woensdag 30 augustus 2023

De beste en de liefste

 "We hebben geluk jongens, het regent niet meer. We kunnen toch lekker buitenspelen."

"Yes!" Doorgroeidametje balt haar vuisten. Steeds groter wordt ze. Van Minimeisje werd ze een Niet mee zo heel erg minimeisje en ze blijft maar groeien, niet alleen in lengte, ook in  houding en in de mate waarin ze mij begrijpt, en ik haar. Woorden zijn niet haar sterkste kant, en vaak worden haar uitspraken ondersteund met overduidelijke lichaamstaal. Doorgroeidametje is blij dat we naar buiten kunnen, dat kun je horen met je oren dicht, als je je ogen maar open houdt.


We spelen buiten zonder speelgoed vandaag. Nou ja, zonder speelgoed uit de schuur. Geen karren, geen emmers, geen scheppen. Maar de schommels hangen er wel, het speelhuisje staat er en bovendien hebben we plassen. Da's ook leuk. En modder. Nog leuker. Kun je ook mee make-uppen. Of jezelf schminken als een kat. Maar voor sommige kinderen is buitenspelen zonder materiaal best lastig.


"HOEOEOEOEOEOE!"

"HUUUUUUUUUUU!"

Van twee kanten komen twee hard huilende meisjes op me afgelopen. Met allebei loopt een ander mee als chaperonne. Dat is praktisch, want beide meisjes zijn ook zonder HOEOE en HUUU soms moeilijk te verstaan, laat staan met de sirene aan.  Doorgroeidametje is een van hen, Grietjeuitdeandereklas is de ander. Doorgroeidametje en Grietjeuitdeandereklas hebben gevochten. Hm. Dat ben ik niet van ze gewend. "He? Hebben jullie gevochten?" Twee knikkende snikkende koppies. "Met elkaar?" Ja, met elkaar. Of niet met elkaar, dat is me niet helemaal duidelijk. Misschien zijn er ook nog een paar jongens bij betrokken. In ieder geval is er gevochten en dat is niet de bedoeling.

"Jullie gaan nu samen naar binnen. Doorgroeidametje pakt een bekertje water voor grietjeuitdeandereklas en grietjeuitdeandereklas pakt een bekertje water voor doorgroeidametje. Ga elkaar maar even troosten. Naast elkaar, maar niet van harte, lopen ze naar binnen. 

Als ik even later in de klas kom, is het drama al helemaal over. De bekers zijn bijna leeg en je zou haast zeggen dat het wel gezellig is. "Doorgroeidametje, kom eens hier. En... ehm... Hoe heet je ook alweer? Grietjeuitdeandereklas heet jij toch?"

Grietjeuitdeandereklas knikt, met haar beker nog aan haar mond en nog niet zo toeschietelijk. "Maar ik heb ook nog twee andere namen," zegt ze zacht maar beslist. Ah, andere namen, dat kan een mooie ijsbreker zijn. Misschien heeft ze een mooie doopnaam, is ze genoemd naar een oma of verre tante of hadden haar ouders een rijkelijke fantasie. En meestal is de achternaam ook een van de namen die een kleuter wel weet.

"O ja?", vraag ik belangstellend, "wat zijn jouw andere namen dan?" 

Ze mompelt iets, verlegen van me wegdraaiend. Ik denk dat ik het versta, maar probeer het nog maar even te verifiëren. "Wat zeg je? Ik verstond je niet helemaal."

"Grietjeuitdeandereklas-is-de-beste-van-de-wereld 

en 

Grietjeuitdeandereklas-is-de-liefste-van-de-wereld"


Ja, ik had het goed verstaan. Vermoedelijk staan deze namen niet op haar geboorteakte, maar ik neem het gewoon voor waar aan, dat lijkt me het beste in deze situatie. "Dat zijn prachtige namen zeg!" 

Blij zet Grietjeuitdeandereklas, die misschien wel de beste en de liefste van de wereld is, haar beker op het aanrecht. In ieder geval is de ruzie over. Met z'n tweeen lopen ze naar buiten, Doorgroeidametje en Grietjeuitdeandereklas. De rest van de buitenspeeltijd zijn ze onafscheidelijk, of er nooit een vechtpartij is geweest.


woensdag 23 augustus 2023

Hangry

Als een van de eersten is hij op school vandaag.. Oma heeft hem gebracht. We hebben elkaar een hand gegeven. "Hoi, ik ben juf Yvonne." "Ik ben blond bonkie" Het is zijn derde dag op school, als je de kennismaking voor de vakantie niet meetelt. Maandag en dinsdag was hij bij de andere juf, vandaag ziet hij mij voor het eerst. 
Hij laat oma het plekje zien waar zijn jas mag hangen als het niet meer zulk heerlijk zomerweer is.  Daarna wandelt hij zonder enig teken van verlegenheid de klas in. Hij gaat op zijn stoel in de kring zitten en zwaait uit goeiigheid nog even naar oma. Voor hem hoeft het niet zo nodig, maar zij vindt het zo leuk.
Langzaam druppelen ook de andere kinderen binnen. Blond bonkie kijkt rustig en belangstellend om zich heen. 

We beginnen de dag met de eerste gymles van het jaar. De nieuwe gymmeester heeft een paar leuke spelletjes uitgezet op het plein, want daar gymmen we de komende weken.
De meeste kinderen zijn dol op gym. Sommige kinderen vinden het nog wel een beetje spannend. Blond bonkie niet. Met zijn uit-de kluiten-gewassen peuterlijf van net 4 gaat hij er vol in. Tikkertje, en als je getikt wordt moet je je hand opsteken. Na een high five van een ander kind ben je weer vrij en mag je weer meedoen.
Rollen met de bal, een parcours afleggen en daarbij precies op de getekende voetstappen stappen, de grond aanraken met je hand, een grote sprong naar het volgende vak, hij draait zijn  hand er niet voor om. De gymles wordt zijn favoriet, dat is wel duidelijk.

Na het gymmen gaan we fruit eten, en dan spelen en werken. Hij heeft de K'nex gevonden en loopt rond met een vliegtuig. Steeds harder, met vliegensvlug ventje achter hem aan. "We rennen niet in de klas, dan krijgen we ongelukken. Ik wil dat je rustig loopt." Hij kijkt me aan, geeft geen antwoord, maar vertraagt direct en gaat weer over op rondjes wandelen. Wandelen... wandelen,.. snelwandelen. Maar niet rennen, want dat doen we niet in de klas.

Als de speeltijd op zijn eind loopt hangt er ineens een blond bonkie huilend tegen me aan. "Ach, jij bent verdrietig, dat kan ik zien. Wat is er?" 
"Ik wil naar oma!"
"Oma komt je straks weer halen." Ik kijk met hem naar de dagritmekaarten en neem de dag met hem door. 
"En daarna gaan we naar huis en komt oma je halen."
"Ik wil naar oma!"
"Kom maar even bij me zitten, soms heb je gewoon even een knuffel nodig."
Met enige moeite trek ik hem bij me op schoot.
Zijn koppie vlijt zich tegen me aan.
"Ik wil naar oma....

.....

.Ik wil eten."

"Dat gaan we bijna doen. We gaan zo opruimen, dan gaan we nog een spelletje in de kring en dan gaan we eten."

"Ik wil eten."

Het spelletje in de kring kan hem niet snel genoeg gaan, al doet hij verbazend goed mee.
Gelukkig is het dan etenstijd. De boterhammen vliegen naar binnen en zijn beker water giet hij er zo achteraan.

En dan is het over. Zijn goede humeur is terug, hij hoeft niet per se meer nu naar oma. Blond bonkie was gewoon hangry. Angry, want hungry.
De rest van de dag speelt hij heerlijk, buiten en binnen.

En als het tijd is om naar huis te gaan rent hij vrolijk naar oma. Misschien moet ik toch nog maar even laten weten dat ze hem voor in de ochtendpauze wat extra fruit mee moeten geven....

woensdag 21 juni 2023

Mijn moeder heeft dat ook!


"Charmant handenbindertje, je moet echt op je stoel gaan zitten."

Charmant handenbindertje loopt om de ronde tafel die midden in de kring staat terwijl ik een verhaal voorlees. Ik vind het  niet goed, hij moet zitten. En hij gaat zitten. Op de grond, onder de ronde tafel. 

"Nee, niet onder de tafel, op je stoel. Als jij niet op je stoel gaat zitten, ga ik niet verder lezen, en dan duurt het langer voor we kunnen eten."

Daar heb ik hem mee. Charmant handenbindertje houdt van eten. Het liefst eet hij al in de ochtendpauze al zijn brood op. Mag ook al niet. Het brood is voor straks. Maar het vooruitzicht van zijn komkommer zorgt er wel voor dat hij op zijn stoel gaat zitten en ik kan mijn verhaal afmaken. Niet in een keer, er is nog twee keer een onderbreking nodig om hem op zijn stoel te krijgen, maar daarna kunnen we dan toch echt lekker gaan eten.

Als we een poosje later aan het werk zijn,  pakt charmant handenbindertje constructiemateriaal uit de kast. Hij gaat er lekker mee spelen. 5 minuten, dan heeft 'ie het wel weer gezien en vindt hij het tijd om eens te kijken wat anderen doen. "Eerst opruimen handenbindertje!" Hij kijkt me aan met zijn charmante ogen en loopt naar de bak waar alles nog omheen ligt. Eerst opruimen. Een halve minuut later  is er nog niet veel gebeurd.. En er ontbreekt een charmant handenbindertje. 

Hij is al snel gevonden, op de gang, onder de kapstok. Ik leid hem met zachte hand terug naar de klas.

Floep! Daar gaat hij weer, onder mijn arm door naar de klas van zijn broer. Het lokaal is leeg, want de kinderen zijn naar gym.

"Ik wil op dit krukje zitten!" 
"Dat mag, dan nemen we het krukje wel even mee." 
"Nee, ik wil HIER op dit krukje zitten!"

Je moet ogen in je achterhoofd hebben met dit handenbindertje. Die heb ik natuurlijk, alle juffen hebben die, maar soms staan ze uit. Net als gisteravond. Ik keek naar de aan stormende onweerslucht en deed een stapje achteruit. Waar ik onzacht op de buis van de parasolvoet landde, zit nu een blauwe plek, precies op jufjufjufhoogte. 

"Jufjufjuf! Mag ik met de knikkerbaan?" 

"Au! Ja, dat mag. Maar eerst opruimen waar je mee gespeeld hebt."

Ook poppenkind had al wat anders bedacht om te doen. Het insteekspel waar ze mee had gespeeld ligt er nog. Eerst opruimen. Met gezonde tegenzin gaat ze aan de slag: poeink, poeink, poeink, de piefjes ploppen uit de insteekplank. Een leuke manier van opruimen, en efficiënt ook. Als je het vlak boven de bak doet tenminste.

De ochtend is vermoeiend, Maar naarmate de dag vordert, vindt iedereen zijn draai, ook charmant handenbindertje.

We hebben een mooi kringgesprek over dierentuindieren.  We hangen ze onder de woordparaplu. Welke dieren weten we allemaal?

Leeuwen, tijgers, pinguïns. kikkers, zebra's giraffen, krokodillen, olifanten, neushoorns, en zonder moeite rollen er nog veel meer door de klas. Maar zoveel kunnen we er nooit ophangen, dus we gaan er groepjes van maken:  zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen.  

Zoogdieren zijn dieren waarvan de jongen bij de moeder drinken. Leeuwen zijn zoogdieren, zebra's, maar mensen ook. 

"Ja," roept blonde vrolijkerd , "want de baby's drinken bij de mama's uit de borsten, die zitten HIER!" 
"en hoe zit dat dan bij de koe?"
Ook dat weet blonde vrolijkerd wel. Ze wijst met een grijns naar beneden, tussen haar benen door. "Die zitten hier achter, bij de luier:"

"Bij mama's groeit de baby in de baarmoeder!" Hm, deze opmerking had ik nog niet verwacht, maar ik grijp hem aan. "Ja, klopt keurig dametje, baby's groeien in een speciaal plekje in de buik van de mama, en dat heet de baarmoeder. Zoogdieren hebben een baarmoeder."

Het gesprek gaat nog een poosje door over vogels, die geen baarmoeder hebben ("Nee, die broeien!"), maar wel een "navel" (ter hoogte van de neus) en vleugels. Maar niet alle vogels kunnen vliegen. Pinguïns niet en struisvogels ook niet, maar die kunnen wel heel hard rennen. En we hebben het over reptielen en amfibieën, die ook eieren leggen, reptielen op het land, en amfibieën in het water, en over vissen.

Als we aan het eind van de dag weer in de kring zitten, hebben we nog tijd over., tijd de we gebruiken om te zingen. Ik leer ze een nieuw liedje over de dierentuin. Of eigenlijk over een recalcitrante beer die ontsnapt uit Artis en de plaatselijke supermarkt leegjat om vervolgens te gaan liggen relaxen, sjonge wat een boef. 

Ik heb het lied geleerd van Martha, de directeur van de eerste school waar ik werkte. Ik heb veel geleerd van Martha, en alleen al om dit lied ben ik haar eeuwig dankbaar. 

Ook op die eerste school vertelde ik aan de kinderen dat ik ogen in mijn achterhoofd had, als antwoord op de vraag hoe het toch kon dat ik wist wie er fluisterde als ik met mijn rug naar de klas stond. 

Iets heel bijzonders, ogen in je achterhoofd, die krijg je bij je diploma als je juf wordt, en alleen juffen (en meesters natuurlijk) hebben die. 

Maar dat bleek niet helemaal waar. Want van achter uit mijn allereerste klas, riep een klein meisje met volle overtuiging: 

"Nee hoor, mijn moeder heeft dat ook!"