dinsdag 24 februari 2026

Een vijver op het plein

 "Ik blijf hier staan. De hele tijd dat we buitenspelen."

Hij wilde meespelen, maar dat mocht niet. Nou ja... dat mocht wel, maar hij wilde Paw Patrol spelen, en dat wilden de anderen niet. En als je bij een groepje aansluit, dan kun je niet zomaar bepalen wat je gaat doen, dan speel je mee met wat de rest doet. Er was wat geduwd en misschien zelfs wel geschopt. 

Boze Jongen haalde bakzeil. Dat gebeurt niet zo vaak, meestal kan hij Zachte Goeierik en de anderen wel overtuigen van zijn gelijk.. Maar vandaag hield Zachte Goeierik voet bij stuk. Hij wilde geen Paw Patrol doen, en stiekem ben ik trots op hem. 

En nu staat Boze Jongen naast me. Hij straalt zijn boosheid de wereld in, zonder te schreeuwen, zonder te schoppen of te slaan, maar met zijn armen over elkaar en zijn hoofd op onweer. Niet van plan te gaan spelen. Een dappere keuze, want het plein is bijzonder aantrekkelijk vandaag. Het heeft geregend, maar nu is het droog en niet koud. Maar er ligt nog wel een enorme plas, vijverformaat. Kinderen met of zonder laarzen sjouwen er om- en doorheen, er wordt geschept, geroerd, gegolfd. 

Kleine Vrolijkerd heeft een krat gevonden, de inhoud eruit gemikt en duwt hem door de plas. Heen en weer, heen en weer. Dan pakt hij een schepje en een schaal en vult met engelengeduld het krat met
water, wat er met dezelfde vaart weer uitstroomt, want aan alle kanten is het krat open. Het lijkt wel een zwemles met kleren aan, doorweekt is hij. Doorweekt en blij.

Maar Boze Jongen staat naast mij. Zijn besluit om boos te zijn heeft hij genomen en daar wijkt hij niet van af. Standvastigheid is ook een kwaliteit. Hij is niet boos op mij, en wil ook best even kletsen. In de vakantie had hij nieuwe schoenen gekregen. Oranje. Maar vandaag heeft hij ze niet aan. En zijn oranje schoenen waren eigenlijk ook alweer vies. Hij zegt het met een lachje. Per ongeluk, want eigenlijk is hij nog boos.


Ik moet even naar binnen, naar de wc. En als ik weer buiten kom, is Boze Jongen verdwenen. De juf van de andere klas heeft gezegd dat hij weer moet gaan spelen. Maar hij was nog niet klaar met boos zijn. 

Als we even later naar binnen gaan, vind ik hem in de huishoek, met zijn jas aan. 
"Kom, we gaan in de kring, ik ga een boek voorlezen." 
"Nee, wil ik niet."
"Maar je was niet boos op mij, weet je nog? En ik wil graag dat je in de kring komt."

Niet lang daarna zit hij in de kring. Nog steeds boos, met zijn handen in zijn zakken en zijn ogen demonstratief dicht, maar eigenlijk stiekem op een kiertje, want de Gruffalo is toch wel spannend en leuk. 

En als we gaan eten ("Ik wil niet eten, ik wil thuis eten") gaat hij toch aan tafel zitten, eet hij zijn boterham, en leest hij daarna met een nog steeds boos gezicht een dinoboek. Maar zijn boosheid wordt zachter. 

Ik loop naar hem toe: "Boze Jongen, ik zie dat je nog boos bent. Maar we gaan zo weer naar buiten toe, en ik zou het wel heel jammer vinden als je nu weer niet kunt spelen omdat je boos bent. Het is veel fijner als je wel kunt spelen."

Overtuigd is hij nog niet, maar hij denkt erover na. En niet veel later raust er, met zijn laarzen aan en
zijn benen omhoog, op een fietsje door de plas, een Blije Jongen.


vrijdag 13 februari 2026

Kan ik je vertrouwen?

 "Oke jongens en meiden, jullie weten het nog van vorige week. Maak een kring, je hebt 2 minuten."

Onmiddellijk staat iedereen op en worden de tafels aan de kant geschoven. Die twee minuten hebben ze lang niet helemaal nodig. Tafels tegen de muren, instructietafel onder het bord en iedereen in de kring. 

In een kring zie je elkaar. Kijkt niemand tegen achterhoofden aan en hoeft niemand zich om te draaien. Dat is fijn, maar ook spannend. In de kring doe je ertoe en kun je niet wegkruipen. 

We praten over vertrouwen. Wanneer ben je te vertrouwen? Eerlijk en aardig zijn, dat helpt. Je aan afspraken houden, dat ook. 

 Wil je dat anderen jou zien als iemand die ze kunnen vertrouwen? Dat willen ze bijna allemaal wel. Of in ieder geval meestal. Lukt het ook altijd? Niet altijd. Want soms doe je in je boosheid iets waardoor vertrouwen verdwijnt. Dat kan gebeuren. Of je maakt een grapje dat niet goed valt. En soms lukt het niet om je aan afspraken te houden. "En", zegt Boekenwurm, die nooit iemand in de weg zit, "soms is het ook gewoon leuk om je niet aan afspraken te houden." Ja, dat herkennen veel kinderen wel. Lekker stout.

Dan zegt Banjer zacht en een beetje verlegen: "Ik weet dat de andere kinderen mij niet altijd vertrouwen. En ik weet ook dat hat komt door hoe ik doe." Het valt even stil in de kring. Iedereen kijkt naar Banjer. Het is waar, ze vertrouwen hem niet altijd. Ze vinden hem aardig, dat wel. En hij is grappig, en zorgzaam, en hij bedenkt leuke spelletjes, maar hij doet soms rare dingen. En je weet soms niet zo goed wat je aan hem hebt. 

Het is een knap staaltje zelfreflectie. Wow Banjer, wat knap dat jij zo goed naar jezelf kunt kijken, en wat stoer dat je het durft te vertellen. In de kring wordt geknikt. Echt knap.

We doen een vertrouwensoefening. Ik leg uit hoe het gaat. Iemand gaat zo op de grond liggen, en andere kinderen mogen hem of haar optillen. Het kind dat wordt opgetild, mag zelf weten wie mag tillen. Kinderen die hij of zij vertrouwt.

Het eerste kind kijkt al zijn tillers om de beurt aan.

"Kan ik je vertrouwen? " "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ja." 
"Kan ik je vertrouwen?" "Ehm... dat weet ik niet zeker." 


Ik neem het heft in handen. "Dan mag je gaan zitten. Wat fijn dat jij zo eerlijk bent. Een andere keer lukt het vast." Hij knikt, een beetje opgelucht. Hij maakt graag grapjes, en niet altijd op het goede moment. En hij wil zijn vriend niet laten vallen. Dan liever kijken. 

"Wie wil je graag bij je hoofd hebben?" Voor zijn hoofd vraagt hij zijn beste vriend. Iedereen voelt het, dit is een eretaak, een hoofd moet je echt niet laten vallen.

Als het tweede kind bijna opgetild wordt, het is Boekenwurm, die haar vriendinnen vraagt, maar ook kinderen met wie ze niet veel speelt maar die ze wel vertrouwt, vraagt Denkertje zachtjes aan me: "Mag ik zometeen iets tegen de klas zeggen?" Dat mag. Boekenwurm wordt opgetild en weer neergelegd. Ze vertelt dat ze zich veilig voelde, en fijn.

Denkertje neemt het woord. "Ik denk dat kinderen mij misschien niet vertrouwen, omdat ik soms grapjes maak" 

"Ja, dat is bij mij ook." Groot-en-klein-tegelijk neemt het woord over. Niet op een overschreeuwende manier,  maar zacht, bescheiden. "Ik denk dat kinderen mij misschien ook niet vertrouwen, omdat ik soms heel druk ben, en omdat ik soms snel boos word." 

We zijn even stil van zoveel openheid. En dan praten we erover. Vol respect, zonder dat er met vingers gewezen wordt. Dan vraag ik: "Wie vertrouwt Denkertje en Groot-en-klein-tegelijk zo dat zij hem of haar mogen optillen, samen met nog wat anderen?" Er gaan veel vingers omhoog. Een van de vingers is van Banjer. 

Banjer en Groot-en-klein-tegelijk zijn geen vrienden, integendeel, en gaan elkaar op stevig advies van ons en ouders uit de weg. En hier zit Banjer, in de kring, en hij geeft aan dat Groot-en-klein tegelijk hem mag optillen. Ik kan een ander kiezen, er zijn  veel meer vingers. Maar ik kies Banjer. En nu wordt het spannend, want ook Groot-en-klein tegelijk moet dit willen. Als hij nu nee zegt, komt zo'n kans voorlopig niet weer voorbij. Maar hij zegt ja. 

Voor het eerst in lange tijd kijken ze elkaar aan zonder boze blik, zonder bravoure.

"Kan ik je vertrouwen?" "Ja."

Niet veel later zweeft Banjer een stukje boven de grond, gedragen door Denkertje,  Groot-en-klein-tegelijk en een paar anderen. En daarna landt hij weer zacht op de grond. 

"Hoe voelde dat Banjer?" "Leuk!" "En voelde je je veilig?" "Ja!"

Ook Groot-en-klein-tegelijk voelt zich fijn. Hij vond het spannend, maar hij heeft het gedaan. Hij was te vertrouwen en hij werd vertrouwd. Vrienden zullen ze niet worden, dat hoeft ook  niet. Maar er is iets teruggewonnen vandaag.


Na dit prachtige moment is het tijd voor een mooie afsluiter. Wie durft mij op te tillen? Veel vingers gaan omhoog. Niet iedereen durft het aan, maar er zijn er genoeg die om me heen durven staan en me op willen tillen. Aan iedereen vraag ik "Kan ik je vertrouwen?" En dat kan ik. Ik vraag Groot-en-klein-tegelijk om mijn hoofd te dragen. Serieus neemt hij de taak op zich. En even later ben ik degene die een stukje boven de grond zweeft. Nou ja, zweeft, het wiebelt wat, en ze zijn blij als ze me weer neer kunnen leggen, maar ze hebben me niet laten vallen. En ik voelde me veilig in de handen van mijn groep.  

dinsdag 20 januari 2026

Het goede voorbeeld

"Waaaaahh!!"

Ik had blond grietje al twee keer van de stang aan het klimhuisje getild. Ze dacht dat ze het zou durven, maar de afstand naar de grond was groter dan haar moed kon overbruggen. Dapper is ze wel, want ze probeerde het nog een keer. Maar toen zei de juf dat ze het eerst nog maar een paar centimeter moest groeien, dan durfde ze het vast. Jammer, dat wel, want ze is een dapper blond grietje, en zolang ze nog niet aan de stang hangt, denkt ze dat ze best durft. 

En nu zit ze boven in het huisje hard te huilen. Af en toe kijkt ze naar mij. Soms heeft heel hard huilen publiek nodig. Verschillende kinderen zijn al bij me geweest. "Juf, blond grietje is misschien wel gevallen. Ze huilt heel hard." Niemand weet wat er echt aan de hand is. Aan de stang ligt het niet, daar had ze zich welwillend bij neergelegd. Maar het is wel groot verdriet, en als het na een poosje niet minder wordt, roep ik haar bij me. 

"Blond grietje, kom eens bij me!"

Ik zit op het bankje, half schaduw, half zon. Ik hou mijn arm een beetje omhoog en blond grietje heeft verder geen woorden nodig. Ze gaat naast me zitten, vlijt zich tegen me aan en stopt met hard huilen. Zwijgend zitten we een poosje samen op het bankje, mijn arm om haar nog wat naschokkende lijfje. 

Na een tijdje vraag ik: "Wat was er eigenlijk aan de hand, waarom was je zo verdrietig?" Het volume zwelt weer een beetje aan: "Dat weet ik niehiehiet!" Ah, kijk, geen wonder dat niemand wist wat er was, ze wist het zelf ook niet. Gewoon verdriet, zonder reden, alleen maar gevoel dat er even uit moet.

Daar schijnen meer mensen last van te hebben in deze tijd van het jaar. Gisteren was het blue monday, naar het schijnt de meest depressieve dag van het jaar. Een jaarlijks terugkerend fenomeen van collectieve neerslachtigheid. Op internet kom ik tips en adviezen tegen van coaches, deskundigen en psychologen: hoe kom je deze dag zonder kleerscheuren door. 

Blond grietje heeft al die goeie adviezen niet nodig. Die heeft genoeg aan even lekker uithuilen met een arm om je heen. Na een minuut of 5 is het schokken gestopt en het verdriet over. Ik stel voor dat ik even op een krukje in de zon ga zitten en dat zij nog even lekker gaat spelen. Met een glimlach huppelt ze het plein op naar haar vriendinnetjes. 

Soms zijn kleuters gewoon het goede voorbeeld.



Toegift:

Juf! Hier zijn ze vergeten de pitten eruit te halen!