woensdag 21 juni 2023

Mijn moeder heeft dat ook!


"Charmant handenbindertje, je moet echt op je stoel gaan zitten."

Charmant handenbindertje loopt om de ronde tafel die midden in de kring staat terwijl ik een verhaal voorlees. Ik vind het  niet goed, hij moet zitten. En hij gaat zitten. Op de grond, onder de ronde tafel. 

"Nee, niet onder de tafel, op je stoel. Als jij niet op je stoel gaat zitten, ga ik niet verder lezen, en dan duurt het langer voor we kunnen eten."

Daar heb ik hem mee. Charmant handenbindertje houdt van eten. Het liefst eet hij al in de ochtendpauze al zijn brood op. Mag ook al niet. Het brood is voor straks. Maar het vooruitzicht van zijn komkommer zorgt er wel voor dat hij op zijn stoel gaat zitten en ik kan mijn verhaal afmaken. Niet in een keer, er is nog twee keer een onderbreking nodig om hem op zijn stoel te krijgen, maar daarna kunnen we dan toch echt lekker gaan eten.

Als we een poosje later aan het werk zijn,  pakt charmant handenbindertje constructiemateriaal uit de kast. Hij gaat er lekker mee spelen. 5 minuten, dan heeft 'ie het wel weer gezien en vindt hij het tijd om eens te kijken wat anderen doen. "Eerst opruimen handenbindertje!" Hij kijkt me aan met zijn charmante ogen en loopt naar de bak waar alles nog omheen ligt. Eerst opruimen. Een halve minuut later  is er nog niet veel gebeurd.. En er ontbreekt een charmant handenbindertje. 

Hij is al snel gevonden, op de gang, onder de kapstok. Ik leid hem met zachte hand terug naar de klas.

Floep! Daar gaat hij weer, onder mijn arm door naar de klas van zijn broer. Het lokaal is leeg, want de kinderen zijn naar gym.

"Ik wil op dit krukje zitten!" 
"Dat mag, dan nemen we het krukje wel even mee." 
"Nee, ik wil HIER op dit krukje zitten!"

Je moet ogen in je achterhoofd hebben met dit handenbindertje. Die heb ik natuurlijk, alle juffen hebben die, maar soms staan ze uit. Net als gisteravond. Ik keek naar de aan stormende onweerslucht en deed een stapje achteruit. Waar ik onzacht op de buis van de parasolvoet landde, zit nu een blauwe plek, precies op jufjufjufhoogte. 

"Jufjufjuf! Mag ik met de knikkerbaan?" 

"Au! Ja, dat mag. Maar eerst opruimen waar je mee gespeeld hebt."

Ook poppenkind had al wat anders bedacht om te doen. Het insteekspel waar ze mee had gespeeld ligt er nog. Eerst opruimen. Met gezonde tegenzin gaat ze aan de slag: poeink, poeink, poeink, de piefjes ploppen uit de insteekplank. Een leuke manier van opruimen, en efficiënt ook. Als je het vlak boven de bak doet tenminste.

De ochtend is vermoeiend, Maar naarmate de dag vordert, vindt iedereen zijn draai, ook charmant handenbindertje.

We hebben een mooi kringgesprek over dierentuindieren.  We hangen ze onder de woordparaplu. Welke dieren weten we allemaal?

Leeuwen, tijgers, pinguïns. kikkers, zebra's giraffen, krokodillen, olifanten, neushoorns, en zonder moeite rollen er nog veel meer door de klas. Maar zoveel kunnen we er nooit ophangen, dus we gaan er groepjes van maken:  zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen.  

Zoogdieren zijn dieren waarvan de jongen bij de moeder drinken. Leeuwen zijn zoogdieren, zebra's, maar mensen ook. 

"Ja," roept blonde vrolijkerd , "want de baby's drinken bij de mama's uit de borsten, die zitten HIER!" 
"en hoe zit dat dan bij de koe?"
Ook dat weet blonde vrolijkerd wel. Ze wijst met een grijns naar beneden, tussen haar benen door. "Die zitten hier achter, bij de luier:"

"Bij mama's groeit de baby in de baarmoeder!" Hm, deze opmerking had ik nog niet verwacht, maar ik grijp hem aan. "Ja, klopt keurig dametje, baby's groeien in een speciaal plekje in de buik van de mama, en dat heet de baarmoeder. Zoogdieren hebben een baarmoeder."

Het gesprek gaat nog een poosje door over vogels, die geen baarmoeder hebben ("Nee, die broeien!"), maar wel een "navel" (ter hoogte van de neus) en vleugels. Maar niet alle vogels kunnen vliegen. Pinguïns niet en struisvogels ook niet, maar die kunnen wel heel hard rennen. En we hebben het over reptielen en amfibieën, die ook eieren leggen, reptielen op het land, en amfibieën in het water, en over vissen.

Als we aan het eind van de dag weer in de kring zitten, hebben we nog tijd over., tijd de we gebruiken om te zingen. Ik leer ze een nieuw liedje over de dierentuin. Of eigenlijk over een recalcitrante beer die ontsnapt uit Artis en de plaatselijke supermarkt leegjat om vervolgens te gaan liggen relaxen, sjonge wat een boef. 

Ik heb het lied geleerd van Martha, de directeur van de eerste school waar ik werkte. Ik heb veel geleerd van Martha, en alleen al om dit lied ben ik haar eeuwig dankbaar. 

Ook op die eerste school vertelde ik aan de kinderen dat ik ogen in mijn achterhoofd had, als antwoord op de vraag hoe het toch kon dat ik wist wie er fluisterde als ik met mijn rug naar de klas stond. 

Iets heel bijzonders, ogen in je achterhoofd, die krijg je bij je diploma als je juf wordt, en alleen juffen (en meesters natuurlijk) hebben die. 

Maar dat bleek niet helemaal waar. Want van achter uit mijn allereerste klas, riep een klein meisje met volle overtuiging: 

"Nee hoor, mijn moeder heeft dat ook!"


donderdag 15 juni 2023

SeekokAkv.

 "Wie weet er nog meer een woord waar je een 'p' in hoort?"

"Pot" "Pop" "Puppy!"

"Heel goed, ik weet ook nog een paar lekkere dingen, jullie ook?" 

"Pizza" Pannenkoeken" "SnoeP!" "Popcorn!" "sPeculaas!"

Voor woorden met de p draaien mijn kleuters hun hand niet om. Elke week staat er een letter centraal en kinderen die eraan toe zijn, pakken het op. In groep 2 zijn dat bijna alle kinderen, maar ook in groep 1 zitten al een heel stel kinderen die volop in de fase van ontluikende geletterdheid zitten.

Ik vind het een mooie term, ontluikende geletterdheid, zoveel meer zeggend dan fonemisch bewustzijn. Er komt iets tot bloei, het ontluikt als een bloem. Je moet het wel voeden, water geven, aandacht geven, anders gebeurt er niks. Maar d'r aan trekken of blaadjes openvouwen voor ze er aan toe zijn, heeft totaal geen zin.

Bij sommige kinderen begint het al jong, ze pikken het op uit de lucht of zo. En uit de boeken die thuis worden voorgelezen. Mijn oudste dochter concludeerde toen ze nog niet zo heel lang 4 was ineens: "Hé! P-a-n... hier staat pan!" En toen kon ze lezen. 

Niet veel later schreef ze haar eerste mail aan papa die in Apeldoorn werkte:

papawiljekretbrootkoopebijbakbril

Die avond kwam papa thuis met een krentenbrood van Bakker Bril, waar hij met de auto langs kwam op weg naar huis. 

De kinderen van groep 2 maken een werkblad. Zoek de woorden waar je de p vooraan hoort. Ik ben niet de moeilijkste. Wie alleen een rondje om de plaatjes zet is in een minuut of 3 klaar en kan dan verder met de knikkerbaan, de Lego, een puzzel of wat dan ook de wens is. Wie meer zin heeft om er iets moois van te maken, mag de plaatjes inkleuren. Maar... deze keer is er een extra opdracht: Wie het kan, moet er een paar woordjes bijschrijven. Ze vinden het stoer en komen de door hen geschreven woorden laten zien: pop, pAt, pEN, piR en pAdsoe. Superknap! 

Mijn nieuwe kleine stuiterbal heeft de bak met klei gepakt. Hij houdt van kleien en als hij kleit blijft 'ie zomaar een kwartier lang aan een tafel zitten, dus ik zeg niet snel nee. Hij steekt de anderen ermee aan. Na het werkblad van de p zitten er ineens heel veel kinderen van groep 2 om de tafel te kleien, Het begint met de gebruikelijke slangen, koekjes en slakken. 

"Kijk juf, we maken een stekelvarken!" Ik kijk naar de tafel met de klei en zie een fraai staaltje van oneigenlijk gebruik van de kleurpotloden. In mijn hoofd weeg ik af: Zeg ik dat de kleurpotloden hier niet voor bedoeld zijn, of laat ik het gaan? Ik laat het gaan. Ze zijn heerlijk bezig, er beschadigt niets en er wordt geweldig samengewerkt.

"Mogen we hem in de vensterbank zetten?" Dat mag. En ja, ze mogen er ook een briefje bijleggen met alle namen van de kinderen die eraan hebben gewerkt. En als ik even later kijk, staan niet alleen alle namen op het blaadje, maar ook wat het is: seekokakv. Een stekelvarken dus. Als dat geen ontluikende geletterdheid is! Niemand heeft ze geleerd dat ze ook zulke lange woorden kunnen schrijven, het ontstaat gewoon. Over een poosje schrijven ze woorden die je ook zonder voorkennis kunt lezen.

Er ontluikt meer in de klas. Gecijferdheid, wiskundig, technisch en sociaal inzicht, creativiteit, vriendschap, humor. Ik hoef er niet zoveel voor te doen. Kijken wat er gebeurt en genieten. We hebben een fijne dag. Het is mooi weer en we spelen lekker buiten. Daarna is er ook nog even tijd om binnen te spelen en te werken. 

"Juf, mogen we tekenen?" Dat mag, in de middag mogen ze tekenen. Meestal hebben ze het liefst stiften. Maar vandaag wordt het stekelvarken op tafel gezet en gebruiken ze de stekelpotloden voor hun kunstwerken.

Nog even en ze kunnen alles schrijven, hun gedachten op papier zetten mailtjes sturen aan papa en brieven sturen aan oma.

Of, zoals mijn vriendin die net leerde lezen en schrijven, een anonieme boodschap aan de stomme achterbuurvrouw. De ontluikende geletterdheid in haar nam een sprongetje toen ze besefte dat ze met de letters die ze kon schrijven alle woorden kon schrijven die ze wilde, ook hele stoute. 

Toen de stomme achterbuurvrouw op de stoep stond om aan haar ouders te vertellen dat een van haar kinderen 'gek' op haar auto had gekrast met een steentje, konden die dat eigenlijk niet geloven. Om de lieve vrede te bewaren zeiden ze: "Kom, we gaan even kijken bij de auto van de buurvrouw."

Maar mijn vriendin bleef zitten waar ze zat en zei met een klein stemmetje: "Hoeft niet... ik heb het al gezien..."