dinsdag 16 mei 2023

Graag gedaan

Het zag er al wat dreigend uit, zo halverwege de ochtend. En ja hoor, net toen het pauze was, regende het. Gelukkig hagelde het niet, en sommige kinderen gingen gewoon naar buiten. Maar waar bijna iedereen graag een frisse neus haalt, is niet iedereen gediend van een natte neus, en veel kinderen bleven binnen. 

Een regenpauze is eigenlijk heel leuk, en heel wat kinderen hopen erop. Je mag tekenen, even iets leuks doen op de computer, spelletjes doen, een beetje kletsen. Echt pauze, maar dan niet buiten. 

Omdat er wel anderen buiten waren, had ik zelf als pleinwacht wel een natte neus gehaald. En chocolademelk, je moet het wel leuk maken natuurlijk, zo'n regenpauze.

En nu kom ik weer boven. In mijn lokaal zitten twee jongens uit groep 7 een spelletje te doen, Regenwormen. De een kent het, de ander niet. Het spel wordt geduldig uitgelegd en met net zoveel geduld geleerd. "O, dus nou,...  heb ik geen regenworm, dus.... nou mag ik niet ... verder?" "Ja, je mag wel verder, maar als je aan het eind van je beurt geen regenworm hebt gegooid, krijg je geen punten. Dus als je nu een regenworm gooit, zou ik hem zeker houden!"

Ook een regenpauze gaat te snel voorbij en nog voor het spel gewonnen of verloren is, moet er worden opgeruimd. Dat blijkt een nogal eenzijdige activiteit. Uitlegjongen heeft zin in eten en verdwijnt naar de klas, leerjongen met alle tegels en dobbelstenen van het spel nog op tafel achterlatend. 

Leerjongen pakt ze rustig op, doet ze kalm in de doos. Haast staat niet in zijn woordenboek. Er staan heus veel woorden in zijn woordenboek, maar ze komen er wel vaak een beetje langzaam uit. Leerjongen neemt de tijd. Hij denkt na voor hij antwoord geeft op een vraag. Of hij heeft de vraag niet gehoord, dat kan ook. Dan was er waarschijnlijk iets in zijn hoofd belangrijker en klinkt zijn antwoord als het antwoord op een andere vraag. 

Of hij zegt: "Ik... wéét... het... niet....". En dat is dan echt zo. Hij weet het niet. Of hij weet het misschien, maar het kan ook fout zijn, en dat risico loopt hij liever niet.

"Waar moet het juf?" Ik weet niet waar het opgeruimd moet worden. Het spelletje komt niet uit mijn kast, ik denk uit de studie. Maar leerjongen denkt van niet. "Vraag het maar even aan uitlegjongen"
Niet veel later staat hij weer besluiteloos met het doosje in zijn handen voor mijn kast. 
"Ik kreeg... nogal een váág... antwoord van uitlegjongen. Dus ... nou weet ik het nóg niet... Ik... leg het maar hier.... in de kast. Is dat goed juf?" Hij legt het op een ander doosje in mijn kast.

"Ja, dat is goed. En dank je wel voor het netjes opruimen."

Hij kijkt me aan, maar zegt niets en loopt mijn lokaal uit. Een halve seconde later staat hij weer bij de deur. Wiebelig, zijn schouders opgetrokken, zijn armen beschermend om zijn eigen schouders. 
"Ehm.... ik weet eigenlijk niet... wat ik dan moet zéggen...!"

Het raakt mij, zoveel onzekerheid, maar ook zoveel zelfkennis,  zoveel kwetsbaarheid, en zoveel dapperheid, om te vragen wat je niet weet, ook al wordt van je verwacht dat je het wel weet. 
Ik kijk hem aan en zeg met een serieuze glimlach: "Graag gedaan."

Leerjongen kijkt net zo serieus terug, laat zijn armen van zijn schouders zakken, knikt begrijpend en zegt:
"Graag gedaan."