zondag 15 november 2015

Bach, Britten en een begaafd brein (V)

Deel 5 van mijn stuk over de meerwaarde van muziekonderwijs. Over 7 uitdagingen en over wat kinderen nou eigenlijk leren van muziek maken dat ze niet altijd op school leren.

De 7 Uitdagingen

Tijl Koenderink schrijft in zijn boek over de 7 uitdagingen in het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen over 7 punten die om eerder genoemde en andere redenen juist bij hoogbegaafde kinderen vaak een probleem blijken te zijn, of beter gezegd, voor de school een uitdaging. Een aantal van deze uitdagingen hangt nauw samen met de executieve functies.

De 7 uitdagingen zijn:

-          Overtuigingen (bv: als ik iets meteen kan, ben ik slim)
-          Geheugen (hoogbegaafde kinderen leren makkelijker met behulp van begrip en door het leggen van verbanden dan door dingen simpelweg uit het hoofd te leren)
-          Motivatie
-          Frustratietolerantie (als je nooit tegen je grenzen aanloopt, leer je niet met frustratie om te gaan. Gevolg: paniek of ontwijkgedrag als iets moeilijk blijkt te zijn)
-          Samenwerken (het resultaat van samenwerken is nooit zo goed als wanneer je het alleen doet. Je weet dat jij het beter weet, dan is het heel lastig om de inbreng van anderen te waarderen)
-          Zelfstandig werken - faalangst kan parten spelen, een smalle band van uitdaging (te makkelijk is saai, te moeilijk is stom, samenhangend met de frustratietolerantie van hierboven), doorzettingsvermogen, maar ook aangeleerde hulpeloosheid door het “prins(es) van het universumsyndroom”
-          Hiaten

Juist deze kinderen, die in potentie zo veel in hun mars hebben, lopen het risico op problemen hiermee, wat serieuze gevolgen kan hebben, ook in hun latere leven.
En juist voor deze kinderen is muziek een geweldige manier om deze vaardigheden toch te ontwikkelen en om de prefrontale cortex een kans te geven om te groeien.
Bij navraag bij ouders van hoogbegaafde kinderen over wat hun kinderen leren van muziekles en niet van school, kreeg ik een lijst met vaardigheden die veel langer was dan ik zelf verwacht had. Een aantal van de antwoorden:


Oefenen, doorzetten en een growth mindset

Wie op muziekles zit, moet oefenen. Liefst elke dag, zeker een paar keer per week. En wie niet oefent, valt door de mand, zeker bij privéles. Wie wel oefent, merkt dat het steeds beter gaat. Daardoor neemt de motivatie om verder te oefenen toe en kan een kind een growth mindset ontwikkelen.
Meer dan op school krijgen muziekleerlingen bovendien uitleg over hoe ze moeten oefenen. Begin je vooraan of achteraan? Begin je eerst met de moeilijke stukjes of juist de makkelijke? Langzaam spelen lijkt saai, maar als de snelle loopjes die niet lukken wel gaan als je rustig begint en je het tempo dan langzaam opvoert, dan gaan ze na een poosje als een trein. En als toonladders verband houden met het mooie voorspeelstuk, dan ben je eerder bereid om ze ook echt te oefenen. Dit geldt zeker voor hoogbegaafde leerlingen, die tenslotte graag leren door verbanden te zien en die willen weten waarom ze iets moeten doen.
Dat betekent niet dat dit altijd vlekkeloos verloopt. Er vliegt regelmatig muziek door de kamer, er wordt heel wat afgestampt en veel kinderen hebben wel eens een periode dat ze geen zin hebben om te oefenen. Een uitdagend stuk kan zo uitdagend zijn dan grenzen bereikt en overschreden worden. Wanneer het kinderen, met behulp van hun docent en ouders, lukt om dan door te zetten, dan heeft het iets wezenlijks geleerd: omgaan met frustraties.

Precies zijn en kritiek ontvangen

Onnauwkeurigheid valt op in de muziek. Kom je op school wel weg met een slordig handschrift en een “ongeveer goed” antwoord, in de muziek is een g een g en geen gis, en zeker geen a. En in het geval van bijvoorbeeld zang of een strijkinstrument is zelfs “ongeveer een g” echt fout.
Dat hoor je, dat hoort je docent en bij een uitvoering hoort het publiek het ook. Wanneer de docent daar kritisch op is, kan dat behoorlijk frustrerend zijn, maar ook heel leerzaam. En hoe kritischer je op je eigen werk bent, hoe mooier het resultaat wordt en hoe meer plezier je hebt bij het uitvoeren. Wat ook genoemd werd: fouten liggen aan jezelf. Je kunt niemand de schuld geven als je er een potje van maakt. Maar als het wel lukt, als je prachtig speelt, dan heb je het applaus ook aan jezelf te danken!
Daar staat tegenover dat je niet per se zeer muzikaal hoeft te zijn om plezier te hebben aan het maken van muziek. Cognitief talent houdt niet per definitie verband met muzikaal talent, en goed zijn, of zelfs de beste zijn, is geen voorwaarde voor genieten. Ook dat is een leerpunt: Je hoeft niet overal de beste in te zijn.


Doelen stellen, plannen en prioriteiten

Muziekles nodigt uit tot het stellen van doelen. Elke keer een nieuw stuk dat je wilt gaan beheersen is elke keer een nieuw doel. Hoe verder je komt, hoe ambitieuzer het doel wordt. In het begin speel je kleine liedjes, elke week een paar nieuwe, maar als je na een paar jaar een stuk van meerdere bladzijden moet spelen (en misschien zelfs uit je hoofd), dan is het wel nodig om een planning te maken en je daaraan te houden. Zo’n planning gaat een stuk verder dan het leren voor de topotoets van volgende week, en ook dan de spreekbeurt die je op school moet houden.
Als je een stuk van meerdere bladzijden uit je hoofd moet leren, dan is een goede planning wel nodig
Bovendien: wanneer je spreekbeurt gedaan is, ben je klaar. Je hebt een cijfer gekregen, en de volgende spreekbeurt is volgend jaar pas, met een nieuw onderwerp, en volgens hetzelfde principe. Heb je je muziekstuk uitgevoerd, dan volgt er direct een nieuw stuk. Een wat moeilijk stuk, met nieuwe technieken, een nieuwe toonsoort, moeilijkere loopjes… Als je Bach goed snapt, wordt Britten interessant (en Bach blijft mooi) Je bent nooit klaar met leren, na elk doel volgt een volgend doel.

Ook in het klein is het plannen zeer leerzaam. Wanneer ga je oefenen? Je kunt wel willen afspreken met een vriendje, maar je moet ook zorgen dat je een moment vindt om je instrument tevoorschijn te halen. Doe je dat elke dag op een bepaalde tijd, of ben je daar flexibel in? Dat laatste kan wel, maar kost wel discipline. En als je ook nog op een sport zit (of zoals diverse kinderen: op meer sporten), dan is een goede planning helemaal essentieel. Een belangrijke les voor als je gaat studeren en je prioriteiten moet stellen: tentamen leren of uitgaan?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Ik vind het leuk als je een reactie achterlaat!