maandag 8 juni 2020

DIe zag meneer Buijs niet aankomen

Een kasteel. Of een burcht. Of een paleis. Met daarvoor, daarin of daarop een prinses, eventueel een koning, maar het liefst een prinses. Met een kroon op het hoofd. Trouwens, de meisjes bij de huizen hadden vaak ook een kroontje op, of een feestmuts. En enorme handen, dat ook. 



Op de lagere school, en daarna, blonk ik uit in van alles, maar niet in tekenen. Zesjes, hooguit zevens voor de moeite kreeg ik als er een beoordeling aan gekoppeld moest worden.. Ik herinner me uit de brugklas een heidens karwei van een jungle in Oost-Indische inkt. Elk blaadje had een andere textuur en alles moest ingevuld worden met cirkeltjes, kriebeltjes, streepjes, stipjes, en dan moest je ook nog ergens de suggestie van een zonnestraal in verwerken.
De eindopdracht: juffertjes-in-het-groen

Man, wat deed ik mijn best, en eigenlijk was ik heus een beetje tevreden, tot ik de resultaten van anderen zag. Mijn werk zag er ineens knoeierig en lomp uit. Dat vond meneer Buijs, de excentrieke tekenleraar ook, al heeft hij het vast niet in die bewoordingen gezegd. Wel dat het nogal slordig was. Wist hij veel hoe ik gezwoegd had...





Hoewel ik tekenen als kind leuk vond, werd ik volwassen met het idee het niet te kunnen. En toch, toen we de afgelopen tijd veel thuis waren, iedereen hard aan het werk, en ik daar tussendoor scharrelend mezelf in de weg zat en ook iets "rustigs aan tafel" wilde doen, viel mijn keuze op een tekencursus. Het moest iets korts zijn, want de periode van thuisquarantaine zou immers niet superlang duren en iets dat ik echt wilde leren. Een cursus botanisch tekenen werd het, via de NTI. 

Eerst materiaal verkennen, grafietpotloden, kleurpotloden, aquarelverf. Meten hoe groot de bloem is, dat op papier zetten, precies werken.  Kleuren mengen, waar zit nou eigenlijk echt de schaduw, waar valt licht op? Blaadjes tekenen, bloemen tekenen, uitstapjes naar een ui, een appel, een mango. Het ging niet vanzelf, want een natuurtalent, dat ben ik niet. Maar er lukte steeds meer wel dan niet. Oefenen, oefenen, oefenen. En ik kreeg er steeds meer lol in.

Ik had al vlot door dat verf het niet was voor mij. Hartstikke leuk, maar wat een gedoe. Veel wachten, veel vlekken maken, knoeiboel. Geen progressie ook. Jammer van de gekochte verf, maar die doneer ik dan maar met liefde aan mijn creatieve dochter. 
Maar de kleurpotloden, die liggen me wel. Ik kan het gewoon. Vanochtend, op de dag dat we als school weer helemaal open mochten, kreeg ik de beoordeling van mijn eindopdracht, juffertjes-in-het-groen uit de tuin. Een 8,5! Met mooi commentaar. Goed gekeken, mooie details. Let nog even hier op, en daar op. Maar vooral: geweldig gedaan, en blijf tekenen! En stiekem denk ik: Ha meneer Buijs, die zag je niet aankomen!









woensdag 15 april 2020

Ach, Coba.....

Ik ben begonnen met een nieuwe schrijfcursus, onder leiding van Jolien Wilmar, over het schrijven van je levensverhaal. Een bijzondere ervaring in deze coronatijd, met een klein groepje mensen die ik niet ken online dicht bij elkaar komen. Het is een cadeautje om op een andere manier te schrijven dan ik gewend ben, en af en toe zal ik iets met jullie delen. Vandaag ging het over onze naam. Maat ik kwam uit bij een herinnering aan een andere naam.

Ze was oud, mijn oma. Ouder dan wie dan ook die ik kende. Of misschien was ze minder oud dan in mijn hoofd, maar ik was jong. Net volwassen, of misschien nog net niet.
Ze zat in de grote stoel met de hoge rugleuning, in de kamer die niet van haarzelf was. Een kale, onpersoonlijke kamer met niets erin dat herinnerde aan thuis. Geen hoogpolig wit tapijt, geen foto's in de boekenkast, geen kalendertje dat je om en om en om kon draaien, geen snuiter op de tafel, zelfs geen lange vingers omdat ik geen taart lustte. Alleen oma, en ik, en Binie, mijn tante. Misschien mijn vader, misschien iemand anders, maar in mijn herinnering oma, Binie en ik.

Tijdelijk was het, deze kamer, maar naar huis kon ze niet meer. Te oud, te dement, niet meer in staat voor zichzelf te zorgen.
Hoe goed kende ik haar? Zij mij? Niet zo heel goed eigenlijk.
Bij opa en oma Bos waren we thuis, bij opa en oma van der Laan kwamen we op visite. Zo was het gegroeid, door hoe het was.

Ze keek naar me, alsof ik net binnenliep en zei: "Ach, Cóba.... "
Coba.... ze noemde mij mijn moeder. In die kale kamer ontstond een band die persoonlijker was dan ooit eerder, dwars door generaties heen. Samen met oma, Binie en mij, was ineens mijn moeder erbij.

Ach, Coba....

woensdag 1 april 2020

Je wordt er slim van, van kaas....

Af en toe liep 'ie door de tuin. Een schattig klein muisje. We vonden het wel gezellig eigenlijk. Zaten van achter het raam vertederd te kijken hoe het muisje bij het konijn in het rennetje rondhobbelde en de zaadjes wegwerkte die onze Aag kennelijk de moeite van het opswifferen niet waard vond. Het beestje werd al gauw liefdevol Plukje genoemd, naar Pluk, de cavia die een aantal jaren samenwoonde met Aagje, tot Pluk het tijdelijke voor het eeuwige verruilde.

Een paar weken geleden is Aagje naar de konijnenhemel verhuisd. Voor ons een verdrietige dag, ze had de respectabele leeftijd van 9,5 jaar bereikt en ze was populair bij ons allen. Wij ook bij haar, met name als we bramenblaadjes, peterselie of rozijntjes kwamen brengen.

Maar Aagje is niet meer, en kennelijk mist het muisje haar ook. Ze kwam gezelschap zoeken. Binnen. Of misschien mist ze vooral de restjes konijnenvoer buiten en heeft ze haar foerageergebied vergroot, kan ook.
In ieder geval, een muisje buiten vinden wij leuk en schattig. Een muisje binnen vinden we nog steeds schattig, maar toch niet de bedoeling, en voor je het weet zijn 't er meer. Dus Plukje wordt vriendelijk verzocht te verhuizen. Op z'n minst naar buiten.

Ik weet niet zeker of muizen mensenwoorden verstaan, maar luisteren doet ze niet. Dus volgden we een tip op die we ergens op internet vonden: Plaats toiletblokjes op de plekken waar de muis graag komt. Het roostertje waar ze doorkwam ruikt nu lekker fris, maar Plukje heeft niets tegen toiletblokjes en scharrelt nog steeds gezellig door het huis,

De volgende stap was een muizenval. Een diervriendelijke wilden we hebben. Geef ongedierte een naam en je raakt er op slag aan gehecht.


Vanochtend was de val dicht en de kaas weg. Plukje ook.
Het moet gezegd worden, de muizenval doet zijn naam alle eer aan. Dat wil zeggen, het stukje diervriendelijk. Plukje waardeert onze pogingen zeer en heeft al op zijn minst zes stukjes kaas op. Heel voorzichtig sluipt hij de val in, vermijdt met jaloersmakende handigheid het palletje dat de val moet doen sluiten, pakt de kaas en wandelt weer weg.  Waarschijnlijk gaat hij het een eindje verderop uit het zicht gniffelend op zitten peuzelen.


Als volgende stap had ik de kaas tegen de achterwand van de val gedrukt. Misschien dat 'ie in zijn verwoede pogingen om de kaas los te rukken even vergat dat hij op het palletje moest letten. Vanochtend was de val dicht en de kaas weg. Plukje ook. Je wordt er slim van, van kaas.

In een nieuwe poging heb ik nu de kaas tegen de bovenkant geduwd. En een beetje tegen het palletje. Je weet maar nooit. Maar ik denk dat ik toch vandaag maar even bij de doe-het-zelver op zoek ga naar een iets degelijkere val.  Wel diervriendelijk, maar iets minder diervriendelijk dan deze.