zondag 15 oktober 2017

Staartjes

"Kijk mam, zelf gemaakt!"
Bewonderend keek ik naar mijn dochter, die voor me stond met een staart in haar haar. Een scheve staart was het, en aan beide kanten van haar hoofd hingen nog flinke slierten onwillig haar die niet van plan waren geweest zich te onderwerpen aan het elastiekje. Maar het was een staart en ik stak mijn trots niet onder stoelen of banken.
Natuurlijk was ik trots. Mijn dochter, en dit moment heb ik met allebei meegemaakt, kon ZELF een staart in haar haar maken, een mijlpaal voor elk meisje met lang haar.
En misschien nog wel een grotere mijlpaal voor een moeder die als meisje met lang haar eigenlijk altijd vergat haar haar te kammen, en al helemaal een staart te maken. Gewoon, omdat er niemand was die het haar leerde.

Het was een opluchting voor me dat ik lang genoeg in het leven van mijn dochters was geweest om ze te leren hun eigen haar te verzorgen. Dat hadden ze in ieder geval binnen.

Daar moest ik aan denken toen ik van de week de telefoon neerlegde. Ik had zojuist de klinisch geneticus uit Nijmegen gesproken. Een week of 5 geleden zaten we bij haar aan tafel. Mijn verhaal was bijzonder. Een moeder die jong overleed aan een onbekende kanker, een inmiddels hoogbejaarde huisarts van toen die nog wel de situatie wist, en die ergens vaag dacht dat het misschien wel eierstokkanker was, maar die het echt niet zeker wist, en een nichtje dat arts is en vertelde dat dat best zou kunnen, en dat het dan misschien wel erfelijk zou kunnen zijn.

En dus zaten we daar. We namen de gegevens door en besloten dat het een goed idee was om toch het een en ander te onderzoeken. Mijn DNA zou onderzocht worden op een paar genetische afwijkingen. De stagiaire die bloed bij me prikte was zenuwachtig, maar deed het voorbeeldig.
En de arts ging voor mij nog een keer proberen in Zwolle te vragen of er nog gegevens over mijn moeder waren. Al een paar keer had ik dat stukje van mijn leven, de kanker van mijn moeder, aan alle kanten bekeken, en vervolgens weer ingepakt en weggelegd. Al een paar keer had ik me erbij neergelegd dat ik het niet zou weten. En nu ging zij het toch nog een keer proberen. Misschien, als arts, misschien had zij iets meer mogelijkheden, al waren ze klein.

Het was niet gelukt, vertelde ze aan de telefoon. Ze had geen bericht terug gehad uit Zwolle. Nooit zal ik het weten. Het doosje mag dicht, met een lintje erom dat nooit meer open hoeft. Vreemd genoeg geeft het rust. Hier hoef ik niets meer mee. Ik hoef niet meer te zoeken, want het is niet te vinden. Het mag opgeborgen ergens op een dierbaar plekje van mijn hart en daar mag het blijven.

En de uitslag van het onderzoek was helemaal in orde. Geen afwijkingen in de onderzochte stukjes DNA. Geen extra kans op eierstokkanker en borstkanker. En géén kans om dat door te geven aan mijn dochters.

Mijn dochters, die zelf staartjes in hun haar kunnen maken. En die nog heel veel meer kunnen leren, van hun moeder.





zondag 10 september 2017

Mijn zachte verdriet

Wat gek eigenlijk, dat je kunt gaan houden van je verdriet...
Mijn verdriet vandaag, 39 jaar nadat mijn moeder overleed, zij 31, ik 5, mijn verdriet is zacht, en mild, en mooi, en liefdevol. Zonder drama, zonder opsmuk.
Verdriet dat geen behoefte heeft aan troost, alleen maar aan erkenning, het meest nog van mezelf.
Het is er, en het zal er altijd zijn, als deel van mij, als een van de bronnen van wie ik ben.



zaterdag 19 augustus 2017

Dat ene kind

"Je hebt ze eigenlijk allemaal wel, van die kinderen die je net wat meer bijblijven. Zo'n kind waar je later aan terugdenkt, je afvragend hoe het daarmee is. Zo'n kind dat je extra raakt, omdat er iets bijzonders mee was, waar je een verhaal van hebt. Vertel elkaar dat verhaal, en kijk of je elkaars en je eigen drijfveren er uit naar boven kunt krijgen"
Wat een mooie opdracht voor de eerste studieochtend van het jaar....

Ze zat op een te grote stoel met haar kleine lijf. Een blonde kleuter. naar beneden kijkend naar haar bungelende benen. Ze zat er wel vaker, in de koffiekamer, even af te koelen.
"Hoi, waarom zit jij hier?" vroeg ik.
Ze bleef naar beneden kijken, en mompelde: "Dat moest van juf. Ik had iemand geslagen"
Serieus keek ik naar haar. "Oei, dat is niet de bedoeling. Je weet dat dat ook niet mag in groep 3 als je bij mij komt hè?" Schuldbewust knikte ze. Ja, dat wist ze wel. Ze wist immers ook wel dat het in groep 2 niet mocht, maar soms overkwam het haar. Door wat er gebeurd was miste ze natuurlijke remmingen. Haar hersenen hielden haar niet tegen. Als ze boos was, ging ze door het lint. Als ze verdrietig was, verging de wereld. Daar stond tegenover, dat ze als ze blij was stuiterde, sprong en straalde, als je haar enthousiast wist te krijgen - wat, zoals ik later merkte, meestal niet tijdens de rekenles was - zat ze op het puntje van haar stoel, of stond ze ervoor, en kwam ze met de beste ideeën, en als ze jarig was, dan zong de de aarde waar ze op liep Lang  zal ze leven.

Eenmaal in groep 3 ging het regelmatig mis. Ze ontplofte, deed dingen die niet door de beugel konden, schriften werden in boze buien bekrast, klasgenoten gemept. Maar vaker ging het goed. High five, aai over je bol, knipoog. De lijntjes met haar pleeggezin waren kort, de gesprekken prettig en gelijkwaardig. Samen zochten we naar de goede weg.

Dolblij waren zij en haar klasgenootjes met onze uitnodiging. Wat een geluk, als je juf gaat trouwen, net als jij bij haar in de klas zit! Dan mag je komen, de juf in haar mooie jurk zien, voor haar en haar kersverse man zingen in je feestelijkste kleren.
Maar er kwam een kink in de kabel. Ik vertelde het in de klas.
"Lieve kinderen, luister. Jullie hebben allemaal een uitnodiging voor onze trouwdag gekregen. We gaan wel trouwen, maar niet nu. Dicks moeder is heel erg ziek, en we weten niet of ze weer beter wordt. Ze is nu in het ziekenhuis, en als we nu gaan trouwen, dan weten we zeker dat ze er niet bij kan zijn. Als ze beter wordt, is ze nog niet beter genoeg om erbij te zijn, en als ze niet beter wordt, dan zijn we te verdrietig om feest te vieren.
We gaan later trouwen, maar jullie mogen nog steeds komen, ook al zit je dan niet meer bij mij in de klas."

De volgende dag stond er een klein meisje naast mijn bureau. Een meisje met een boek. Ze gaf het aan mij en zei: "Ja, juf, ik dacht... als Dicks moeder nou zo ziek is, dan
is hij vast veel bij zijn moeder in het ziekenhuis. Jij mag dit boek van me lenen, want dan heb je toch nog een Dik bij je."
Dit meisje, dit kind waar we met zijn allen zoveel mee te stellen hadden, gaf me haar nieuwe boek van Dik Trom. Als ze boos was ontplofte ze, als ze verdrietig was verging de wereld. Maar als ze lief was, dan ging ze regelrecht naar binnen, naar het warmste plekje van mijn hart, waar ze nu, na 17 jaar, nog steeds zit.

En onze bruiloft, die is gevierd, mét mijn schoonmoeder, en met twéé groepen kinderen die ons toezongen,
in hun feestelijkste kleren.