maandag 19 augustus 2019

50 jaar liefde

Zenuwachtig stond  'ie voor de deur. Niet alleen was hij van plan om op de bel te drukken van de mooiste vrouw, de liefste vrouw van de wereld, ook stond er een fotograaf vlak achter hem, om het vast te leggen. Hij probeerde ontspannen te kijken, cool. Maar zeg nou zelf, het was niet niks, het meisje waarmee hij al samen was sinds hij 16 was, en zij 14, het meisje dat zielsveel van hem hield, net zoveel als hij van haar, zou vandaag zijn vrouw worden. Het was niet vanzelfsprekend dat hij hier nu stond. Haar ouders waren niet zo blij geweest met de verkering, hadden het zelfs verboden.

Verschil in stand stond de liefde in de weg. Maar liefde kruipt waar het niet gaan kan, en dit meisje dat altijd gehoorzaam was geweest aan haar ouders, had tegen haar vader gezegd: "En ik ga toch!" Echte liefde, zagen haar ouders uiteindelijk ook in, en vandaag waren ze getuige van het huwelijk van de dochter van de bovenmeester met de zoon van een fabrieksarbeider. Ze beloofden elkaar trouw tot in het oneindige en iedereen zag dat het goed was..



Ze straalden, allebei, zij in haar witte jurk, het haar opgestoken met een tiara en een sluier, een boeket met gele rozen, en hij met een jacquet en een hoge hoed, die hij op vrijwel alle foto's in de hand heeft en niet op zijn hoofd. Het is tenslotte geen verkleedpartijtje.
Ook de kinderen van de klas van de jonge juf hadden een hoed, een papieren. Keurig twee aan twee stonden ze in hun zondagse kleren te wachten om hun juf en die meneer een handje te geven, om daarna snel aan de limonade te gaan. Uit een flesje, met een rietje. Een paar weken later kreeg juf nog een cadeau: een map met verhaaltjes van de kinderen over deze feestdag. Iedereen vond het geweldig om erbij te zijn, en iedereen weet wel iets leuks te schrijven. De juf was mooi, haar man ook, we kregen limonade met een rietje, maar het hoogtepunt dat door vrijwel iedereen wordt genoemd en veelvuldig wordt getekend is de reis erheen: We gingen met een DAM-bus. Is het leven niet prachtig overzichtelijk een heerlijk eenvoudig als een ritje van nog geen half uur met de bus een belevenis is?

Vandaag, 50 jaar later, bekijk ik de foto's van deze mooie feestdag. Van deze stralende mensen, die een klein jaar later een zoon zouden krijgen, en nog een paar jaar later een dochter, die vandaag met een fotoboek op schoot zit. Als alles anders was gegaan, hadden we vandaag een groot feest gehad. Had ik foto's gemaakt om vast te leggen hoeveel ze nog steeds van elkaar hielden. Hadden de kleinkinderen misschien wel een concertje gegeven, en hadden zij ontroerd en trots geluisterd.
Maar alles ging zoals het ging, en na 9 jaar kwam er een eind aan hun leven samen.
Tot de dood ons scheidt.

Ik bekijk de foto's met een glimlach. Ik zie mijzelf terug in mijn moeder, zie hoe mijn broer op mijn opa lijkt, hoe mijn nichtje op mijn tante lijkt. Ik jongvolwassenen die het nog steeds eng vinden om de bovenmeester een hand te geven, ook al kan hij ze niks meer maken. Ik zie plechtige en vrolijke momenten, zoals het hoort op zo'n dag.
Ik zou van alles willen vragen: Had hij de jurk al gezien? Wist zij welke bloemen hij zou meebrengen? Wie zijn dat op de foto? Veel ken ik, maar nog veel meer niet. Deden er mensen 'stukjes?' Wat aten jullie?
Het is geen verdrietige dag vandaag. Ik vier een feestje en feliciteer mezelf met de liefde die ze hebben doorgegeven. De liefde die van de foto's straalt, die is er nog steeds, springlevend. 






woensdag 14 augustus 2019

14 jaar popelen

"Nee, dat kan nog niet. Je kunt nog niet boven het mandje uitkijken..." Hmmm… ik had een punt, dat zag ze wel in, met haar 4 jaar en nauwelijks een meter hoog. "Als ik groot ben dan?"

We stonden samen naar boven te kijken, mijn dochter en ik, er kwam een luchtballon over. We konden de mensen in de mand horen en zien, ze zwaaiden en wij zwaaiden terug, en ze wist het zeker: Dit wilde ze ook. Maar met een kleine meter kun je niet over het randje van de mand kijken. We maakten een afspraak: Als jij groot bent, gaan wij samen in een luchtballon. Het was geen belofte, het was een afspraak, een date op de lange termijn.
Regelmatig kwam onze afspraak ter sprake.

"Als ik groot ben, gaan wij ook in een luchtballon, he mama?" 
"Eigenlijk gaan we niet in de ballon, maar in het mandje he?"
 "Kijk, een luchtballon... dat gaan wij ook doen he?"
"Wanneer ben ik groot?" 

Als je 4 bent, is 6 groot, en als je 8 bent, is 12 bijna volwassen. De afspraak werd wat verduidelijkt: "Als jij 18 bent, of als je klaar bent met de middelbare school, dan gaan we in een luchtballon."
14 jaar wachten is lang. Voor haar de hele basisschool, de hele middelbare school lang. Maar de tijd vanaf het moment dat we onze afspraak maakten werd steeds langer, en de tijd tot het echt zou gaan gebeuren werd steeds korter. We keken er nog steeds naar uit, steeds meer misschien wel. Wat genoten we van samen verlangen, van 14 jaar popelen.


En toen, afgelopen juli, had ze haar examen gehaald, was ze klaar met de middelbare school, en bijna 18. Ze kreeg een envelop met een kaart, waarop stond dat het ging gebeuren, op 13 augustus.

Gisteren stapten we in het mandje, wat een enorme mand bleek te zijn. Dat zie je niet, als je op de grond staat en omhoog kijkt. Uitgezwaaid door de andere gezinsleden zweefden we met 21 andere passagiers en een paar bemanningsleden omhoog.
Het was een geweldige ervaring. Aan de ene kant zagen we Zutphen en wat daar achter ligt, aan

de andere kant zagen we de Randmeren en Flevoland. Keken we voor ons, dan  zagen we de Sallandse Heuvelrug, en keken we om, dan zagen we de Veluwe. En keken we omhoog, dan zagen we een geweldige, kleurige ballon.We vlogen over de IJssel die zich door het landschap kronkelde, we zagen hazen, nieuwsgierige koeien, een ree en de mooiste zonsondergang ooit. We genoten van het gevoel, het geluid van de stilte, en van elkaar, van het samen beleven waar we 14 jaar naar uit hadden gekeken.

De landing was wat ruiger dan voorzien, we stuiterden wat over het weiland en een windvlaag duwde ons mandje om. Met wat blauwe plekken in het vooruitzicht lagen we lachend op onze rug. We kropen uit de mand en even later nipte ze aan haar allereerste glas champagne.

Het was de mooiste afsluiting van een kindertijd. Het mooiste begin van een volwassenheid.

Vandaag is ze groot. Vanmiddag stapte ze in de bus, op weg naar haar kamer aan de andere kant van het land.  Een appartement met een goede, vertrouwde vriendin, waar ze samen een heerlijk jaar mee tegemoet gaat. Vanaf nu is alles anders, heb ik een volwassen dochter, al wordt ze over 2 weken pas echt 18.

Ik popel om te zien hoe ze verder gaat.

dinsdag 18 juni 2019

De ouders zijn niet de ware plaag

Hij was nog maar net van wal gestoken of een groot applaus barstte los. Cabaretier Pieter Derks stond voor een zaal vol onderwijsmensen en trok het boetekleed aan. Hij liep nog niet zo lang rond op school, zijn dochter was nog niet zo lang geleden bevorderd tot kleuter.

Nu hij een paar maanden op het schoolplein stond, snapte hij pas dat het grootste probleem van het onderwijs niet zit in toetsen, personeelstekort, te grote klassen of te kleine budgetten. “De ware plaag die het onderwijs teistert zijn wij, de ouders”. Deze boetedoening werd beloond met gelach, gejuich en geklap. De zaal vol onderwijsmensen hing aan zijn lippen. Zij herkenden het, zijn verhaal over ouders die hun kind het grootste wonder vinden dat op aarde rondloopt, hun hoge eisen, de ouders die hun kind hoogbegaafd, hypersensitief of allergisch vinden, en nog dyslectisch ook als het meezit.
Inderdaad, de ware plaag, dat zijn die ouders.

Ik kwam deze gesproken column tegen op Facebook. Niet een keer, niet twee keer, maar zeker 4 keer, met altijd commentaar erbij van collega's die ik al dan niet ken. Deze meneer Derks heeft het helemaal begrepen, en hij brengt het nog leuk onder woorden ook, is de algemene strekking. Ouders moeten maar eens een beetje inbinden, we kunnen tenslotte niet alles. Uw 8e wereldwonder meneer, moet maar gewoon leren dat niet alles leuk is, en uw arme hoogsensitieve dyslect mevrouw, die moet niet zo zeuren en gewoon hard werken.

Ik ga voor jou zorgen
Ook ik herkende de ouders, of beter, hun gedrag. En toch... toch gaat het er niet in bij mij. De ouders zijn NIET de grootste plaag die het onderwijs teistert. Die ouders, die doen wat hun taak is.
Die doen wat ze hun kind hebben beloofd op het moment dat het nog glibberig en verkreukeld in hun armen lag te wennen aan de wereld: Ik ga voor jou zorgen, en ik ga er alles, maar dan ook alles aan doen om te zorgen dat jij een gelukkige volwassene wordt.

Dat is wat ze doen: voor hun kind zorgen. Een ouder die op school te horen krijgt dat zijn dochter zo'n voorbeeldige leerlinge is, maar thuis een ongelukkig hoopje mens ziet, omdat elke dag saai is en hetzelfde als de vorige. Een ouder die zich zorgen maakt omdat de klas zo druk is en haar zoon daar onder lijdt. Een ouder die ziet dat zijn kind veel meer kan dan het op school laat zien.
En wat mogen we blij zijn als die ouders naar school komen. Dat ze niet bij het hek, op het schoolplein, of, nog erger, op Facebook, gaan verkondigen wat voor een rare beslissingen de school nou toch weer genomen heeft.

En natuurlijk, soms zijn eisen die ouders stellen onredelijk, of in ieder geval onuitvoerbaar. En sommige ouders zijn gewoon vervelende mensen. Net als sommige politieagenten, die stiekem om een hoekje blijven wachten op een rottig punt, om met een grote grijns maar zoveel mogelijk boetes uit te delen. Net als sommige melkboeren die fluitend hun melk een beetje aanlengen. Net als sommige gymleraren die juist de leerling iets laten voordoen die dat niet durft. Maar de meeste gymleraren, melkboeren, politieagenten en ouders zijn gewoon heel leuke mensen. En er valt bijna altijd mee te praten. En dan kunnen we uitleggen dat het niet mogelijk is om voor elk kind een apart lesprogramma te maken, en dat dat ook helemaal niet nodig is, maar dat we wel gaan doortoetsen om te kijken op welk niveau we de dochter kunnen uitdagen. En dat we niet kunnen zorgen dat de klas van zoon ineens rustig wordt, maar dat we wel aan hem kunnen vragen naast wie hij graag wil zitten. En dat we niet kunnen garanderen dat kind over 2 jaar een VWO-advies krijgt, maar dat we hem wel gaan helpen zijn werkhouding te verbeteren.

De ouders zijn niet de ware plaag. De ouders zijn onze waardevolle en zeer gewaardeerde gesprekspartners. En we mogen ze niet met zijn allen gaan zien als vervelende lastpakken die altijd maar zeuren. Want dat zijn ze niet. En dat gevoel mogen we ze ook niet geven. Het is niet eerlijk, het is niet professioneel en het is niet terecht.

Dus Pieter, trek je boetekleed maar weer uit. Voel je welkom op school, zie, kijk, geniet, praat mee, in alle redelijkheid, en zoek samen met de school naar de mooiste weg waarlangs je kind een gelukkige volwassene kan worden. Die weg zal niet altijd recht zijn, het zal een pad zijn met hobbels en omwegen, en misschien loopt ze soms langs een andere weg dan jij zelf gekozen zou hebben. Maar heb niet het gevoel dat je niet mee mag lopen. Je mag mee zover als nodig is, om haar hand vast te houden, soms om obstakels uit de weg te ruimen, soms om te laten zien hoe je er overheen komt, om de weg te wijzen, om van het uitzicht te genieten en om trots te kijken hoe je kind steeds meer stukjes alleen kan.