zaterdag 25 november 2017

Gelukkig hagelt het.... wel

Het was druk in de stad. Geen wonder: Sinterklaas was vanochtend met zijn gevolg aangekomenen enthousiast begroet door ongeveer alle kleine gelovige kinderen, hun ouders en mijn 16-jarige dochter met haar vriendinnen. Zoiets gaat in fases.
Eerst geloof je in de goedgeefse heilige, zonder twijels, omdat je niet beter weet, bekijk je hem met diep ontzag en wil je liefst elke avond je schoen zetten in de hoop dat daar iets in komt. Dan komt er een periode van twijfel, gevoed door vroegwijze klasgenoten en eigen conclusies. Een pareltje uit deze periode: "Zijn die pieten nou eigenlijk echt zwart, of zijn ze geschminkt?" "Wat denk je zelf?" "Ik denk geschminkt" "Hmhm, klopt." "O... Dan kan Sinterklaas wel goed schminken zeg!"
Deze periode eindigt in het spannende kennen van "Het grote geheim", een zekerheid die wonderlijk snel even kan verdwijnen als die Sint-Nicolaas zich op aanraakafstand bevindt, en vol bravoure terugkomt als hij uit het zicht verdwenen is.
Er volgt een tijd van mooiweerspelen voor broertjes en zusjes en ander klein grut. Natúúrlijk verraad je niet hoe het zit, bedenk je allerlei manieren om het feest nog mooier en spannender te maken, opzichtig knipogend naar de volwassenen in de buurt, want o, ze mochten eens denken dat jij een van de kleintjes was, een van de beminde gelovigen die nog niet wisten van de mijter en de rand...
Na deze periode, die afhankelijk van het aantal en de leeftijd van broertjes en zusjes best een heel aantal jaren kan duren, ben je vrij om te doen wat je wil. Het hele feest links laten liggen, de gezelligheid met cadeautjes uitstellen tot Kerst, of met vrienden of familie een vrolijke invulling geven aan dit buitenkansje van cadeautjes en lekkers. Niet meer gehinderd door gedwongen voorzichtigheid en verplicht meespelen kun je los.

En dus toog dochter van 16 met haar vriendinnen naar de intocht, net als vorig jaar. Ze zette voor de gelegenheid haar wekker op deze zaterdag, dan is het menens.
Toen ik haar later in de stad tegenkwam, waar ik namens voornoemde heiligman inkopen deed voor een niet nader te noemen persoon uit de familie, bood ze me glunderend een kruidnootje aan. Nee, een hand van Sinterklaas had ze niet gehad, wel van een Piet, en kruidnootjes, en er was een trompetpiet die verdacht veel op haar voormalige scheikundeleraar leek.

We vervolgden onze weg samen, nog even overleggend over wat aanvullende kleine pakjes, schuifelend door overvolle winkels en de bijna net zo volle straten. Ook voor mij is een nieuwe periode aangebroken. Tussen alle geheimzinnigheid door hebben we lol om kleinigheidjes die ik eerder alleen regelde, of met mijn man.

Als we moe door de drukte en de zware tassen besluiten op huis aan te gaan, begint het te betrekken, en nog voor we op de fiets stappen vallen de eerste druppels. Zingend over Pino met zijn paraplu gaan we op weg. We denken allebei aan hetzelfde, en zij zegt het: "Gelukkig hagelt het niet hè mama?"
We schieten in de lach, want juist op dat moment vallen de eerste hagelstenen op onze jassen. We schakelen tegelijk om naar de volgende relativerende modus. Zij zegt: "Het is wél lekker koud.. " En ik:"Gelukkig komt het van achter, we krijgen het niet in ons gezicht"

Dit kind, deze jonge vrouw, wat is ze mooi, wat hou ik van haar...


maandag 30 oktober 2017

Op zijn allerjarigst...

Het middelpunt van de wereld was hij, het kleine mannetje van 5 dat naast mijn bureau stond. Nou ja, klein mannetje, 5 werd hij, en in zijn beleving bestond er niks groters. Iets mooiers, geweldigers, heerlijkers dan jarig zijn en 5 worden kon hij zich niet voorstellen. Hij zei het niet, maar zijn ogen spraken voor hem.
Hij gaf me een doorzichtig zakje. Ademloos zei hij: "Dat hartje heb m'n beppe gemaakt, die (een theezakje) heb ik van m'n moeder gekregen, en dát is een koekje, mét chocola.... Die mag je hóúden..."
Met zoveel bewonderende aandacht voor wat hij te geven had zei hij het. In diepe dankbaarheid nam ik zijn traktatie aan en met mijn allermooiste potlood schreef ik HOERA op zijn verjaardagskaart. Hij bekeek het met een gelukzalige glimlach.
Jariger dan dit wordt hij de rest van zijn leven niet meer. Want 5... wow!

zondag 15 oktober 2017

Staartjes

"Kijk mam, zelf gemaakt!"
Bewonderend keek ik naar mijn dochter, die voor me stond met een staart in haar haar. Een scheve staart was het, en aan beide kanten van haar hoofd hingen nog flinke slierten onwillig haar die niet van plan waren geweest zich te onderwerpen aan het elastiekje. Maar het was een staart en ik stak mijn trots niet onder stoelen of banken.
Natuurlijk was ik trots. Mijn dochter, en dit moment heb ik met allebei meegemaakt, kon ZELF een staart in haar haar maken, een mijlpaal voor elk meisje met lang haar.
En misschien nog wel een grotere mijlpaal voor een moeder die als meisje met lang haar eigenlijk altijd vergat haar haar te kammen, en al helemaal een staart te maken. Gewoon, omdat er niemand was die het haar leerde.

Het was een opluchting voor me dat ik lang genoeg in het leven van mijn dochters was geweest om ze te leren hun eigen haar te verzorgen. Dat hadden ze in ieder geval binnen.

Daar moest ik aan denken toen ik van de week de telefoon neerlegde. Ik had zojuist de klinisch geneticus uit Nijmegen gesproken. Een week of 5 geleden zaten we bij haar aan tafel. Mijn verhaal was bijzonder. Een moeder die jong overleed aan een onbekende kanker, een inmiddels hoogbejaarde huisarts van toen die nog wel de situatie wist, en die ergens vaag dacht dat het misschien wel eierstokkanker was, maar die het echt niet zeker wist, en een nichtje dat arts is en vertelde dat dat best zou kunnen, en dat het dan misschien wel erfelijk zou kunnen zijn.

En dus zaten we daar. We namen de gegevens door en besloten dat het een goed idee was om toch het een en ander te onderzoeken. Mijn DNA zou onderzocht worden op een paar genetische afwijkingen. De stagiaire die bloed bij me prikte was zenuwachtig, maar deed het voorbeeldig.
En de arts ging voor mij nog een keer proberen in Zwolle te vragen of er nog gegevens over mijn moeder waren. Al een paar keer had ik dat stukje van mijn leven, de kanker van mijn moeder, aan alle kanten bekeken, en vervolgens weer ingepakt en weggelegd. Al een paar keer had ik me erbij neergelegd dat ik het niet zou weten. En nu ging zij het toch nog een keer proberen. Misschien, als arts, misschien had zij iets meer mogelijkheden, al waren ze klein.

Het was niet gelukt, vertelde ze aan de telefoon. Ze had geen bericht terug gehad uit Zwolle. Nooit zal ik het weten. Het doosje mag dicht, met een lintje erom dat nooit meer open hoeft. Vreemd genoeg geeft het rust. Hier hoef ik niets meer mee. Ik hoef niet meer te zoeken, want het is niet te vinden. Het mag opgeborgen ergens op een dierbaar plekje van mijn hart en daar mag het blijven.

En de uitslag van het onderzoek was helemaal in orde. Geen afwijkingen in de onderzochte stukjes DNA. Geen extra kans op eierstokkanker en borstkanker. En géén kans om dat door te geven aan mijn dochters.

Mijn dochters, die zelf staartjes in hun haar kunnen maken. En die nog heel veel meer kunnen leren, van hun moeder.