woensdag 13 oktober 2021

Droge broodjes met warme kaas

"Juf? Wat is dat?"  Hij wijst naar de dagritmekaarten. He, ja, nu ziet de rest het ook: er hangt een vraagteken bij het bordje van de kring. 

"Ah, dat zal ik jullie vertellen. Dit is een vraagteken. En dit vraagteken betekent dat er straks een verrassing komt, als we in de kring gaan."

"Ik weet wat het is, ik weet het al!" De grootste bonk enthousiasme van de klas stuitert op en neer op zijn stoel, met zijn vinger omhoog en zijn ogen nog groter dan normaal."  Natuurlijk weet hij het al, het gaat immers een beetje over hem. Of eigenlijk, over zijn oma. Want straks, als na het buitenspelen weer in de kring zitten, dan komt de oma van bonk enthousiasme bij ons in de klas vertellen over haar werk. En oma werkt bij de politie, dus dat is echt heel stoer, al vinden sommige kinderen het toch ook wel een beetje spannend.

Maar als zo tegen het eind van de ochtend een vrolijke mevrouw door haar kleinzoon de klas binnen wordt geleid, zijn de meeste bedenkingen op slag verdwenen. Deze oma is niet eng of spannend. Ze is aardig en lijkt eigenlijk best wel op een gewone mevrouw. Maar dan met een politiepak aan. Een uniform heet dat. Dat woord hadden we al geleerd, maar dat was zo'n moeilijk woord dat ongeveer 2 kinderen het hadden onthouden. Een o ja-woord. Nog 7 keer herhalen in betekenisvolle context en de rest kent het ook. 

Politieoma krijgt een plekje naast haar kleinzoon in de kring. De concurrentie, een ongeveer net zo'n enthousiast bonkje met een nog niet zo ver ontwikkeld vermogen zijn impulsen te beheersen, mag zijn stoel oppakken en naast mij komen zitten. "Waarom?", vraagt hij nog, maar hij doet 't gedwee en vindt 't ook eigenlijk wel fijn. Af en toe een hand op zijn knie helpt hem herinneren aan het opsteken van zijn vinger. 

Eerst loopt politieoma een rondje langs de kinderen. Wat zien we allemaal aan het uniform? Strepen, die hebben polities altijd. En een telefoon... 

"Wie weet hoe deze telefoon heet bij de politie?"
"Want dan kan je andere polities bellen als er een boef is!"
"Ja, dat klopt, maar hoe heet deze telefoon? " 
"Een holkie tolkie!"
"Inderdaad, een walkie talkie. En bij de politie noemen we het een portofoon. En dan kan ik inderdaad naar de meldkamer bellen. Dat is een hele grote kamer waar veel politiemensen zitten en die kunnen zorgen dat ik hulp krijg als dat nodig is"

Een politieagent heeft ook een pistool. Maar die heeft ze maar niet meegenomen. Een pistool is een wapen en een wapen is gevaarlijk, en hoort niet bij kleuters in de klas. We kunnen wel zien waar het pistool hoort te zitten. In een soort heel stevig tasje, voel maar hoe stevig. En dat kun je met een speciaal knopje open krijgen, dan kan niet zomaar iemand hem afpakken. 

"Wie weet wat een politie allemaal doet?"

"Boeven vangen!" Mijn kleuters weten het zeker. Boeven vangen is core business. En bekeuringen uitdelen en dieven pakken. En schieten met het pistool, dat ook. Dan kan de oma van bonk enthousiasme best vertellen dat polities bijna nooit schieten en dat ze in haar 40-jarige loopbaan maar een keer echt heeft geschoten, en dan nog in de lucht, dat maakt de gemiddelde kleuter niet uit. Wat een hamer is voor een timmerman is een pistool voor een politieagent: dagelijks gereedschap.

"Zeg, maar, ik hoor jullie allemaal gevaarlijke dingen vertellen over de politie. Doet de politie ook LEUKE dingen?" Een stuk of wat vingers schieten omhoog. 

"Blonde kwebbel, wat weet jij ervan?" 
"Een politie gaat achter boeven aan en dan pakt 'ie z'n pistool en dan kan 'ie de boef doodschieten."
Ehm... ja... dat kan,... maar dat doen ze dus bijna nooit. De politie houdt niet zo van schieten. Mensen helpen, dat doen ze ook. Politieoma en ik sturen het gesprek samen voorzichtig een beetje de andere kant op. Weg van het pistool, wat meer de maatschappelijke kant op. De weg wijzen, als er een kind kwijt is helpen zoeken, dat soort dingen. En een politiehond kan daarbij helpen, maar lang niet alle polities hebben een hond. 

"Als de politie een boef vangt, dan gaat 'ie in de gevangenis!"
"Nee, in een CEL"

"Als de boef in de cel zit, en de politie gaat slapen, kan de boef dan niet ontsnappen? "
"Goeie vraag! Er zijn altijd polities wakker. Als de ene politieagent naar huis gaat om te slapen, dan blijven er andere politieagenten wakker op het politiebureau."
"En dan eten ze alleen maar droge broodjes"
"De polities?"
"Nee, de boeven!"
"Ja, en warme kaas!" (concurrent bonk enthousiasme trekt zijn smerigste gezicht erbij, maar wel met enig genoegen. Eigen schuld, hadden ze maar geen boef moeten worden.") 

De tijd vliegt voorbij. Voor politieoma weer weggaat, laat ze nog zien wat ze voor ons heeft meegenomen. In een grote doos zitten stickers, zaklampen en andere schatten. Die krijgen we straks mee als we naar huis gaan. En van ons krijgt ze, uit handen van haar enthousiaste kleinzoon, een prachtige kleurplaat van een politieagent. De kleurplaat wordt opgehangen op het politiebureau, dat belooft ze. 

Politieoma krijgt applaus en wordt vrolijk uitgezwaaid. 

En dan is het voor ons tijd voor de lunch: Verse broodjes met koude kaas. Of hagelslag.

woensdag 6 oktober 2021

Glimogen van vier

Met vier vingers omhoog, glimmende ogen en een brede lach op zijn gezicht komt hij de klas binnen, de nieuwste toevoeging aan mijn groep. Hij is nu echt vier en vieren zal hij.  Gedurende de afgelopen tijd was hij een paar keer wezen wennen, maar toevallig altijd bij mijn collega. Dat hij mij nog nooit heeft gezien deert hem geen sikkepit. Hij hoort vanaf vandaag echt bij de giraffen en voelt zich al helemaal thuis. 

Dat de meeste kinderen voor het eerst trakteren als ze vijf worden maakt hem en zijn vader, die hem komt brengen, net zo min uit als de afspraak dat we, in het kader van de gezonde school, fruit of iets anders gezonds trakteren. Trots draagt hij vier grote zakken snoepjes over de drempel. Vol ongeloof kijken de andere kinderen wat er wordt binnengebracht. Eigenlijk mag het niet, maar he, wie gaat hier nou moeilijk over doen? Niemand natuurlijk, ook ik niet. Ik leg de zakken snoep op de hoge kast waar iedereen ze kan zien, maar niemand erbij kan, met de belofte dat het nieuwe jongetje met de glimogen straks mag uitdelen.

Hij loopt rond alsof hij hier al jaren kind aan huis is. Met zijn nieuwe vriend speelt hij binnen en rent hij buiten, jas hoog dicht, want "Ik koud, HATSJOE!", in de regen . Af en toe komt hij wat vertellen, vol vertrouwen en steeds met glimmende ogen.

Voor we gaan lunchen mag glimoogjongen met zijn gauw in elkaar geknutselde verjaardagsmuts op op de stoel staan en we zingen hem toe. Een bescheiden repertoire, het onderwerp van de feestvreugde zingt hard mee met 'Lang zal hij leven'  en gloriaat zijn handen hoog de lucht in. We maken duidelijke afspraken.: EERST je brood en dan de snoepjes. Vandaag hebben we een lunchtoetje, feestelijker kan bijna niet. De grootste treuzelaars eten lekker door vanmiddag, op naar het toetje!


Zelf komt glimoogjongen bijna niet aan eten toe. Hij is al moe van alle indrukken en hij moest ook nog de hele klas rond met zijn zak vol heerlijkheden. Maar als zijn brood op is, of tenminste, als hij genoeg heeft gegeten, komt hij ook zelf aan zijn traktatie toe. 

Al snel staat hij weer naast me en knijpt een gummibeertje voor mijn neus tussen duim en wijsvinger: "Juf, kijk! green!" "Ja, dat klopt, dat beertje is green, groen!" "Lijkt...."  verdikke hoe heet dat ook al weer... de nadenk klinkt nog door in zijn stem als hij het weer weet : "KOMmekommer!" De klemtoon Engels, de klanken Nederlands. "Ja! Je hebt gelijk! Komkommer is ook groen!" 

Er volgt nog een feestje vandaag: De kinderen van groep 6 komen mijn giraffen voorlezen. In kleine groepjes zwerven ze door de school op zoek naar een fijn leesplekje. Glimoogjongen heeft geluk: TWEE grote jongens ontfermen zich over hem en samen genieten ze van een groot prentenboek. Ze wijzen aan, benoemen, tellen in het Nederlands en  het Engels .

Het leven is mooi als je met je net vierjarige glimogen de wereld in kijkt. 



woensdag 29 september 2021

Schoonmaker op een veegwagen, of bakker, of...

"En wat is het beroep van jouw papa of mama"

"Mijn mama werkt bij de dokter"
"Mijn papa maakt mensen beter"
"Mijn mama werkt voor de waterleiding."
"Mijn papa werkt in ... ehm... een werkhuis en mijn mama werkt gewoon thuis." 

Het is een leuk thema: Worden wat je wil. Eigenlijk begint pas volgende week de Kinderboekenweek, maar voor ons stond er een nieuw thema op het programma, dus zijn we maar vast begonnen: we werken de komende weken over beroepen. Veel kinderen ambiëren een baan bij de politie of als dokter, maar er komen ook beroepen voorbij als legerman, bakker, trompetspeler, dierenverzorger in de dierentuin, of schoonmaker op een veegauto. Dat laatste snap ik wel. Mijn stiekeme wens, een soort guilty pleasure in mijn fantasie, is eigenlijk nog altijd in een Zamboni rondjes draaien op de ijsbaan. 't Zal vast wel saai worden op een gegeven moment, maar je zit daar dan toch maar mooi. 

Anderen hebben hogere ambities. Prinses, judokampioen, superheld, Spiderman of Mega Mindy. Of zelfs nagelstyliste. Als je 4 bent, of 5, mag je nog ongeremd dromen over je mogelijkheden. Realistische toekomstperspectieven komen later wel. Of niet. Ooit had ik een jongen in groep 7 die later Romein wilde worden. Zo eentje a la Julius Caesar. Hevig teleurgesteld was 'ie toen iemand hem voorzichtig probeerde uit te leggen dat daar enige praktische bezwaren aan verbonden waren.


We praten over beroepen, verven beroepen, beelden beroepen uit, lezen over beroepen, zingen over beroepen en leren woorden als later (als je groot bent) en uniform. In de kring hebben we het over de dokter. Grote kleine knul was pas bij de dokter. Die heeft bloed uit zijn arm gehaald, want hij was telkens zo moe en ziekig. 

"Wat doet een dokter dan met dat bloed?" 
"Nou, dan prikt hij met een naald in je arm, hier, en dan komt er bloed in een buisje. En toen moest er verband op.  Maar ik kreeg wel een klein knuffeltje!" Het gezicht van grote kleine knul verandert van pijnlijk naar opgetogen bij de gedachte aan dit zeer verdiende cadeau.

 "En dan? wat gaat de dokter dan doen met je bloed?"
"Dan kan hij zien of het goed is en of ik ziek ben."
"Precies, want een dokter kan aan je bloed zien of je gezond bent. Soms heb je bijvoorbeeld te weinig ijzer in je bloed en daar word je heel moe van, want je lijf heeft ijzer nodig. Dan zegt de dokter dat je heel veel groente moet eten."
"Ja! Natuurlijk, want groente is heel gezond. Dan heb ik ijzer en dan word ik ook niet meer zo moe." 

Vlak naast me hoor ik de stem van kletsmajoor:  "Ja. En je wordt een magneet."