vrijdag 13 februari 2026

Kan ik je vertrouwen?

 "Oke jongens en meiden, jullie weten het nog van vorige week. Maak een kring, je hebt 2 minuten."

Onmiddellijk staat iedereen op en worden de tafels aan de kant geschoven. Die twee minuten hebben ze lang niet helemaal nodig. Tafels tegen de muren, instructietafel onder het bord en iedereen in de kring. 

In een kring zie je elkaar. Kijkt niemand tegen achterhoofden aan en hoeft niemand zich om te draaien. Dat is fijn, maar ook spannend. In de kring doe je ertoe en kun je niet wegkruipen. 

We praten over vertrouwen. Wanneer ben je te vertrouwen? Eerlijk en aardig zijn, dat helpt. Je aan afspraken houden, dat ook. 

 Wil je dat anderen jou zien als iemand die ze kunnen vertrouwen? Dat willen ze bijna allemaal wel. Of in ieder geval meestal. Lukt het ook altijd? Niet altijd. Want soms doe je in je boosheid iets waardoor vertrouwen verdwijnt. Dat kan gebeuren. Of je maakt een grapje dat niet goed valt. En soms lukt het niet om je aan afspraken te houden. "En", zegt Boekenwurm, die nooit iemand in de weg zit, "soms is het ook gewoon leuk om je niet aan afspraken te houden." Ja, dat herkennen veel kinderen wel. Lekker stout.

Dan zegt Banjer zacht en een beetje verlegen: "Ik weet dat de andere kinderen mij niet altijd vertrouwen. En ik weet ook dat hat komt door hoe ik doe." Het valt even stil in de kring. Iedereen kijkt naar Banjer. Het is waar, ze vertrouwen hem niet altijd. Ze vinden hem aardig, dat wel. En hij is grappig, en zorgzaam, en hij bedenkt leuke spelletjes, maar hij doet soms rare dingen. En je weet soms niet zo goed wat je aan hem hebt. 

Het is een knap staaltje zelfreflectie. Wow Banjer, wat knap dat jij zo goed naar jezelf kunt kijken, en wat stoer dat je het durft te vertellen. In de kring wordt geknikt. Echt knap.

We doen een vertrouwensoefening. Ik leg uit hoe het gaat. Iemand gaat zo op de grond liggen, en andere kinderen mogen hem of haar optillen. Het kind dat wordt opgetild, mag zelf weten wie mag tillen. Kinderen die hij of zij vertrouwt.

Het eerste kind kijkt al zijn tillers om de beurt aan.

"Kan ik je vertrouwen? " "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ehm... dat weet ik niet zeker." 


Ik neem het heft in handen. "Dan mag je gaan zitten. Wat fijn dat jij zo eerlijk bent. Een andere keer lukt het vast." Hij knikt, een beetje opgelucht. Hij maakt graag grapjes, en niet altijd op het goede moment. En hij wil zijn vriend niet laten vallen. Dan liever kijken. 

"Wie wil je graag bij je hoofd hebben?" Voor zijn hoofd vraagt hij zijn beste vriend. Iedereen voelt het, dit is een eretaak, een hoofd moet je echt niet laten vallen.

Als het tweede kind bijna opgetild wordt, het is Boekenwurm, die haar vriendinnen vraagt, maar ook kinderen met wie ze niet veel speelt maar die ze wel vertrouwt, vraagt Denkertje zachtjes aan me: "Mag ik zometeen iets tegen de klas zeggen?" Dat mag. Boekenwurm wordt opgetild en weer neergelegd. Ze vertelt dat ze zich veilig voelde, en fijn.

Denkertje neemt het woord. "Ik denk dat kinderen mij misschien niet vertrouwen, omdat ik soms grapjes maak" 

"Ja, dat is bij mij ook." Groot-en-klein-tegelijk neemt het woord over. Niet op een overschreeuwende manier,  maar zacht, bescheiden. "Ik denk dat kinderen mij misschien ook niet vertrouwen, omdat ik soms heel druk ben, en omdat ik soms snel boos word." 

We zijn even stil van zoveel openheid. En dan praten we erover. Vol respect, zonder dat er met vingers gewezen wordt. Dan vraag ik: "Wie vertrouwt Denkertje en Groot-en-klein-tegelijk zo dat zij hem of haar mogen optillen, samen met nog wat anderen?" Er gaan veel vingers omhoog. Een van de vingers is van Banjer. 

Banjer en Groot-en-klein-tegelijk zijn geen vrienden, integendeel, en gaan elkaar op stevig advies van ons en ouders uit de weg. En hier zit Banjer, in de kring, en hij geeft aan dat Groot-en-klein tegelijk hem mag optillen. Ik kan een ander kiezen, er zijn  veel meer vingers. Maar ik kies Banjer. En nu wordt het spannend, want ook Groot-en-klein tegelijk moet dit willen. Als hij nu nee zegt, komt zo'n kans voorlopig niet weer voorbij. Maar hij zegt ja. 

Voor het eerst in lange tijd kijken ze elkaar aan zonder boze blik, zonder bravoure.

"Kan ik je vertrouwen?" "Ja."

Niet veel later zweeft Banjer een stukje boven de grond, gedragen door Denkertje,  Groot-en-klein-tegelijk en een paar anderen. En daarna landt hij weer zacht op de grond. 

"Hoe voelde dat Banjer?" "Leuk!" "En voelde je je veilig?" "Ja!"

Ook Groot-en-klein-tegelijk voelt zich fijn. Hij vond het spannend, maar hij heeft het gedaan. Hij was te vertrouwen en hij werd vertrouwd. Vrienden zullen ze niet worden, dat hoeft ook  niet. Maar er is iets teruggewonnen vandaag.


Na dit prachtige moment is het tijd voor een mooie afsluiter. Wie durft mij op te tillen? Veel vingers gaan omhoog. Niet iedereen durft het aan, maar er zijn er genoeg die om me heen durven staan en me op willen tillen. Aan iedereen vraag ik "Kan ik je vertrouwen?" En dat kan ik. Ik vraag Groot-en-klein-tegelijk om mijn hoofd te dragen. Serieus neemt hij de taak op zich. En even later ben ik degene die een stukje boven de grond zweeft. Nou ja, zweeft, het wiebelt wat, en ze zijn blij als ze me weer neer kunnen leggen, maar ze hebben me niet laten vallen. En ik voelde me veilig in de handen van mijn groep.  

dinsdag 20 januari 2026

Het goede voorbeeld

"Waaaaahh!!"

Ik had blond grietje al twee keer van de stang aan het klimhuisje getild. Ze dacht dat ze het zou durven, maar de afstand naar de grond was groter dan haar moed kon overbruggen. Dapper is ze wel, want ze probeerde het nog een keer. Maar toen zei de juf dat ze het eerst nog maar een paar centimeter moest groeien, dan durfde ze het vast. Jammer, dat wel, want ze is een dapper blond grietje, en zolang ze nog niet aan de stang hangt, denkt ze dat ze best durft. 

En nu zit ze boven in het huisje hard te huilen. Af en toe kijkt ze naar mij. Soms heeft heel hard huilen publiek nodig. Verschillende kinderen zijn al bij me geweest. "Juf, blond grietje is misschien wel gevallen. Ze huilt heel hard." Niemand weet wat er echt aan de hand is. Aan de stang ligt het niet, daar had ze zich welwillend bij neergelegd. Maar het is wel groot verdriet, en als het na een poosje niet minder wordt, roep ik haar bij me. 

"Blond grietje, kom eens bij me!"

Ik zit op het bankje, half schaduw, half zon. Ik hou mijn arm een beetje omhoog en blond grietje heeft verder geen woorden nodig. Ze gaat naast me zitten, vlijt zich tegen me aan en stopt met hard huilen. Zwijgend zitten we een poosje samen op het bankje, mijn arm om haar nog wat naschokkende lijfje. 

Na een tijdje vraag ik: "Wat was er eigenlijk aan de hand, waarom was je zo verdrietig?" Het volume zwelt weer een beetje aan: "Dat weet ik niehiehiet!" Ah, kijk, geen wonder dat niemand wist wat er was, ze wist het zelf ook niet. Gewoon verdriet, zonder reden, alleen maar gevoel dat er even uit moet.

Daar schijnen meer mensen last van te hebben in deze tijd van het jaar. Gisteren was het blue monday, naar het schijnt de meest depressieve dag van het jaar. Een jaarlijks terugkerend fenomeen van collectieve neerslachtigheid. Op internet kom ik tips en adviezen tegen van coaches, deskundigen en psychologen: hoe kom je deze dag zonder kleerscheuren door. 

Blond grietje heeft al die goeie adviezen niet nodig. Die heeft genoeg aan even lekker uithuilen met een arm om je heen. Na een minuut of 5 is het schokken gestopt en het verdriet over. Ik stel voor dat ik even op een krukje in de zon ga zitten en dat zij nog even lekker gaat spelen. Met een glimlach huppelt ze het plein op naar haar vriendinnetjes. 

Soms zijn kleuters gewoon het goede voorbeeld.



Toegift:

Juf! Hier zijn ze vergeten de pitten eruit te halen!


dinsdag 6 januari 2026

Sneeuw!

 "Juf, ik heb een nieuwe trui!"

Trots trekt ze haar vestje uit, want de achterkant moet je ook zien, daar staan de kersen van de voorkant nog een keertje op, maar dan veel groter.

"Mooi! Wie heeft hem uitgezocht?" 

Ze was met mama en haar zussen naar de stad geweest en toen mochten ze nieuwe kleren. Zelf uitgezocht. Sommige kinderen worden met smaak en stijl geboren. 

We zien elkaar voor het eerst na de kerstvakantie. Iedereen heeft het fijn gehad, in een huisje, bij opa en oma, of gewoon thuis. En nu zijn we weer naar school en het heeft gesneeuwd! Al dagen wonen we in een witte wereld. Een wereld met sneeuwpoppen, sneeuwballen en de slee. Bijna allemaal hebben ze gesleed. Getrokken door iemand anders, zelf getrokken, of zjoef! van een heuveltje af. Voor wie nog nooit op wintersport is geweest is dit de eerste keer echt in de sneeuw. De vorige keer dat er zoveel sneeuw lag waren ze baby. of zelfs nog niet eens geboren!

De vakantie was heerlijk, maar school is ook weer erg gezellig. Soms iets te gezellig. Als ik langs de wc's loop, zie ik onder het deurtje door niet twee, zelfs niet 4, maar wel 6 voeten! Dat kan niet de bedoeling zijn. 

"Wat zie ik hier nou?", vraag ik met een strenge stem. De deur gaat open en 3 meisjes staren me met grote ogen aan. Nee, met zijn drieën tegelijk naar de wc mag niet, dat weten ze. 1 persoon per wc. Braaf lopen ze mee naar de klas en alsof er niets is gebeurd gaan we door met de dag.

Gym staat op het programma. Maar ja, gymmen in de gymzaal als de wereld buiten zo heerlijk besneeuwd is? 

Wintersport! We schaatsen samen een rondje om de school. We voelen ons reuzesportief, maar we worden er wel moe van. Een rondje is wel genoeg.
Daarna blijven we heerlijk  nog even met de andere kleutergroep buitenspelen.

"Ik heb die drie dames uit jouw klas gezegd dat ze hun eigen jassen weer aan moeten trekken en naar buiten moeten komen!" Mijn collega kijkt me aan met een grijns. Ik weet meteen om welke dames het gaat. De dames van de wc. Ik ga eens even binnen kijken. En ja hoor, daar vind ik twee van de drie meiden, druk doende om een skipak uit te trekken, en de eigen jas weer aan, de laarzen uit en de sneeuwschoenen weer aan. Maar dan blijft er iemand op sokken achter, met laarzen ernaast die niet van haar zijn. Haar schoenen zijn buiten, aan de voeten van meisje nummer 3. 

Meisje nummer 3 naar binnen, schoenen uit, eigen laarzen weer aan, en zo kan iedereen in de eigen kleren weer verder spelen. 

Tenminste... dat dacht ik... 

Na het buitenspelen mis ik een paar meiden in de kring. Het zal toch niet? 

En ja hoor, op de wc vind ik meisje 1 en 2, samen in de wc. Hoe kan dat nou? Ze hadden toch zo braaf geknikt eerder vandaag? "Ja maar, wij moesten nog omkleden!" En toen kwam de aap uit de mouw. Ze zaten niet samen op de wc, het was even een kleedhokje. In de klas zit meisje nummer 3 met kleren die niet van haar zijn. 

Niet alleen de jassen en de schoenen waren verwisseld. Het ondergoed was nog bij de rechtmatige eigenaar, maar de rest... een driehoeksruil: meisje 1 in de kleren van meisje 2, meisje 2 in de outfit van meisje 3 en meisje 3... inderdaad. De mooie nieuwe trui zat aan een ander lijf, de haarband op een ander hoofd. "Kom maar snel in de klas omkleden."

"Vonden jullie dat handig, op een dag dat we ons al telkens in allerlei ingewikkelde kleren moeten hijsen voor we naar buiten gaan?" Ze kijken van elkaar naar mij. Durven we? En alle drie durven ze: "Ja!"

"En denk je dat ik het handig vind?" Mijn woorden proberen streng te zijn, maar mijn ogen kunnen hun lachen niet inhouden. Boos ben ik niet, dat zien ze zo. En nee, handig vind ik het niet, maar eigenlijk best grappig. En ze kunnen het zelf weer omwisselen, dus veel werk heb ik er ook niet van. Maar doe toch maar niet weer.

"Hoe lang blijft de sneeuw nog juf?"

Precies durf ik het niet te zeggen, maar deze week is ons plein nog wel wit, en morgen gaat het ook nog wel weer sneeuwen. Nog even genieten, sneeuwballen gooien, sleeën, en misschien nog wel een sneeuwpop maken. Maar wel in onze eigen kleren.