dinsdag 18 juni 2019

De ouders zijn niet de ware plaag

Hij was nog maar net van wal gestoken of een groot applaus barstte los. Cabaretier Pieter Derks stond voor een zaal vol onderwijsmensen en trok het boetekleed aan. Hij liep nog niet zo lang rond op school, zijn dochter was nog niet zo lang geleden bevorderd tot kleuter.

Nu hij een paar maanden op het schoolplein stond, snapte hij pas dat het grootste probleem van het onderwijs niet zit in toetsen, personeelstekort, te grote klassen of te kleine budgetten. “De ware plaag die het onderwijs teistert zijn wij, de ouders”. Deze boetedoening werd beloond met gelach, gejuich en geklap. De zaal vol onderwijsmensen hing aan zijn lippen. Zij herkenden het, zijn verhaal over ouders die hun kind het grootste wonder vinden dat op aarde rondloopt, hun hoge eisen, de ouders die hun kind hoogbegaafd, hypersensitief of allergisch vinden, en nog dyslectisch ook als het meezit.
Inderdaad, de ware plaag, dat zijn die ouders.

Ik kwam deze gesproken column tegen op Facebook. Niet een keer, niet twee keer, maar zeker 4 keer, met altijd commentaar erbij van collega's die ik al dan niet ken. Deze meneer Derks heeft het helemaal begrepen, en hij brengt het nog leuk onder woorden ook, is de algemene strekking. Ouders moeten maar eens een beetje inbinden, we kunnen tenslotte niet alles. Uw 8e wereldwonder meneer, moet maar gewoon leren dat niet alles leuk is, en uw arme hoogsensitieve dyslect mevrouw, die moet niet zo zeuren en gewoon hard werken.

Ik ga voor jou zorgen
Ook ik herkende de ouders, of beter, hun gedrag. En toch... toch gaat het er niet in bij mij. De ouders zijn NIET de grootste plaag die het onderwijs teistert. Die ouders, die doen wat hun taak is.
Die doen wat ze hun kind hebben beloofd op het moment dat het nog glibberig en verkreukeld in hun armen lag te wennen aan de wereld: Ik ga voor jou zorgen, en ik ga er alles, maar dan ook alles aan doen om te zorgen dat jij een gelukkige volwassene wordt.

Dat is wat ze doen: voor hun kind zorgen. Een ouder die op school te horen krijgt dat zijn dochter zo'n voorbeeldige leerlinge is, maar thuis een ongelukkig hoopje mens ziet, omdat elke dag saai is en hetzelfde als de vorige. Een ouder die zich zorgen maakt omdat de klas zo druk is en haar zoon daar onder lijdt. Een ouder die ziet dat zijn kind veel meer kan dan het op school laat zien.
En wat mogen we blij zijn als die ouders naar school komen. Dat ze niet bij het hek, op het schoolplein, of, nog erger, op Facebook, gaan verkondigen wat voor een rare beslissingen de school nou toch weer genomen heeft.

En natuurlijk, soms zijn eisen die ouders stellen onredelijk, of in ieder geval onuitvoerbaar. En sommige ouders zijn gewoon vervelende mensen. Net als sommige politieagenten, die stiekem om een hoekje blijven wachten op een rottig punt, om met een grote grijns maar zoveel mogelijk boetes uit te delen. Net als sommige melkboeren die fluitend hun melk een beetje aanlengen. Net als sommige gymleraren die juist de leerling iets laten voordoen die dat niet durft. Maar de meeste gymleraren, melkboeren, politieagenten en ouders zijn gewoon heel leuke mensen. En er valt bijna altijd mee te praten. En dan kunnen we uitleggen dat het niet mogelijk is om voor elk kind een apart lesprogramma te maken, en dat dat ook helemaal niet nodig is, maar dat we wel gaan doortoetsen om te kijken op welk niveau we de dochter kunnen uitdagen. En dat we niet kunnen zorgen dat de klas van zoon ineens rustig wordt, maar dat we wel aan hem kunnen vragen naast wie hij graag wil zitten. En dat we niet kunnen garanderen dat kind over 2 jaar een VWO-advies krijgt, maar dat we hem wel gaan helpen zijn werkhouding te verbeteren.

De ouders zijn niet de ware plaag. De ouders zijn onze waardevolle en zeer gewaardeerde gesprekspartners. En we mogen ze niet met zijn allen gaan zien als vervelende lastpakken die altijd maar zeuren. Want dat zijn ze niet. En dat gevoel mogen we ze ook niet geven. Het is niet eerlijk, het is niet professioneel en het is niet terecht.

Dus Pieter, trek je boetekleed maar weer uit. Voel je welkom op school, zie, kijk, geniet, praat mee, in alle redelijkheid, en zoek samen met de school naar de mooiste weg waarlangs je kind een gelukkige volwassene kan worden. Die weg zal niet altijd recht zijn, het zal een pad zijn met hobbels en omwegen, en misschien loopt ze soms langs een andere weg dan jij zelf gekozen zou hebben. Maar heb niet het gevoel dat je niet mee mag lopen. Je mag mee zover als nodig is, om haar hand vast te houden, soms om obstakels uit de weg te ruimen, soms om te laten zien hoe je er overheen komt, om de weg te wijzen, om van het uitzicht te genieten en om trots te kijken hoe je kind steeds meer stukjes alleen kan.

vrijdag 10 mei 2019

In de kern van haar zelfvertrouwen

"Eigenlijk is ze in mijn ogen altijd een beetje een voorbeeld geweest, voor mijn dochter... En nu ze daar zo zit.... ik ben gewoon plaatsvervangend trots!" De moeder van een orkestgenote van mijn oudste dochter was naast me komen zitten. Mijn dochter had zojuist het orkest aangevoerd bij twee prachtige stukken van Edvard Grieg. De tranen hadden over mijn wangen gestroomd, net als bij het concert een paar maanden geleden, en net als bij de repetitie waarvan ik een stukje meemaakte, een paar dagen eerder. Diep ontroerd... door de muziek, door het orkest, door de titel van een van de stukken 'Laatste voorjaar' , door de dirigent, die nog even zei: "Laat het goed op je inwerken, wat zit erachter? Waar gaat het over, dat laatste voorjaar?" en vooral, vooral door mijn dochter, voor wie dit het laatste voorjaar bij dit orkest is. Het laatste voorjaar op de middelbare school. Het laatste voorjaar dat ze thuis woont. Mijn dochter, die daar, zoals een andere moeder zojuist zei "In de kern van haar zelfvertrouwen", zo rustig, zo onbeschrijflijk mooi een orkest zit aan te voeren. Geen meisje meer, een jonge vrouw, die zichzelf nooit op de voorgrond plaatst, straalt bescheiden in de schijnwerpers van de stoel vooraan.

We zijn een kleine week verder. "Ga je even mee naar de winkel mam, ik wil nog even nootjes halen, en ik heb geen zin om alleen te gaan.". Natuurlijk  ging ik mee, hoewel mijn plannen anders waren. Ik zag de ziel onder haar arm, de lichte onrust van de ochtend voor haar eerste examen. We kochten nootjes, lekker sap, bananen. Je moet voorbereid zijn immers, niet alleen de lesstof kennen. Die kent ze wel. Zenuwen zijn wat dat betreft nergens voor nodig. Hoeveel uren heeft ze de afgelopen maanden wel niet besteed aan samenvatten, herhalen, oefenexamens m
aken, even pauze houden, samen met een vriendin een hele middag in de bieb zitten leren, een avondje wat anders, en dan weer door. Met bewondering heb ik het aangezien. En ook deze laatste ochtend, als er voor de innerlijke examenkandidaat gezorgd is, duikt ze in de boeken. "Ik ga nog even wat kenmerkende aspecten overschrijven. Ik verveel me, en anders ga ik van de zenuwen een examen Nederlands maken, dat lijkt me niet handig." Nee, mij ook niet, Laat ze haar krachten maar opsparen voor het echte examen vanmiddag.
Ze blijft vrolijk, ze blijft rustig, ze blijft zichzelf, haar eigen bescheiden zelf.
En ik, ik ben er nog steeds bij, om naar haar te kijken. Intens dankbaar, dat ik met haar mee mag naar de winkel als ze geen zin heeft om alleen te gaan, dat ik vanavond zal horen hoe het examen was, of de teksten interessant waren, dat we binnenkort met z'n tweetjes gaan high teaen, dat ik er bij zal zijn als ze haar diploma krijgt, dat ik volgend jaar in het weekend haar was mag doen, dat ik de verhalen van haar studie zal horen. Dat ik... dat ik de moeder ben, van dit prachtige mens.



zaterdag 6 april 2019

De trein, de trein!

Ik had ze al opgemerkt toen ze beneden in de stationshal waren en ik mijn kartonnen bekertje stationscappuccino ging halen. De vader, in bruine kleren, met een baard, en zijn drie zoontjes. Een mooi trappetje van een beetje alternatief geklede jochies, niet ongewoon in deze omgeving. Het jongste broertje met een grote bos ongekamd lang blond haar en, net als zijn grote broers, heldere bruine ogen. Drie vrolijke mannetjes renden heen en weer over de trap en de fietshelling in het staion. De vader stond erbij, zei er niks van. Hij vond kennelijk dat ze niet in de weg liepen. Dat was ook zo, het was niet druk, en zeg nou zelf, zo'n helling heeft een soort aantrekkingskracht die als je 7 of 5 of 3 bent onweerstaanbaar is.

Nu stonden ze vlak bij mij op het perron. De trein die de verkeerde kant op ging reed net weg. "De volgende is het hè?". De twee oudste jongetjes keken naar de klok, naar de secondewijzer die rondging en soms even bleef staan, de grote wjizer, die een stapje versprong toen er een minuut voorbij was. "Wanneer gaat de kleine wijzer verder?"
Toen riep de oudste ineens: "Kijk, ik zie hem! De trein, de trein! Zie je hem? Kijk dan! Daar komt ie aan!!!"  De twee oudste jongetjes stonden te springen. Hun kleine broertje keek met zijn grote ogen in de richting waar ze wezen. Vermaakt keken de mensen er omheen naar de enthousiaste jongens. Misschien gingen ze voor het eerst met de trein, of misschien gingen ze iets héél leuks doen...
Het kleinste blonde jongejte zag het ineens ook, daar kwam de trein! Rondspringend riep hij:
" MAMA! Mama!!!!"
De oudste wilde een eindje verderop gaan staan, misschien kwam mama wel uit een anderee deur. "Nee, we moeten hier zijn" zei papa. "Hoe wéét je dat?" "Dat wéét ik gewoon"
Precies voor de jongetjes en hun vader stond een mooie vrouw achter de deur te wachten. "JAAAAA Mama, mama, mama, mama!!!!" Ze stapte uit, met haar grote koffer en handbagage. Ze kreeg de kans niet om even ruimte te maken voor de mensen die nog moesten uitstappen en instappen. Pal voor de deur werd ze bedolven onder knuffels, kussen, omhelzingen, en een klein ongekamd blond jongetje dat uit de grond van zijn hart zei:" Ik heb je zó gemist!" Daarna was de vader aan de beurt, heel even, voor een warme omhelzing, maar daarna de jongens weer.

Geen van de uitstappers of instappers voelde de behoefte een opmerking te maken over ruimte, over in de weg staan, over de verkeerde plek. Ze liepen er gewoon even met vochtige ogen omheen.

Ooit zal het anders gaan, kijken ze nauwelijks op van hun bezigheden als mama na een week op reis terug komt. Zullen ze met hun puberstem  "doei" brommen als ze weg gaat. Zullen zij degenen zijn die weggaan, en na een week of meer met een tas vol was weer thuiskomen. Zullen zij degenen zijn die gemist worden. En ook dat zal goed zijn.

Maar nu, nu nog niet. Nu nemen ze mama mee naar huis, eten ze taart om haar thuiskomst te vieren en is haar schoot de rest van de dag het meest felbegeerde plekje in het huis