zondag 10 maart 2019

Soms is een opgevouwen papiertje genoeg

Waar staan we nu, waar willen we heen, en hoe komen we daar? In mijn werk ben ik vrijwel altijd op weg naar een doel. Dat kan een groot doel zijn, zoals het kunnen maken van sommen zoals 352x576, maar ook een klein doel: hoe krijg ik dit kind zover om vandaag deze bladzijde te maken? En soms loopt de weg naar het doel anders dan ik van tevoren denk.


"Ja maar ik wíl dat niet maken. Daar ben ik nu echt.veel te moe voor hoor..." Hij keek me trouwhartig aan, in de hoop dat ik toe zou geven en dat ik zou zeggen dat 't vanmiddag wel mocht. Zijn juf had aan me gevraagd of ik nog even naar de bladzijde in zijn rode map wilde kijken. Hij had zojuist bij mij gerekend. Ik had grote krullen in zijn werkboek gezet, een plaatje geplakt ("Mag ik die Bugatti Veyron?" Mentale notitie:' Hm.... er staat geen Bugatti bij, alleen Veyron. Dit weet hij dus gewoon, dit manneke in groep 3') en ik had hem van flinke complimenten voorzien. Hij had goed, vlot, geconcentreerd en netjes gewerkt, terwijl dit geen kwartet was dat hij standaard bij zich droeg.
En nu was hij te moe. Zijn juf vertelde me dat hij 's ochtends had geweigerd de bladzijde in zijn map af te maken.. Ik vermoedde dat vermoeidheid niet de werkelijke reden was.
Ik zei:" Weet je wat, kom maar even rustig bij mij in mijn kamertje zitten terwijl ik opruim, dan heb je geen last van lawaai, en dan heb je het vast zo af"
Hij was wel begonnen. Had wat rondjes gezet om woorden met -nk. Dat was niet alles wat hij moest doen, hij moest de woorden onder plaatjes schrijven. Had hij de opdracht gewoon niet begrepen? Even wat uitleg nodig?
"O, kijk. Je moet de woordjes op de lijntjes schrijven. Die woordjes die hie boven staan, daar mag je uit kiezen." Braaf begon hij, maar hij hield ook snel weer op.
"Wat is er met die hond?"
"Ik denk dat het woordje 'jank' daarbij hoort. Hij jankt, zie je dat?'
Hij schreef weer een woord op, netjes op de lijntjes.
"Maar wat heeft die hond nou om zijn poot"
 "Dat weet ik niet. Weet je war, maak het maar even af" Weer een woordje op papier.
"Die arme hond.... zucht.... ik vind het zó zielig voor die hond!"
Tot zover de vermoeidheid.  Hij had gewoon last van een te groot hart. Ik pakte een papiertje, vouwde dat op, en legde het in zijn map op het plaatje van de zielige, jankende hond.
Een halve minuut, meer was het niet. De bladzijde was af.

donderdag 7 maart 2019

Precies hetzelfde, maar dan anders

Ik twijfelde.
Ik was op de fiets gekomen, maar dat was de fiets van mijn vriendin, en die had ik zojuist weer bij haar afgeleverd. Na de gezellige, lekkere en gezonde lunch kon ik lopend naar huis, wat toch een goed half uur was, of met de bus. Lopend was gezonder, de bus inclusief wachttijd van een kwartier waarschijnlijk net wat sneller. En dan kon ik meteen even boodschappen doen.... dit alles overwegende werd het de bus. 
Het wachtkwartiertje besteedde ik op mijn mobiele telefoon, onderwijl telkens even kijkend of de bus er al aan kwam. 
Mensen die langs de bushalte liepen, groetten me, en ik groette terug. We wonen in het oosten des lands, en daar doet men dat nog.
Vanaf de rechterkant kwam een oudere mevrouw aanlopen die niet groette, maar meteen een gesprekje met me aanknoopte. 
"He! Ik heb precies zo'n kleur telefoonhoesje!" Ze haalde haar hoesje met telefoon uit haar tas, gezellig kletsend over het feit dat ze hem meestal vergat, maar nu wel bij zich had. Haar telefoonhoesje was effen blauw, in tegenstelling tot de mijne, die is turquoise met roze bloemen. "Ja, maar zoals de binnenkant" Ik deed mijn hoesje open en we hielden onze telefoons bij elkaar. Allebei blauw, maar een heel andere tint. Turquoise naast gewoon lichtblauw. Ik zei goedmoedig: "Ja, ze lijken wel op elkaar he?" "Ik hou zo van deze kleur, u ook?" Ik beaamde het. "Net als kobalt, vind ik ook zo mooi, kobalt, u ook?" Ja hoor, ik wilde voor deze lieve dame, die vast wel eens meer vergat dan alleen haar telefoon, ook best van kobalt houden.



Ik verwachtte dat het gesprek verder zou gaan, was benieuwd naar de richting, maar dat had ik mis. "Nou, fijne dag verder, en eh... GOEDE reis verder!" zei ze uit de grond van haar hart. Ik bedankte haar, wenste haar ook een fijne dag, en keek hoe ze rustig verder liep. 

Niet veel later kwam de bus eraan. Ik stapte in, blij met mijn keuze om niet te gaan lopen.

woensdag 20 februari 2019

Een werkstuk over gezichtsbedrog


Het ei is gelegd. 't Is best een heel mooi ei geworden, en ze is er trots op, mijn jongste dochter. Weken heeft ze er aan gewerkt: onderwerp gekozen,  plaatjes gezocht, informatie gezocht,  nog meer plaatjes gezocht, plaatjes opgeslagen op de computer, titelpagina gemaakt, de bronnen bijgehouden... Tot het werkstuk dat ze vandaag moest inleveren afgelopen weekend bestond uit een titelpagina, een hoofdstukindeling, op elke bladzijde paginanummer 1, en een bronvermelding.
Ze was zo serieus bezig geweest dat ik dacht dat het wel liep. Maar dit weekend bleek dat het vooral sjokte. Er stond wel wat, maar niet veel en een werkstuk was het nog niet.

Een klasgenootje van jongste vertrouwde me deze week een beetje verontschuldigend toe: "Mama heeft me wel wat geholpen met mijn werkstuk..." Ik kon haar vertellen dat dat mocht, en ze was zichtbaar opgelucht.

Gek is dat toch. We leren onze kinderen van alles, van jongs af aan. of het nu gaat om fietsen, met mes en vork eten, veters strikken. Geen mens zegt tegen zijn zoon of dochter: "Hier heb je je nieuwe schoenen, zie maar hoe je die touwtjes vastkrijgt. Het is de bedoeling dat je schoenen uiteindelijk strak genoeg om je voeten zitten, zodat ze niet uitglippen, en dat je niet struikelt. Succes. " We doen voor, laten zien, helpen, begeleiden, tot ze het uiteindelijk zelf kunnen. En dan kunnen ze het met hun nieuwe schoenen, met hun sportschoenen, met de strik op hun jurk en de veters van hun kleine zusje.

Maar met een werkstuk lijkt dat ineens een heel ander verhaal. Op internet zijn hele discussies te vinden over wel of niet helpen. De meningen variëren van "het is zijn eigen werkstuk, dat ga ik niet voor hem maken." en "als ik haar help leert ze er niks van" tot "eigenlijk maak ik het werkstuk grotendeels zelf voor mijn kind, anders wordt het niks".
Ouders zijn onzeker en vragen om elkaars mening. Mag je nou wel of niet helpen? Mag je het typen overnemen? Mag je de spelling controleren? Er worden meningen gegeven, er wordt geoordeeld. Ook ik voel twijfel. Moet ze dit nou niet zelf doen? Wanneer neem ik te veel over?

Eigenlijk is dat inderdaad heel gek Een werkstuk maken is ongeveer het moeilijkste dat een kind op de basisschool moet doen. Er komen verschrikkelijk veel vaardigheden samen: schrijven, informatie zoeken, informatie in je eigen woorden weergeven, een tekst opmaken, bepalen wat relevant is en wat niet. En dan heb ik het nog niet eens over de executieve functies, die op deze leeftijd nog lang, lang, lang niet ten volle ontwikkeld zijn: plannen, taakinitiatie (beginnen met een taak) timemanagement, concentratie, volgehouden aandacht, flexibiliteit, emotieregulatie.... Het is nogal wat, en NATUURLIJK hebben ze daar hulp bij nodig, een enkeling uitgezonderd. Ze moeten het leren, en leren doe je door na te doen, door adviezen op te volgen, door kijken wat anderen doen en dan weer een stukje zelf. Denken dat ze het zo wel redden met een A4-tje met eisen als aantal bladzijden en lettergrootte en de voorwaarde dat ze de informatie in eigen woorden moeten opschrijven is net zo bizar als denken dat een kleuter die weet dat zijn veters vast moeten dat zonder verdere instructie voor elkaar kan krijgen.

Dus we zijn haar gaan helpen. Wat wil je vertellen? Hoe wil je het vertellen? Welk plaatje past daar het beste bij? En eenmaal op weg geholpen bedenkt ze zelf de mooiste teksten, haar eigen woorden, die ik nooit had kunnen bedenken. Aan die eis is in ieder geval voldaan: je moet het in je eigen woorden opschrijven.
"Met de kegeltjes aan je netvlies zie je kleur en met de staafjes zie je donker en licht. De kegeltjes hebben allemaal een andere kleur, ze hebben een soort hobby. Mijn hobby is vioolspelen en de kegeltjes in mijn oog hebben rood, blauw of groen als hobby"
En natuurlijk moeten we het niet overnemen, net zo min als het handig is om de veters van je kind voor 'm te blijven strikken tot 'ie twaalf is (geloof me, het gebeurt).
En zo kon ze toch vanochtend haar werkstuk over gezichtsbedrog inleveren.
Trots op haar werk, en weer iets geleerd over het schrijven van een werkstuk, het vragen om hulp en natuurlijk over gezichtsbedrog.