontje. Het had iets verdrietigs. In deze donkere tijden hebben we licht nodig. 

Er zaten nauwelijks mensen in de kerk: alleen de mensen die een taak vervulden konden aanwezig zijn. En toch... we wisten ons verbonden met de hele gemeente, en met alle andere mensen die vandaag, waar ook ter wereld, kerst vieren. Het meisjeskoortje stond gericht op de camera en er keken zoveel mensen mee, dat de lijn het niet aan kon en het beeld was weggevallen. Dat probleem was gelukkig al snel opgelost. Een koster is vaak even onmisbaar als onzichtbaar, in zekere zin een vitaal beroep. 

Als zelfs de koster het niet op kan lossen wordt het ingewikkeld. Het was niet anders. "Het lontje is  verzopen",  was de nuchtere verklaring van de dominee. De dienst werd vervolgd, min of meer probleemloos. Het koortje zong, bescheiden en zuiver, de dominee sprak warme woorden van verbondenheid, van gemis, van anders dan anders, en van licht. 

Eén ster 
maakt de lucht minder dreigend.

Eén kaars
maakt de nacht minder zwart.

Toch jammer dat die ene kaars nou juist niet aan wilde gaan. 

Ik deed iets dat volgens de norm niet helemaal in de haak is. Dat is niet mijn gewoonte. Ik heb niets tegen regels, en houd me er meestal braaf aan. Ik pakte uit mijn tasje, dat tussen mijn voeten op de grond stond, mijn mobiele telefoon en appte naar huis. "Kun je niet even een kaars komen brengen?" Na wat heen-en-weer-geapp werd er stilletjes een klein kaarsje bezorgd. Het werd via-via doorgegeven aan de koster, die, zelfs zonder dat de dominee het in de smiezen had, het licht terugbracht in de kerk. Het vlammetje scheen vrolijk. Het donker was een beetje lichter.




vrijdag 20 november 2020

Anders dan anders, maar wel gracieus!

 "Je moet op de tafel staan juf, dan gaan wij voor je zingen!" Ik had zo mijn bedenkingen, ik hoef niet zo nodig op tafels. Maar "dat deed de andere juf ook!" 

Mijn verjaardag is anders dan anders dit jaar. Woensdag heb ik mijn verjaardag voor het eerst in jaren  met een klas vol leerlingen gevierd, dat op zich is al bijzonder natuurlijk. Ik besef dat ik bof, want wie heeft die kans nou op dit moment zijn verjaardag te vieren in een groep met 24 feestvierders? Ik prijs mij ook om deze reden zeer gelukkig met mijn baan in het onderwijs, en met het feit dat de scholen open zijn.

Vanochtend werd ik slaperig maar vrolijk toegezongen door de aanwezige huisgenoten en werd ik verwend met knuffels, felicitaties en mooie geschenken. Daarna ging ieder zijns weegs. Zoon naar school, man aan 't werk en jongste dochter toog naar haar slaapkamer om achter haar bureau aan haar zoomlessen te beginnen. Ze neemt haar klasgenoot met corona niets kwalijk, hij kan er tenslotte ook niets aan doen, en komt goedgemutst zo nu en dan wat lekkers halen tussendoor. Thuiszitten heeft ook voordelen.

"Hieperdepiep, HOERAAAA!!! Hieperdepiep.... HOERAAAAA!!! En een klein hiepje... hoi!" Helemaal zelfstandig zingen de kleuters mij toe. De oudsten nemen het voortouw en zelfs het mannetje van net 4, dat mij voor vandaag nog nooit had gezien, zingt en hoeraat enthousiast mee. Ik aanschouw het even ontroerd als vermaakt, vanaf de grote ronde tafel in het midden van de kring, waar ik toch maar opgeklommen ben.

Mijn vriendin komt lunchen. Reuzegezellig, en lekker ook. Het is anders dan vorig jaar, toen zaten we tussen de middag samen in een restaurant in de stad. Maar anders is niet erg. We hebben het fijn en ik geniet. Ik voel me jarig, fijn, klein jarig.

In de deuropening staat de moeder van mijn jongste bijna-kleuter. Hij is nog aan het wennen en wordt aan het eind van de ochtend opgehaald. Vanaf mijn hoge positie leg ik uit dat het niet mijn gewoonte is om op tafels te staan, maar dat ik zojuist mooi ben toegezongen vanwege mijn verjaardag. Vanuit de deuropening worden mij felicitaties toegeworpen. Bijna-kleuter rent naar zijn moeder en ik zeg: "O, wacht even bijna-kleuter, ik zal jou alvast je traktatie geven.!" 

Als mijn vriendin weer weg is, lunch ik nogmaals, met man en kind. Heerlijk, en weer reuzegezellig. Ook de oudste dochter komt thuis. Elke week vind ik het een cadeautje als ze er weer is, thuis uit haar andere thuis in haar studentenstad. Deze week is ze een cadeautje met een cadeautje. Zoon heeft een lange dag op school, maar ook hij komt uiteindelijk naar huis. Meer mensen komen er niet, dit is het, en dit is genoeg, de liefste en mooiste mensen die ik heb.  Ooit leerde ik van een dierbare vriendin die wist dat haar overgebleven hoeveelheid verjaardagen nog maar heel klein zou zijn: "Het maakt niet uit hoe je het viert, maar vier het!" Ik doe het, ik vier het. Klein en innig.

Snel stap ik van de tafel om een zakje kruidnootjes voor bijna-kleuter te pakken. Tenminste, dat is mijn niet zo goed uitgewerkte plan. Ik let niet goed op waar op het tafelblad ik mijn voet neerzet en ik voel de tafel kantelen. Terwijl ik mijn evenwicht verlies, voel ik de tafel achteruit onder mij weg rijden op de wieltjes die (dom!) niet op de rem staan. Mijn billen landen op het tafelblad en ik glijd, gracieus, het moet gezegd,, van boven naar beneden en land midden in de kring op de grond. Heel even is het stil, dan klinkt voorzichtig uit de deuropening "Gaat het?" Ja, het gaat, en ik schiet in de lach. Ontlading in de kring, schaterende kleuters. 

"Juf! Dat was een mooie sliding!" 

woensdag 30 september 2020

We zetten d'r een plant voor

 "Daar zetten we een plant voor!" 

We waren aan het verven en behangen in ons huis in Utrecht. Ons eerste huis samen, de tijd dat we ontdekten dat we samen konden behangen, zonder ruzie, en van anderen hoorden dat dat best bijzonder was. Een goed voorteken voor een goede relatie zou het zijn. Inmiddels, bijna 20 jaar getrouwd, weten we dat we ook nog eens samen kunnen koken en kamperen, zonder gebakkelei.

Ergens op de muur weken twee behangbanen een beetje, en we kregen het niet recht getrokken. Maar, niet getreurd, daar zouden we wel een plant voor zetten, ziet niemand. Het bleek een handig idee. Bij elke bobbel, elk scheurtje, elke gemorste verfdruppel en ook daar waar tot onze schrik en ons vermaak de woorden die we voor het behangen op de lege muur hadden geverfd door het behang heen zichtbaar bleken, zouden we gewoon een plant zetten. Hadden we al die planten werkelijk neergezet, dan hadden we in een waar oerwoud gewoond.

We gebruiken het nog steeds, hartstikke handig, die planten. Een rits in een jurk die niet zo goed gelukt is? Zet je d'r toch gewoon een plant voor? Een tekening waar je niet tevreden over bent? Plant ervoor. De worstenbroodjes die zoon had gemaakt en die van hem het predicaat 'het oog wil ook wat, het oog heeft pech' kregen, maar verder prima smaakten: Een plant ervoor en je hebt nergens meer last van.

Op ons witte kastje met spelletjes en tekenpapier staan twee van die kleine Zweedse ladekastjes. In de laatjes zitten potloden, kleurpotloden, pennen, scharen en meer van dat soort spul. Blankhouten kastjes zijn het. Nou ja, dat waren het. Het waren blankhouten laatjes toen we ze kochten, toen de oudste er haar tekenspullen in bewaarde, toen de middelste zo gebruikte... En toen kwam nummer 3. Zodra zij een potlood vast kon houden, tekende ze. En waar haar grote broer en zus gewoon genoeg hadden aan tekenpapier, vond deze dame dat de laatjes wel wat opleuking konden gebruiken. Binnen de kortste keren zaten ze onder de krassen, vlekken en strepen. Mocht niet, maar de verleiding was te groot, er was geen houden aan. Ach, zeiden we nog, we zetten er een plant voor. 

Inmiddels is onze beoefenaar van de vrije expressiviteit al lang de leeftijd ontgroeid dat ze laatjes onderkladt. De hoogste tijd om er wat aan te doen dus. Verf gekocht, kastjes geverfd: wit met blauw, groen en grijs. Als je ze open trekt, zie je nog de oude kunstwerken, want eigenlijk was het ook wel een beetje leuk. 

Nu nog zorgen dat de kastjes niet weer een dumpplek wordt voor sleutels, bonnetjes, papiertjes, gevonden steentjes, kapotte pennen en inhoud van de diverse broekzakken. En natuurlijk is daar een oplossing voor. 

We zetten d'r een plant voor.... ehm... op!


maandag 17 augustus 2020

Voor 20 cent vertrouwen

Ze staan te smoezen aan de andere kant van het groenteschap. Drie van de vier jongens ken ik, zaten afgelopen jaar bij ons in groep 8. Over de broccoli heen zie ik ze overleggen en fluisterend naar het geld in hun handen kijken. Ineens staan twee van hen voor een mevrouw vlakbij me. De trouwste ogen en de vlotste babbel zijn afgevaardigd. "Mevrouw," beginnen ze onschuldig, "kunt u misschien 70 cent ruilen voor 90 cent? We hebben 20 cent te weinig." Tja, je kunt het altijd proberen natuurlijk. Ik geef ze weinig kans, en inderdaad. "Ik heb geen contant geld meer jongens." zegt ze "en ik denk ook niet dat jullie bij andere mensen veel succes hebben, want bijna niemand heeft nog contant geld in zijn portemonnee nu." Ze heeft een punt natuurlijk. Nog afgezien van de toch wel een beetje gekke vraag. De jongens druipen af. Ineens krijg ik een ingeving. Deze jongens, juist deze jongens, gun ik een gelukje. gun ik het vertrouwen van zomaar iemand .Voor ik het zelf goed en wel in de gaten heb, roep ik de jongens bij me. Ik zie het 'O, shit, betrapt.' in hun ogen. "Wat hadden jullie nodig?" vraag ik. De trouwste ogen leggen uit dat ze 20 cent nodig hebben, want ze hebben maar 70 cent en ze moesten 90 hebben. Ik zoek in mijn portemonnee en vind daar het geluk in de vorm van 20 cent en overhandig het. "Dank u wel!!!" Dit hadden ze niet aan zien komen. "Yes, nu kunnen we..." De rest hoor ik niet meer, ze lopen naar de andere kant van de winkel. Meteen slaat de twijfel toe. Was dit wijs? Kunnen ze voor 90 cent energiedrank kopen? Dat wil ik helemaal niet sponsoren! Wat gaan ze doen met het geld? Moet ik het vragen? Maar ik wil ze juist het vertrouwen gunnen en het niet vragen. Op hoop van zegen dan maar. 

Even later loop ik met mijn dochter en mijn boodschappen over het plein bij de supermarkt. Daar zitten ze op een bankje, met tussen zich in een doos met dubbellolly's. Niks geen energiedrank, ze zitten gelukkig te wezen met de goedkoopste ijsjes die er zijn ."Eet smakelijk mannen!" roep ik ze toe. Glunderend roepen ze "Ja, dank u wel!"

Terwijl ik wegloop vraag ik mezelf nog even af of ik nog iets moet zeggen over verpakkingen en prullenbakken. Neh.... vertrouwen.

woensdag 12 augustus 2020

Het is geen wedstrijdje

Onlangs stond in het AD een brief die viraal ging. Het was de prachtige brief van meneer Hoek, waarin hij  jongeren oproept om vol te houden in deze coronatijd. Zelf was hij jongere in de oorlog, en hij zag 10 jaar van zijn leven in rook opgaan. Een mooie, persoonlijke brief, die viraal gaat. Terecht, want hij brengt iets belangrijks onder woorden, op een prachtige, invoelende manier en heel helder verwoord. Natuurlijk komt die brief ook bij jongeren terecht. En ze worden geraakt, en reageren, onder andere op de site van de NOS. Ze vertellen dat ze het begrijpen. Dat ze echt wel zien dat de jeugd van meneer Hoek vele malen vreselijker was dan wat zij nu meemaken, maar dat zij echt ook veel missen. Vrienden, examengala's, feestjes. Ze zijn verdrietig en voelen zich eenzaam. En op hun reacties wordt ook weer gereageerd: Begrip, maar vooral onbegrip, woede, minachting, van alles komt voorbij. Hoe kun je je gebrek aan feestjes, een verpeste diploma-uitreiking en even niet kunnen chillen met je vrienden nou vergelijken met opgroeien in de oorlog, met alle verschrikkingen die de mensen van toen meemaakten. Schaam je!

Ik kwam de discussie tegen op de facebookpagina van The Best Social Media. Mijn reactie maakte veel los, en dat is de aanleiding voor deze blog.

Ik ben 47. Mijn moeder overleed toen ik 5 was. Vreselijk natuurlijk, je gunt het geen enkel kind. Ik werd opgevoed door een reeks van meer dan 10 gezinsverzorgsters van rond de 20, hoe het met menstruatie zat leerde ik uit een boekje dat mijn vader me toeschoof. Toen ik voor het eerst naar de lagere school ging, ging ik zonder moeder. Ook zonder vader, want die was al naar zijn werk als ik naar school ging. Vanaf mijn 15 kookte ik dagelijks thuis, want vanaf toen hadden we geen gezinsverzorging meer. Toen ik trouwde, stonden we op de foto met mijn schoonouders en mijn vader. Zonder mijn moeder. Ik werd zelf moeder, en kon niet even om advies vragen, kon niet tegen mijn moeder vertellen dat haar kleindochter naar haar genoemd was. Groot verdriet, groot gemis, dat onvermijdelijk mijn hele verdere leven heeft beïnvloed.

Dat betekent niet dat iemand anders niet intens verdrietig mag zijn als zijn hond doodgaat. Je maatje verliezen, waar je voor zorgt, die altijd blij is als je thuis komt, met wie je kilometers door het bos en langs het strand hebt gestruind. Niet te vergelijken met het verdriet om een overleden moeder. Minder levensbepalend, en misschien komt er na een paar maanden wel een nieuwe hond. Maar het is wel verdriet. Ander verdriet, dat er net zo goed mag zijn, met tranen, schokschouderend snikken, missen, rouwen, zo lang en zo veel als nodig is. Het heeft het niet nodig om afgezet te worden tegen mijn verdriet, het mag naast elkaar bestaan.

Mijn kinderen zijn 18, 16 en 13. Een jongvolwassene en twee pubers. Hun leven stond op de kop dit jaar, net als dat van iedereen. Een eerste studiejaar dat heel anders verliep dan verwacht, weer thuis komen wonen in plaats van op kamers, weer een kamer delen met je kleine zusje in plaats van een heel appartement met je beste vriendin, geen studentenleven, Geen gekkigheid met je vrienden, niet af en toe poolen, geen mountainbikeweekend, Een brugklasser die geen brugklas om zich heen had, online lessen volgen in je uppie op je kamer, motivatie behouden zonder contact met anderen,


orkesten die ineens werden stopgezet, een geweldige muziekreis die niet doorging, terwijl ze zich er enorm op hadden verheugd. Als ze later zelf misschien wel kinderen hebben, zullen ze over deze tijd vertellen.: "We konden toen maanden lang niet naar school. Je mocht elkaar niet omhelzen, niet eens een hand geven, want je moest 1,5 m afstand houden, feestjes mochten niet, en de orkesten gingen niet door. Maar gelukkig ging het na een poos wat beter, en toen mochten we weer iets meer, en uiteindelijk werd alles wel weer gewoon, maar dat was pas een jaar later."


Ze hebben nergens moeilijk over gedaan, mijn jongvolwassene en mijn pubers. Ze zien het als iets dat gewoon gebeurt, zonder schuld. Ze houden zich zoveel mogelijk aan de regels. Maar dat neemt niet weg dat het heel verdrietig is. Ze hadden zich verheugd op een mooi eerste studiejaar, op volop brugpieper zijn, op een orkestreis naar Bratislava. Op nog veel meer dat niet doorging of anders was dan anders. Soms waren ze lamlendig, ze misten hun vrienden, ze verveelden zich, konden niet even spontaan iets gaan doen, zoals dat hoort als je jong bent. Brugpieper had zo nu en dan een flinke huilbui, zonder woorden, zonder direct aanwijsbare reden, gewoon verdriet. Maar meestal gingen ze hun gang, deden ze wat moest, en hadden we het samen goed. Ze zijn flexibel genoeg en nemen het leven zoals het is.

Een meneer van 94 zag zijn jeugd in rook opgaan. Een vreselijke jeugd die geen jeugd genoemd kan worden. Mijn kinderen zijn dankbaar dat ze toen niet leefden. Niet te vergelijken met wat zij nu meemaken. Maar dat doet niets af aan wat zij nu meemaken. Aan het verlies van wat had kunnen zijn, had moeten zijn, aan hun verdriet. Het doet er niets aan af, juist omdat het niet te vergelijken is. 

Net als mijn moeder en die hond. Het is geen wedstrijdje.

 


woensdag 24 juni 2020

Bijna begrepen

Ach gossie, van wie is dit schrift?
Ik zit in mijn kamertje een stapel schriften van groep 4 na te kijken, spelling. De les ging over de dubbele medeklinker die je na een korte klank schrijft. bakker, mollen, dat soort woorden. Het is een van de regels die het belangrijkst en voor veel kinderen in groep 4 ook het moeilijkst is. 
In het schrift dat ik voor me heb, staan de woorden die konden worden overgeschreven keurig netjes en foutloos op de lijntjes, in tegenstelling tot wat ik in de meeste schriften aantref. Maar bij de oefening waarbij de kinderen zelf woorden moesten maken is er iets fout gegaan. Ik sla het schrift dicht en kijk naar de naam die voorop staat.

Ah, ik had het kunnen weten, Krullenmeisje. Krullenmeisje heeft ongeveer alles mee. Ze is mooi, met een lief wipneusje en een prachtige grote zwaaistaart met blonde krullen, ze is lief, altijd vrolijk, iedereen vindt haar aardig, haar werkhouding en werkverzorging zijn pico bello, ze kan goed samenwerken, helpt graag, en zelfs de meest ingewikkelde klasgenootjes zitten het allerliefst bij Krullenmeisje in de buurt.
Alleen gaat het leren zo lastig. Groep 4-teksten lijken wel ingewikkelde toverspreuken, en rekenen is soms net hogere wiskunde. Ze geeft de moed niet op, blijft hard werken, blijft haar best doen. Ze wordt niet boos, of gefrustreerd.
Krullenmeisje blijft haar rustige, vrolijke hardwerkende zelf. 
En nu heeft ze hardwerkend de spellingregel van de dubbele medeklinker BIJNA begrepen. 
In elk woord met een korte klank staat een dubbele medeklinker: kkaten, kkipen….
Keurig geschreven, alles af, bijna goed. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen er een streep door te zetten. Maar ja, een krul kan ook niet natuurlijk, goed is het immers net niet.
De volgende ochtend haal ik Krullenmeisje direct om half 9 uit de klas. Ik vertel dat ik vind dat ze zo ontzettend netjes heeft gewerkt, en dat het zo fijn is dat ze dat overschrijven zo precies heeft gedaan zonder fouten. Supergoed gekeken!
Bij de oefening op de volgende bladzijde, zeg ik, is er een dingetje dat ze nog niet helemaal begrepen heeft. Dat ga ik haar nog even uitleggen. Dat dit ene dingetje nou juist de essentie van de hele les was, vind ik overbodige informatie. 
Samen bekijken we de woorden, herhalen we wat nou ook alweer de korte klanken zijn, en hoe dat nou ook alweer zit, met die dubbele medeklinker. Ik laat het zien, schrijf het voor: katten, kippen. De dubbele medeklinkers schrijf ik met mijn mooie kleurenpotlood. O ja, nu ziet ze het. Dit kan ze.
Op een kopietje schrijft Krullenmeisje de woorden nog een keer. Glunderend, want de dubbele medeklinker mag met het mooie potlood van de juf. De nieuwe oefening plakken we over de oude heen. Bij gebrek aan plakband en als beloning voor het geleverde werk doen we dat met plaatjes.
Plaatjes van katten en kippen.

woensdag 14 augustus 2019

14 jaar popelen

"Nee, dat kan nog niet. Je kunt nog niet boven het mandje uitkijken..." Hmmm… ik had een punt, dat zag ze wel in, met haar 4 jaar en nauwelijks een meter hoog. "Als ik groot ben dan?"

We stonden samen naar boven te kijken, mijn dochter en ik, er kwam een luchtballon over. We konden de mensen in de mand horen en zien, ze zwaaiden en wij zwaaiden terug, en ze wist het zeker: Dit wilde ze ook. Maar met een kleine meter kun je niet over het randje van de mand kijken. We maakten een afspraak: Als jij groot bent, gaan wij samen in een luchtballon. Het was geen belofte, het was een afspraak, een date op de lange termijn.
Regelmatig kwam onze afspraak ter sprake.

"Als ik groot ben, gaan wij ook in een luchtballon, he mama?" 
"Eigenlijk gaan we niet in de ballon, maar in het mandje he?"
 "Kijk, een luchtballon... dat gaan wij ook doen he?"
"Wanneer ben ik groot?" 

Als je 4 bent, is 6 groot, en als je 8 bent, is 12 bijna volwassen. De afspraak werd wat verduidelijkt: "Als jij 18 bent, of als je klaar bent met de middelbare school, dan gaan we in een luchtballon."
14 jaar wachten is lang. Voor haar de hele basisschool, de hele middelbare school lang. Maar de tijd vanaf het moment dat we onze afspraak maakten werd steeds langer, en de tijd tot het echt zou gaan gebeuren werd steeds korter. We keken er nog steeds naar uit, steeds meer misschien wel. Wat genoten we van samen verlangen, van 14 jaar popelen.


En toen, afgelopen juli, had ze haar examen gehaald, was ze klaar met de middelbare school, en bijna 18. Ze kreeg een envelop met een kaart, waarop stond dat het ging gebeuren, op 13 augustus.

Gisteren stapten we in het mandje, wat een enorme mand bleek te zijn. Dat zie je niet, als je op de grond staat en omhoog kijkt. Uitgezwaaid door de andere gezinsleden zweefden we met 21 andere passagiers en een paar bemanningsleden omhoog.
Het was een geweldige ervaring. Aan de ene kant zagen we Zutphen en wat daar achter ligt, aan

de andere kant zagen we de Randmeren en Flevoland. Keken we voor ons, dan  zagen we de Sallandse Heuvelrug, en keken we om, dan zagen we de Veluwe. En keken we omhoog, dan zagen we een geweldige, kleurige ballon.We vlogen over de IJssel die zich door het landschap kronkelde, we zagen hazen, nieuwsgierige koeien, een ree en de mooiste zonsondergang ooit. We genoten van het gevoel, het geluid van de stilte, en van elkaar, van het samen beleven waar we 14 jaar naar uit hadden gekeken.

De landing was wat ruiger dan voorzien, we stuiterden wat over het weiland en een windvlaag duwde ons mandje om. Met wat blauwe plekken in het vooruitzicht lagen we lachend op onze rug. We kropen uit de mand en even later nipte ze aan haar allereerste glas champagne.

Het was de mooiste afsluiting van een kindertijd. Het mooiste begin van een volwassenheid.

Vandaag is ze groot. Vanmiddag stapte ze in de bus, op weg naar haar kamer aan de andere kant van het land.  Een appartement met een goede, vertrouwde vriendin, waar ze samen een heerlijk jaar mee tegemoet gaat. Vanaf nu is alles anders, heb ik een volwassen dochter, al wordt ze over 2 weken pas echt 18.

Ik popel om te zien hoe ze verder gaat.

zaterdag 6 april 2019

De trein, de trein!

Ik had ze al opgemerkt toen ze beneden in de stationshal waren en ik mijn kartonnen bekertje stationscappuccino ging halen. De vader, in bruine kleren, met een baard, en zijn drie zoontjes. Een mooi trappetje van een beetje alternatief geklede jochies, niet ongewoon in deze omgeving. Het jongste broertje met een grote bos ongekamd lang blond haar en, net als zijn grote broers, heldere bruine ogen. Drie vrolijke mannetjes renden heen en weer over de trap en de fietshelling in het staion. De vader stond erbij, zei er niks van. Hij vond kennelijk dat ze niet in de weg liepen. Dat was ook zo, het was niet druk, en zeg nou zelf, zo'n helling heeft een soort aantrekkingskracht die als je 7 of 5 of 3 bent onweerstaanbaar is.

Nu stonden ze vlak bij mij op het perron. De trein die de verkeerde kant op ging reed net weg. "De volgende is het hè?". De twee oudste jongetjes keken naar de klok, naar de secondewijzer die rondging en soms even bleef staan, de grote wjizer, die een stapje versprong toen er een minuut voorbij was. "Wanneer gaat de kleine wijzer verder?"
Toen riep de oudste ineens: "Kijk, ik zie hem! De trein, de trein! Zie je hem? Kijk dan! Daar komt ie aan!!!"  De twee oudste jongetjes stonden te springen. Hun kleine broertje keek met zijn grote ogen in de richting waar ze wezen. Vermaakt keken de mensen er omheen naar de enthousiaste jongens. Misschien gingen ze voor het eerst met de trein, of misschien gingen ze iets héél leuks doen...
Het kleinste blonde jongejte zag het ineens ook, daar kwam de trein! Rondspringend riep hij:
" MAMA! Mama!!!!"
De oudste wilde een eindje verderop gaan staan, misschien kwam mama wel uit een anderee deur. "Nee, we moeten hier zijn" zei papa. "Hoe wéét je dat?" "Dat wéét ik gewoon"
Precies voor de jongetjes en hun vader stond een mooie vrouw achter de deur te wachten. "JAAAAA Mama, mama, mama, mama!!!!" Ze stapte uit, met haar grote koffer en handbagage. Ze kreeg de kans niet om even ruimte te maken voor de mensen die nog moesten uitstappen en instappen. Pal voor de deur werd ze bedolven onder knuffels, kussen, omhelzingen, en een klein ongekamd blond jongetje dat uit de grond van zijn hart zei:" Ik heb je zó gemist!" Daarna was de vader aan de beurt, heel even, voor een warme omhelzing, maar daarna de jongens weer.

Geen van de uitstappers of instappers voelde de behoefte een opmerking te maken over ruimte, over in de weg staan, over de verkeerde plek. Ze liepen er gewoon even met vochtige ogen omheen.

Ooit zal het anders gaan, kijken ze nauwelijks op van hun bezigheden als mama na een week op reis terug komt. Zullen ze met hun puberstem  "doei" brommen als ze weg gaat. Zullen zij degenen zijn die weggaan, en na een week of meer met een tas vol was weer thuiskomen. Zullen zij degenen zijn die gemist worden. En ook dat zal goed zijn.

Maar nu, nu nog niet. Nu nemen ze mama mee naar huis, eten ze taart om haar thuiskomst te vieren en is haar schoot de rest van de dag het meest felbegeerde plekje in het huis

donderdag 7 maart 2019

Precies hetzelfde, maar dan anders

Ik twijfelde.
Ik was op de fiets gekomen, maar dat was de fiets van mijn vriendin, en die had ik zojuist weer bij haar afgeleverd. Na de gezellige, lekkere en gezonde lunch kon ik lopend naar huis, wat toch een goed half uur was, of met de bus. Lopend was gezonder, de bus inclusief wachttijd van een kwartier waarschijnlijk net wat sneller. En dan kon ik meteen even boodschappen doen.... dit alles overwegende werd het de bus. 
Het wachtkwartiertje besteedde ik op mijn mobiele telefoon, onderwijl telkens even kijkend of de bus er al aan kwam. 
Mensen die langs de bushalte liepen, groetten me, en ik groette terug. We wonen in het oosten des lands, en daar doet men dat nog.
Vanaf de rechterkant kwam een oudere mevrouw aanlopen die niet groette, maar meteen een gesprekje met me aanknoopte. 
"He! Ik heb precies zo'n kleur telefoonhoesje!" Ze haalde haar hoesje met telefoon uit haar tas, gezellig kletsend over het feit dat ze hem meestal vergat, maar nu wel bij zich had. Haar telefoonhoesje was effen blauw, in tegenstelling tot de mijne, die is turquoise met roze bloemen. "Ja, maar zoals de binnenkant" Ik deed mijn hoesje open en we hielden onze telefoons bij elkaar. Allebei blauw, maar een heel andere tint. Turquoise naast gewoon lichtblauw. Ik zei goedmoedig: "Ja, ze lijken wel op elkaar he?" "Ik hou zo van deze kleur, u ook?" Ik beaamde het. "Net als kobalt, vind ik ook zo mooi, kobalt, u ook?" Ja hoor, ik wilde voor deze lieve dame, die vast wel eens meer vergat dan alleen haar telefoon, ook best van kobalt houden.



Ik verwachtte dat het gesprek verder zou gaan, was benieuwd naar de richting, maar dat had ik mis. "Nou, fijne dag verder, en eh... GOEDE reis verder!" zei ze uit de grond van haar hart. Ik bedankte haar, wenste haar ook een fijne dag, en keek hoe ze rustig verder liep. 

Niet veel later kwam de bus eraan. Ik stapte in, blij met mijn keuze om niet te gaan lopen.

woensdag 20 februari 2019

Een werkstuk over gezichtsbedrog


Het ei is gelegd. 't Is best een heel mooi ei geworden, en ze is er trots op, mijn jongste dochter. Weken heeft ze er aan gewerkt: onderwerp gekozen,  plaatjes gezocht, informatie gezocht,  nog meer plaatjes gezocht, plaatjes opgeslagen op de computer, titelpagina gemaakt, de bronnen bijgehouden... Tot het werkstuk dat ze vandaag moest inleveren afgelopen weekend bestond uit een titelpagina, een hoofdstukindeling, op elke bladzijde paginanummer 1, en een bronvermelding.
Ze was zo serieus bezig geweest dat ik dacht dat het wel liep. Maar dit weekend bleek dat het vooral sjokte. Er stond wel wat, maar niet veel en een werkstuk was het nog niet.

Een klasgenootje van jongste vertrouwde me deze week een beetje verontschuldigend toe: "Mama heeft me wel wat geholpen met mijn werkstuk..." Ik kon haar vertellen dat dat mocht, en ze was zichtbaar opgelucht.

Gek is dat toch. We leren onze kinderen van alles, van jongs af aan. of het nu gaat om fietsen, met mes en vork eten, veters strikken. Geen mens zegt tegen zijn zoon of dochter: "Hier heb je je nieuwe schoenen, zie maar hoe je die touwtjes vastkrijgt. Het is de bedoeling dat je schoenen uiteindelijk strak genoeg om je voeten zitten, zodat ze niet uitglippen, en dat je niet struikelt. Succes. " We doen voor, laten zien, helpen, begeleiden, tot ze het uiteindelijk zelf kunnen. En dan kunnen ze het met hun nieuwe schoenen, met hun sportschoenen, met de strik op hun jurk en de veters van hun kleine zusje.

Maar met een werkstuk lijkt dat ineens een heel ander verhaal. Op internet zijn hele discussies te vinden over wel of niet helpen. De meningen variëren van "het is zijn eigen werkstuk, dat ga ik niet voor hem maken." en "als ik haar help leert ze er niks van" tot "eigenlijk maak ik het werkstuk grotendeels zelf voor mijn kind, anders wordt het niks".
Ouders zijn onzeker en vragen om elkaars mening. Mag je nou wel of niet helpen? Mag je het typen overnemen? Mag je de spelling controleren? Er worden meningen gegeven, er wordt geoordeeld. Ook ik voel twijfel. Moet ze dit nou niet zelf doen? Wanneer neem ik te veel over?

Eigenlijk is dat inderdaad heel gek Een werkstuk maken is ongeveer het moeilijkste dat een kind op de basisschool moet doen. Er komen verschrikkelijk veel vaardigheden samen: schrijven, informatie zoeken, informatie in je eigen woorden weergeven, een tekst opmaken, bepalen wat relevant is en wat niet. En dan heb ik het nog niet eens over de executieve functies, die op deze leeftijd nog lang, lang, lang niet ten volle ontwikkeld zijn: plannen, taakinitiatie (beginnen met een taak) timemanagement, concentratie, volgehouden aandacht, flexibiliteit, emotieregulatie.... Het is nogal wat, en NATUURLIJK hebben ze daar hulp bij nodig, een enkeling uitgezonderd. Ze moeten het leren, en leren doe je door na te doen, door adviezen op te volgen, door kijken wat anderen doen en dan weer een stukje zelf. Denken dat ze het zo wel redden met een A4-tje met eisen als aantal bladzijden en lettergrootte en de voorwaarde dat ze de informatie in eigen woorden moeten opschrijven is net zo bizar als denken dat een kleuter die weet dat zijn veters vast moeten dat zonder verdere instructie voor elkaar kan krijgen.

Dus we zijn haar gaan helpen. Wat wil je vertellen? Hoe wil je het vertellen? Welk plaatje past daar het beste bij? En eenmaal op weg geholpen bedenkt ze zelf de mooiste teksten, haar eigen woorden, die ik nooit had kunnen bedenken. Aan die eis is in ieder geval voldaan: je moet het in je eigen woorden opschrijven.
"Met de kegeltjes aan je netvlies zie je kleur en met de staafjes zie je donker en licht. De kegeltjes hebben allemaal een andere kleur, ze hebben een soort hobby. Mijn hobby is vioolspelen en de kegeltjes in mijn oog hebben rood, blauw of groen als hobby"
En natuurlijk moeten we het niet overnemen, net zo min als het handig is om de veters van je kind voor 'm te blijven strikken tot 'ie twaalf is (geloof me, het gebeurt).
En zo kon ze toch vanochtend haar werkstuk over gezichtsbedrog inleveren.
Trots op haar werk, en weer iets geleerd over het schrijven van een werkstuk, het vragen om hulp en natuurlijk over gezichtsbedrog.






donderdag 7 februari 2019

Je hoeft geen roeptoeter te zijn om je mening te laten horen

"Nee, dat vind ik niet!" Mijn dochter was 5 en wel klaar met de uitspraken van een vriendinnetje over een ander vriendinnetje. "Zij ging de hele tijd huilen toen de juf boos werd. Ik vind haar een huilbaby, vind je niet?" Beide meisjes liepen voor me met de vader van het vriendinnetje, ik liep erachter en hoorde ze praten. Het was dat de dab nog niet was uitgevonden, anders had ik 'm daar  stiekem gedaan: DAB!
Mijn kleine, verlegen meisje, waarvan de juf in groep 3 later bezorgd zou zeggen "Ze is wel erg stil.... is dat haar aard?" liet zich niet vertellen wat ze moest denken. Zij had haar eigen mening.

Inmiddels leven we 12 jaar later. Nog steeds geen haantje-de-voorste, nog steeds een bescheiden persoon, en nog steeds met haar eigen mening.
We kregen een appje van haar, of ze naar de protestmars voor het klimaat mocht in Den Haag. Tuurlijk mocht ze. Er moest wel een motivatiebrief worden geschreven met handtekening van de ouders, dan gaf de school toestemming. Het werd een vlammend betoog dat we met trots ondertekenden.


Vanochtend vertrokken ze. De afgelopen dagen hebben ze borden gemaakt met leuzen, zoals het hoort bij een demonstratie. Het weer leek vanochtend nog niet mee te zitten en het zag er naar uit dat ze met papperige lappen karton zouden rondlopen, maar het klimaat dacht kennelijk: "Ho, wacht even, dit zijn mensen die voor mij opkomen, laat ik nou niet tegenwerken..." en ik ontvang foto's uit een zonnig Den Haag.
Ondertussen zie ik reacties op internet en tv. Reacties van mensen die denken dat de kinderen gewoon een dagje vrij willen. Lekker niet naar school, maar de beest uithangen in Den Haag. Reacties van mensen die vinden dat de jeugd van tegenwoordig eerst maar eens wat minder lang moet douchen en niet in de voorjaarsvakantie met het vliegtuig op vakantie moet gaan. Reacties van mensen die vinden dat de scholieren alleen maar anderen napraten en zelf geen idee hebben. Reacties van mensen die dat ook vinden.


De minister van onderwijs begrijpt het punt dat de scholieren willen maken, maar leerplicht is belangrijker. Spijbelen mag niet. Staken doe je maar op zaterdag en geloven doe je maar in de kerk. Een beetje door de week laten horen waar je voor staat, foei toch!

Gelukkig hoor en zie ik ook andere reacties. Reacties van mensen die blij zijn dat de jongeren van zich laten horen. Reacties van wetenschappers, die zich in een open brief achter de scholieren scharen. Een filmpje van een lange stoet die door Den Haag trekt met spanborden, toegejuicht door mensen langs de kant. Reacties van hoop voor de toekomst. De jeugd van tegenwoordig is zo slecht nog niet!
En natuurlijk kunnen ze nog niet alle argumenten tegen elkaar afwegen, natuurlijk zijn hun idealen niet allemaal haalbaar, natuurlijk hebben ze nog geen volwassen inzicht. Dat hoeven ze ook nog niet, ze zijn nog niet volwassen. Maar als ze over een poosje wel volwassen zijn, en iets van dit enthousiasme en deze idealen bewaren, dan komt er iets goeds uit voort.

Mijn dochter, met haar vriendinnen, zij zijn geen roeptoeters die naar Den Haag gaan om een feestje te bouwen. Het zijn geen meelopers, het zijn zelflopende, zelfdenkende, prachtige jonge mensen, die zichzelf en de wereld serieus nemen. Het bord van een van dochters vriendinnen slaat de spijker op zijn kop:
YOU KNOW IT'S BAD 
WHEN THIS MANY 
INTROVERTS 
MARCH