woensdag 3 oktober 2018

Een beetje jarig

Er zijn van die beslissingen die je neemt, en die verstrekkende gevolgen hebben. Levensveranderend kunnen ze zijn.
Een glaasje whisky aannemen bijvoorbeeld. Dat was met afstand de meest verstrekkende beslissing ooit. Zonder dat eerste glaasje whisky, in mei 1994, was ik nu niet al bijna 18 jaar getrouwd met de liefste en leukste man die ik me kan wensen.
Of je vakkenpakket, je studiekeuze, de keuze naar welke middelbare school je gaat... de keuzes waar onze kinderen midden in zitten. Leuke, maar behoorlijk omvattende keuzes zijn het. Want als je geen wiskunde B kiest, welke wegen sluit je dan af? En hoe definitief is dat? En wat als je uitgeloot wordt voor studie 1, wat is dan studie 2?

Vorig jaar nam ik ook zo'n beslissing. Ik besloot, na lang twijfelen, om op celloles te gaan. Vandaag precies een jaar geleden had ik mijn allereerste les. En dus ben ik, samen met de allerliefste cellojuf en innigste vriendin, vandaag een beetje jarig.
Een cello is een lekker instrument om mee te beginnen als je een beetje onzeker bent. Je kunt er achter wegkruipen tot je je stoer genoeg voelt om tevoorschijn te komen. En je kunt hem omarmen, koesteren. Een lief, warm, menselijk instrument,

Voor ik op les ging, had ik er geen idee van hoe groot deze beslissing eigenlijk was. Hoe bijzonder het is, om iets helemaal vanaf het begin te leren. Ja, tuurlijk, ik kon noten lezen, na jaren blokfluitles en nog veel meer jaren koorervaring. Maar een bassleutel maakt het dan ineens weer knap ingewikkeld. Waar de d zat, zit nu de f, en waar de f zat, zit nu de a. En waar bij een blokfluit de handen en vingers min of meer hetzelfde doen, doen nu beide handen iets volledig anders, en allebei verrekte moeilijk.

Alle vormen van mindset komen voorbij, na een jaar nog steeds. Van keihard vastgenagelde fixed mindset, dikke paniek bij iets nieuws, of nog erger, als iets na 2 of 3 of 4 keer oefenen niet lukt, en na heel veel vaker nog STEEDS niet. Via lachen om mijn eigen fouten, via vingers in de knoop, via links en rechts die niet tegelijk aangestuurd willen worden, via frustraties en niet opgeven, naar nog een keer proberen, eerst langzaam, eerst pizzicato, naar elke keer een stapje verder, naar vragen hoe ik iets moet oplossen, of aan de 'juf' of aan mijn zoon, mijn grote voorbeeld, naar een pokoneske groeimindset.

Na een jaar speel ik wat ik nooit verwacht had te kunnen spelen, en zeker niet al na een jaar. En na een jaar heb ik er een grote liefde bij, de liefde voor een heerlijk instrument, en voor het oefenen, onder de knie krijgen, steeds meer kunnen. Bijna elke dag komt 'ie uit zijn hoekje, speel ik even, of langer, of lang..... 4e positie, lage eerste vingers, hoge 4e vingers, ik kan het gewoon. Nog niet vlekkeloos, en niet altijd zuiver, maar ik kan het.

Nu nog vibrato. Want als ik samen met mijn zoon speel, dan kan hij dat al wel heel mooi...

zaterdag 8 september 2018

Een nieuwe weg op een oude plek

Op het aanwezigheidsbord in de hal van de pabo in Utrecht, de lerarenopleiding voor het basisonderwijs waar ik ruim 20 jaar geleden mijn diploma in ontvangst nam, staan nog maar een paar namen die ik herken. Wat Oooh-ja-vaag-bekend-namen, een paar Goh,-nog-steeds,-of-zou-het-familie-zijn-namen, en een enkele naam die dierbare herinneringen oproept aan een verwarrende tijd waarin ik op een heel andere volgorde en manier dan mijn leeftijdgenoten volwassen werd en aan de grotemensenwereld wende.
De meeste namen zeggen me niets, zijn van  'na mijn tijd'.
Lopend door het gebouw, zoekend naar het lokaal dat aangegeven staat op het plasmabord, herken ik ook weinig van de gangen van vroeger. Het gebouw heeft een aantal jaren geleden een metamorfose ondergaan, en ik moet mijn best doen om me te herinneren hoe het ook alweer was. Recht tegenover de ingang was de zaal waar hoorcolleges werden gegeven, aan de rechterkant zat handvaardigheid, op de derde verdieping Nederlands, en links onderin het muzieklokaal waar ik met speels gemak een 10 haalde voor blokfluiten, want ja, dat deed ik al jaren.
Het lokaal waar ik moet zijn, zit op een plek die er vast toen ook al was, maar ik weet niet wat er toen zat. Zo te zien wordt er geschiedenis gegeven, er hangt een tijdlijn met plaatjes erop (Tijdens ELKE geschiedenisles MOET je een tijdlijn gebruiken, hoor ik mijn geschiedenisdocent zeggen) en een poster van de Canon van de Nederlandse Geschiedenis.

Vandaag zit het lokaal vol met zo'n 25 mensen die net als ik hun pabo-diploma al lang hebben. Met zijn allen beginnen we een nieuw avontuur, het avontuur van een opleiding tot intern begeleider. Een groep van mensen die elkaar niet kennen, en die dit jaar samen gaan optrekken om nieuwe dingen te leren. Deze eerste dag wennen we aan elkaar, en aan wat we allemaal gaan doen. Onzeker voelt het nog een beetje, voor mij in ieder geval, maar ook leuk, spannend, onzeker, en enigszins overweldigend. Ik weet dat ik mij dit jaar ver, heel ver, buiten mijn comfortzone ga begeven. Ik weet dat er momenten komen dat ik denk dat dit me niet gaat lukken, dat ik niet durf, In dit gebouw waar ik de weg niet meer weet, waar mensen rondlopen die ik niet meer ken, sla ik een nieuwe weg in, teken ik nieuwe paadjes bij op mijn kaart. Het is een stuk op mijn kaart dat nu nog leeg is, waar ik de weg nog niet weet, waar ik nog niemand ken, en waar ik mijzelf nog niet ken.
Volgend jaar is mijn kaart weer een stukje groter, en mooier, en interessanter.

zaterdag 25 november 2017

Gelukkig hagelt het.... wel

Het was druk in de stad. Geen wonder: Sinterklaas was vanochtend met zijn gevolg aangekomenen enthousiast begroet door ongeveer alle kleine gelovige kinderen, hun ouders en mijn 16-jarige dochter met haar vriendinnen. Zoiets gaat in fases.
Eerst geloof je in de goedgeefse heilige, zonder twijels, omdat je niet beter weet, bekijk je hem met diep ontzag en wil je liefst elke avond je schoen zetten in de hoop dat daar iets in komt. Dan komt er een periode van twijfel, gevoed door vroegwijze klasgenoten en eigen conclusies. Een pareltje uit deze periode: "Zijn die pieten nou eigenlijk echt zwart, of zijn ze geschminkt?" "Wat denk je zelf?" "Ik denk geschminkt" "Hmhm, klopt." "O... Dan kan Sinterklaas wel goed schminken zeg!"
Deze periode eindigt in het spannende kennen van "Het grote geheim", een zekerheid die wonderlijk snel even kan verdwijnen als die Sint-Nicolaas zich op aanraakafstand bevindt, en vol bravoure terugkomt als hij uit het zicht verdwenen is.
Er volgt een tijd van mooiweerspelen voor broertjes en zusjes en ander klein grut. Natúúrlijk verraad je niet hoe het zit, bedenk je allerlei manieren om het feest nog mooier en spannender te maken, opzichtig knipogend naar de volwassenen in de buurt, want o, ze mochten eens denken dat jij een van de kleintjes was, een van de beminde gelovigen die nog niet wisten van de mijter en de rand...
Na deze periode, die afhankelijk van het aantal en de leeftijd van broertjes en zusjes best een heel aantal jaren kan duren, ben je vrij om te doen wat je wil. Het hele feest links laten liggen, de gezelligheid met cadeautjes uitstellen tot Kerst, of met vrienden of familie een vrolijke invulling geven aan dit buitenkansje van cadeautjes en lekkers. Niet meer gehinderd door gedwongen voorzichtigheid en verplicht meespelen kun je los.

En dus toog dochter van 16 met haar vriendinnen naar de intocht, net als vorig jaar. Ze zette voor de gelegenheid haar wekker op deze zaterdag, dan is het menens.
Toen ik haar later in de stad tegenkwam, waar ik namens voornoemde heiligman inkopen deed voor een niet nader te noemen persoon uit de familie, bood ze me glunderend een kruidnootje aan. Nee, een hand van Sinterklaas had ze niet gehad, wel van een Piet, en kruidnootjes, en er was een trompetpiet die verdacht veel op haar voormalige scheikundeleraar leek.

We vervolgden onze weg samen, nog even overleggend over wat aanvullende kleine pakjes, schuifelend door overvolle winkels en de bijna net zo volle straten. Ook voor mij is een nieuwe periode aangebroken. Tussen alle geheimzinnigheid door hebben we lol om kleinigheidjes die ik eerder alleen regelde, of met mijn man.

Als we moe door de drukte en de zware tassen besluiten op huis aan te gaan, begint het te betrekken, en nog voor we op de fiets stappen vallen de eerste druppels. Zingend over Pino met zijn paraplu gaan we op weg. We denken allebei aan hetzelfde, en zij zegt het: "Gelukkig hagelt het niet hè mama?"
We schieten in de lach, want juist op dat moment vallen de eerste hagelstenen op onze jassen. We schakelen tegelijk om naar de volgende relativerende modus. Zij zegt: "Het is wél lekker koud.. " En ik:"Gelukkig komt het van achter, we krijgen het niet in ons gezicht"

Dit kind, deze jonge vrouw, wat is ze mooi, wat hou ik van haar...