maandag 10 december 2018

Koeien staan niet rechtop.... vallende kwartjes tijdens de rekenles

Ze bestaan  niet meer, kwartjes, maar ze vallen nog steeds. 

Vallende kwartjes zijn een belangrijk onderdeel van mijn werk en ik ben er gek op. Ik kan enorm genieten van het licht dat doorbreekt op het gezicht van een kind als er een kwartje valt. De reactie van : "Hë?.... wat?.....Ja maar...…  Oooooooooo!" is goud waard. 
Opeens snapt een kind dat delen het omgekeerde is van vermenigvuldigen, dat de tafels kennen echt uitmaakt, kan het niet alleen 45 bij 28 optellen, maar ook 547.824 bij 398.436, omdat het kwartje van onder elkaar optellen is gevallen. Opeens weet het hoe het over de kast kan springen, hoe je een persoonsvorm vindt of dat je kunt lezen zonder eerst te hakken en te plakken. Goud is het. 

Soms heb je niet eens door dat er een kwartje moest vallen. Zoals bij die jongen, jaaaaren geleden, toen ik nog voor de klas stond, die ongeveer in maart groep 3 zei: "Juf! Ik heb gemerkt.... als ik oplet, dan lukt het wél!" Ach jongen toch, als ik wist dat dit kwartje dwarszat, dan had ik je dat in september verteld, dat had ons beiden een hoop ellende bespaard....

Vandaag was ik getuige van een onverwacht vallend kwartje. 
We waren aan het rekenen, twee meisjes en een jongen uit groep 6, en ik. Een gezellig groepje, dat soms niet zo goed is in het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Dat wil zeggen, zij vinden rekenen meestal bijzaak, terwijl ik het hoofdzaak vind. We komen er wel uit, zij zijn best bereid zich in te zetten voor bijzaken als ik af en toe een stukje met hun hoofdzaken meega. 

Na de eerste bladzijde, waarvan de kwartjes al lang gevallen waren, kwamen we een van puntje-naar puntje-tekening tegen, met sprongen van 50. Ze hebben de essentie snel door (Gevallen kwartje: hij lijkt op de tafel van 5!) en de jongen roept al van te voren: Ik weet het al, het wordt een koe! 

Het werd geen koe. Het werd een paddenstoel. Met koeienvlekken, dat wel. Ik snapte wel dat hij er een koe in had gezien, de onderste vlek leek immers op een uier. Maar de jongen zei: "Ik weet niet wat een uier is." Oke, hier moest ik wel even ingrijpen. De rekenles werd even onderbroken door biologie. De meiden wisten wel wat meer: "Daar kun je aan trekken, en dan komt er melk uit."  "Oooooooo..…." (kwartje gevallen) "ik dacht dat dat de piemel was....." (kwartje had echt op de verkeerde plek gelegen)

De meiden bleven, net als ik, serieus. "Nee, een koe is een meisje, die heeft geen piemel. En een koe geeft melk, een stier niet." "Trouwens, koeien staan in de wei, en een stier meestal niet, die kan uitbreken en dat is gevaarlijk." "Maar ik ben wel eens stieren in het bos tegen gekomen, die stonden gewoon op het pad" "Dat waren dan waarschijnlijk koeien." "Maar ze hadden wel van die dingen op hun kop..." "Ja maar..."
Afijn, tot zover de hoofdzaken, we moesten weer verder met rekenen.

180 + … = 200
165 + … = 200

340 + … = 400

"OOOOO! Nou weet ik het!!!! Een baby drinkt uit de borst bij de moeder, en dat is bij de koe de... dinges! Alleen staan koeien niet rechtop... dus DAAROM zit dat bij een koe aan de onderkant!"

En weer is er een kwartje gevallen tijdens de rekenles....



woensdag 14 november 2018

Als we het poeziealbum nou weer eens zouden invoeren...

"Aan kant!"
We hadden heus wel langs elkaar heen gekund, in de gang van de school. Hij had alleen vlak voor hij bij me was een stap opzij gedaan en botste tegen me aan. Hij keek om en wees me streng mijn plaats, ik moest aan de kant gaan. Gedist door een peuter.

Zijn moeder, die achter hem liep, en ik schoten in de lach: Zag je dat? En zij wees hem terecht: "He joh, grote mensen hebben voorrang!"
Een paar dagen daarvoor stond dit mannetje met zijn twee grote broers en nog wat anderen een Sint Maartenliedje te zingen bij ons voor de deur. Blij rende hij weg met zijn snoepje.  Zijn broers waren minder snel weg en zeiden "Dank je wel" toen ze wat lekkers hadden gekregen. Volgend jaar zegt hij het ook, en anders wel het jaar daarop.

Vaak sta ik 's ochtends op school in de gang. Ik begroet, soms alleen, soms samen, de kinderen en ouders die binnenkomen. Veel kinderen groeten vriendelijk terug, de meeste ouders ook. Sommige kijken me verlegen glimlachend aan. Dat beschouw ik ook als goedemorgen. Er zijn ook kinderen die even een mmmhoi mompelen. Reken ik ook goed. Een enkeling komt enthousiast op me af: "Ik heb een nieuwe tas!" "Mijn moeder is vandaag jarig!", of zegt al voor ik de kans krijg vrolijk "goedemorgen!" En eentje geeft me graag een hand. Toch zijn er ook, en best veel eigenlijk, die niks zeggen. Niet als antwoord, niet met de ogen, niet gemompeld, en al helemaal niet uit zichzelf.

Vorige week fietste ik met mijn jongste dochter door een smalle straat. Een automobilist wachtte even en liet ons er langs. Ik stak mijn hand op om hem te bedanken en met mijn dochter had ik een gesprek over aardig zijn. Dat het fijn is dat die automobilist ons de ruimte gaf, en dat het netjes is om te bedanken. Dat het uit kan maken voor iemands gevoel over de dag, over de wereld, als er iemand was die vriendelijk was.
Gisteren liep ik met dezelfde dochter op het plein bij de supermarkt. Ze zou met haar fiets vlak voor een oudere vrouw langs lopen. Ik zei: "Wacht maar even, laat die mevrouw even eerst" De mevrouw liep door, keek misprijzend naar mijn dochter. Ik zei zachtjes: "Ik denk dat die mevrouw dank je wel bedoelde..." Mijn dochter giechelde. Soms geven volwassenen gewoon het slechte voorbeeld.

Zo heb ik me van de week verbaasd over de reacties op de duw die Max Verstappen gaf aan Ocon. Natuurlijk was hij kwaad, en terecht. Maar die duw... En hoe kan het dat er zo veel mensen zijn die het belachelijk vinden dat hij daarvoor straf krijgt? Hoe kan het, dat meer dan de helft van de reacties die ik op een nieuwsbericht zag ongeveer de inhoud hadden van "Een duwtje, meer was het niet!" en "Hij hield zich keurig in" .

We doen zo ons best op school, om kinderen te leren dat het normaal is om goedemorgen te zeggen, en dat je conflicten oplost met woorden, en het liefst met fatsoenlijke. Het helpt niet als een sportheld dan gaat lopen duwen, en al helemaal niet als volwassenen dat normaal vinden.

Misschien moeten we de herinvoering van het poeziealbum overwegen. Dat onze kinderen leren dat het goed is om met heel veel aandacht iets voor elkaar te maken. op rechte lijntjes die je straks weer uitgumt op je allernetst schrijven, liefst zonder spelfouten. En dan een versje dat je er weer even aan herinnert hoe belangrijk we zijn voor elkaar. Over aardig zijn, vriendschap, elkaar niet vergeten, er zijn voor elkaar. En dan 't liefst met zoete, schattige poezieplaatjes erbij. Met reliëf en glitters.


Aan het begin van mijn juffencarrière kwam ik ze nog wel tegen, poeziealbums. En altijd schreef ik er het versje in dat mijn oom voor mij schreef:


Al ben je klein, 
je kunt iets zijn.
Je hebt iets weg te geven.

Een lach, een knik,
een lieve blik, 
doen veel in ieders leven.




En dan met zoete plaatjes. Met reliëf. En glitters.




zaterdag 3 november 2018

Dan worden de lijntjes dikker!

Pas geleden hadden wij met alle scholen van Scholengroep Gelderveste een studiedag over laaggeletterdheid en dyslexie. Een onderwerp dat raakt, want wie niet goed kan lezen en schrijven, heeft met recht een beperking. Wat een voorrecht is het om te mogen bijdragen aan het verminderen van het aantal kinderen dat met een laag leesniveau van school gaat! Ik moest denken aan een jongetje uit een groep 3, een jongetje dat me raakte door zijn positieve houding. Hij wist wat hem te doen stond: hij ging goed leren lezen, want hij had een doel!

"Ja, zo doet mama het!"
Het jochie van 7 bij mij aan tafel was enthousiast, hij herkende wat ik voordeed. Ik daarentegen, ik moest me even ongezien herstellen. Even daarvoor hadden we het gehad over waarom het nou handig is om "zingend te lezen". Deze jongen, en ook de andere jongen in ons gezelschap, bleef nog hangen in het hakken en plakken (h-a-k....hak) Dat lukt met kleine woorden, maar als je moeilijkere dingen, langere woorden, gaat lezen, wordt het een beetje ingewikkeld. Ik had er een boekje bij gepakt en las: "ei-g-e-n-l-ij-k...… ehm…. w-a-s... was..." En zo doet mama het dus.

Ik liet niet merken dat ik even van mijn  à propos was, en zei: "O, dus mama vindt lezen ook best moeilijk?" Dit beaamde hij. "Ja, dat gebeurt wel vaker, grote mensen vinden lezen soms ook echt nog moeilijk. Dat geeft niet, maar het is wel handig als jullie het makkelijker gaan kunnen" We hadden het over leuke boeken met spannende verhalen, over spelregels, gebruiksaanwijzingen en boodschappen doen.

Wat ik de  jongens vertelde is waar: meer volwassenen hebben dat. Zo'n 18% van de volwassenen in Nederland heeft grote moeite met lezen en/of schrijven, is te lezen op de website van Stichting lezen en schrijven. Zij kunnen lezen, maar op een dusdanig laag niveau dat ze daar ernstige hinder van ondervinden in het dagelijks leven. Brieven van school lezen is moeilijk, voorlezen aan je kinderen is moeilijk, de weg vinden, reizen met het openbaar vervoer, werken met de computer... allemaal dingen die vanzelfsprekend zijn als je gewoon gemakkelijk leest. 18 %... Dat is veel.

Ze werkten hard, dit jongetje, en dat andere jongetje ook. Ze keken op het door de juf gemaakte schema, en deden wat er stond, extra leesoefeningen met de juf, alleen, spelletjes met zijn tweetjes, en oefenden ook op de computer, op school, maar ook thuis, Want mama vond lezen wel moeilijk, maar ze vond het ook heel belangrijk dat haar kind het beter leerde dan zij. Af en toe, als ik een kwartiertje over had, pikte ik de beide jongens even op uit het lokaal.
Als je oefent, en oefent, en oefent, dan wordt het 
dikker, en dikker en dikker. 
"Kom, we gaan nog even lezen".
We oefenden het zingend lezen met de woorden in het klikklakboekje: zzzzzeeeeeffff. Eerst las ik het rijtje, dan deden we het samen, en dan de jongens, om de beurt. Ik vertelde ze over hersencellen, en verbindingen daartussen, en dat oefenen de verbindingen sterker maakt, zodat ze nooit meer weggaan. Ik tekende de verbindingen op een papiertje: kijk, eerst is er een dun lijntje, en als je niet blijft oefenen, dan is dat zo weer weg. Maar als je oefent, en oefent, en oefent, dan wordt het dikker en dikker en dikker, en er komt een beschermlaagje omheen, net als het laagje plastic om een snoer.
(zie ook Met je viool op een geitenpaadje)

Na een vakantie, we hadden elkaar een poosje niet gezien, vroeg ik of ze wisten waarom het zo belangrijk was om mee te lezen als de ander aan het lezen was. "Ja," riep het jongetje, "want dan worden de lijntjes dikker!"

Deze jongen, die wordt later waarschijnlijk geen professor, geen ingenieur, en ook geen econoom.
Misschien wordt hij wel vrachtwagenchauffeur, maar wel een die de weg kan vinden op de kaart, ook als de Tomtom het niet doet. Of hij wordt den heel goede fietsenmaker, die met gemak onderdelen kan bestellen en facturen naar zijn klanten kan versturen. Of hij wordt een elektromonteur, die zonder moeite de gebruiksaanwijzing van een nieuwe cv-ketel kan lezen.
In ieder geval, dat weet hij nu al, wordt hij vader. en niet zomaar eentje, vertelde hij me met blije schitterogen.

"Later als ik groot ben, ga ik mijn kinderen ELKE dag voorlezen!"