woensdag 24 augustus 2022

19 zeehonden en een zeemonster

19 blije koppies tegenover me in de kring. 2 koppies zijn nog op vakantie, de rest is deze week weer begonnen in groep 1 of groep 2. Bijna alle kinderen zaten vorig jaar ook bij ons. Eentje is over komen waaien uit de buurklas en we hebben een heel nieuw zeehondje van net 4 dat meedoet alsof ie al jaren niet anders gewend is. Het voelt vertrouwd en het is meteen gezellig.

Waren we vorig jaar nog giraffen, dit jaar zijn we de zeehonden. De hele school heeft gekozen voor dieren die bij of in het water wonen. De kwallen en de zeekomkommers vielen al snel af, de blobvissen of de snotolven waren niet fotogeniek genoeg, en dus werden het de zeehonden. 

Het is warm vandaag, heel warm. Gelukkig hebben we meteen aan het begin van de dag gym, de zon is nog niet zo fel en alle kleuters leven zich heerlijk uit. De rest van de dag verloopt met spelen, werken, eten en drinken, veel drinken. Al direct 's ochtends heb ik de kinderen toestemming gegeven zo vaak als ze
willen hun beker of fles bij te vullen met water en dat doen ze ook. "Water is gezond he juf?" "Zo is dat kind, zeker met dit weer."

Als we 's middags buiten spelen, staat de zon hoog aan de hemel. Gelukkig hebben we veel schaduwplekken. Wij juffen zitten daar naar onze kleuters te kijken. Voor ons is een kudde meisjes met een enkele jongen aan het hoelahoepen. "Kijk juf! Ik kan het!" En warempel, zelfs met de kromste hoepels weten ze nog een paar rondjes voor elkaar te krijgen. "Jullie hebben zeker heel goed geoefend?" Ze knikken driftig, dat hebben ze, kun je zo zien.

Rood en bezweet komt spontaan grietje vanuit de brandende zon naar me toegerend

"Juf! Ik was opgegeet door een zeemonster!"

Geen wonder dat ze rood en bezweet is, dat is me nogal een avontuur!

"Maar ik was weer los. Maar de baby is wel opgegeet!"
"Oei, dat is niet best."
"Maar ik had hem weer gelevend en nu is 'ie niet meer opgegeet."

Gelukkig, het verhaal loopt goed af.

"Zeg spontaan grietje, denk je niet dat het slim is als jij even in de schaduw komt spelen?"
"Nee, ik moet weer naar het zeemonster. De baby is weer opgegeet!" 
En daar gaat ze weer, op weg naar het zeemonster in de zon, om haar baby te levenen. 

Aan het eind van de dag zitten we tevreden nog even na te praten. 
"Jongens, als ik nou straks aan de andere juf de overdracht schrijf, wat moet daar dan inkomen?"

"Dat het heel goed ging!"
"Wij waren heel lief"
"We gingen geen ruzie maken"
"Dat het warm was"
"We hebben heel goed gewerkt"

Ik beaam alles, het is allemaal waar en ik beloof het op te schrijven

Dan steekt vrolijk knuffelkind zijn vinger op.
"Moet ik nog iets opschrijven vrolijk knuffelkind?"
"Dat jij ook heel lief was..."

Dit wordt een goed jaar.

zaterdag 2 juli 2022

Achter de kast

" En een groot applaus voor deze fantastische voetballers!"

Mijn collega op het podium zwengelt het enthousiasme aan en het applaus breekt los. We zitten buiten, met de om en nabij de 150 kinderen van groep 1 t/m 4. Op het podium voltrekt zich allerlei moois: Voetbaltrucs, coole moves, turncapriolen, er wordt gezongen, gedanst en kinderen laten tekeningen en andere kunstwerken zien. 

Het is een leuke ochtend, en waardevol ook. Voor veel kinderen is het voor het eerst dat ze voor een groot publiek staan, je spanning overwinnen en ervaren hoe het voelt als je dat gewoon doet is een mooie ervaring. Verlegen kinderen ontpoppen zich als podiumtijgers en een enkele stoere durfal blijkt toch ineens een durfnietzoheelgoed te zijn. 

De hele dag is een beetje anders dan anders. We picknicken ons fruit op de grond in de klas. Dat moet wel, want onze stoelen staan nog bij het podium. En het geeft niet, want het is reuzegezellig. Ik laat de kinderen zelf een plekje zoeken in de klas. In groepjes bij elkaar, alleen in een hoekje, het mag allemaal vandaag. Twee meiden schenken hun water in hun dop en proosten op het goede leven. Normaal mag het niet, maar vandaag laat ik het even gaan. Als ze maar drinken, het is warm.

Kleine dondersteen en kleine druktemaker kruipen onder de tafel. Ik vind het goed, er mag iets meer vandaag. Na een poosje komen ze onder de tafel vandaan. Langzamerhand verandert 'er mag iets meer vandaag' via 'er mag best wel veel vandaag' in 'misschien mag ongeveer alles wel'.  Een beetje geginnegap, geduw en getrek, wat waarschuwingen, gestoei en als ik nog een keer waarschuw en het helpt nog steeds niet is het klaar. Kleine dondersteen, kom nu maar hier zitten. 

Kleine dondersteen pakt zijn banaan en zijn drinken en gaat bij mijn voeten op de grond zitten. Kleine druktemaker blijft alleen achter. Hij kijkt verward om zich heen. "Wat is er kleine druktemaker?" "Ik ben mijn banaan kwijt!" Ik kijk naar Kleine dondersteen aan mijn voeten, die nog een grote hap van zijn banaan neemt en zeg: "Kleine dondersteen, is dat jouw banaan wel?" Kleine dondersteen kijkt niet op of om, maar zegt: "Hij ligt achter de kast." En ja hoor, achter de speelgoedkast vindt Kleine druktemaker zijn banaan terug. 

"Vond je dat handig Kleine dondersteen?"
"Was een grapje."
"Ja, dat snap ik, dat dat een grapje was, maar denk je dat Kleine druktemaker het ook een leuk grapje vond?"

Kleine dondersteen denkt van wel, maar als ik hem wijs op het gezicht van kleine druktemaker, die voor de gelegenheid even nog bozer kijkt dan hij eigenlijk al deed, je kunt het maar beter duidelijk hebben, moet hij toch toegeven dat zijn vriend het misschien toch niet een leuk grapje vond. En als ik uitleg dat het ook niet zo'n goed idee is, want als hij het zou vergeten en we vinden de banaan niet weer, dan ligt er na de vakantie een verrotte snotbanaan achter de kast met allemaal vliegen en muizen erbij. Niet handig, dat snapt Kleine dondersteen nu ook. 

Als de grote talentenshow klaar is, en de stoelen weer op hun plek staan, hebben we nog tijd over om te spelen, buiten en binnen. We doen rustig aan, en dat is nodig. Iedereen is moe en heeft het erg warm. De lontjes zijn kort en de tranen zitten hoog, maar we rollen zonder grote problemen door de dag. Er wordt  op mijn commando rustig gespeeld (Nee, Kleine dondersteen, Kleine druktemaker en Ontdekmeisje, met de hamertjetikhamers op de tafel timmeren is niet rustig spelen!) Er worden spelletjes gedaan en puzzels gemaakt. Veel kinderen zitten rustig te tekenen en er worden wappers gemaakt. Waaiers dus, en ik laat het gaan, want het is best lekker als er een paar meisjes om me heen staan te wapperen. 

Tevreden zitten we vlak voor we naar huis gaan in de kring. Ik strooi wat complimenten rond. Goed geluisterd, stoer om op het podium te staan, lief gespeeld en goed water gedronken. 

"En nu hebben we nog 5 minuten over. We hebben nog wel tijd om even wat te zingen. Wie weet er een leuk liedje?" Spontaan grietje is mijn hulpje vandaag en zit naast me. "Ik weet wel een leuk liedje: 

"Ik ga semme.... in bacasi lemme...!" 

Voor ik het weet zitten 30 kleuters in mijn klas deze kaskraker luidkeels mee te brullen. Gelukkig kennen ze alleen het refrein. 

Als we even later naar buiten gaan komt Keurig dametje nog even bij me staan. Keurig dametje komt uit een keurig gezin, ziet er altijd uit om door een ringetje te halen en woont in een groot huis. "Ik weet ook nog een liedje juf, zal ik het laten horen?" Tuurlijk, liedjes wil ik altijd wel horen.

En met haar keurige stemmetje zingt ze:

"Er zit een vijf in de klok, het is weer tijd voor een slok.
Want met een vijf in de klok, dan gaan we drinken!"


donderdag 23 juni 2022

Graspieper

Daar sta ik dan half 7 's ochtends op het station in Brummen. 10 minuten geleden sloeg het noodlot toe. Nou ja, noodlot... klein noodlotje. 

"Tik!" ik keek achterom, maar zag niks. Keerde mijn fiets en reed een stukje terug. Ik wist bijna zeker dat er iets van mijn fiets was gevallen, maar zag niets liggen en dus fietste ik verder.

Toch was er iets mis, echt lekker fietste het niet meer. Of verbeeldde ik me dat? Maar een eindje verder wist ik het. Shit, lekke band. Daar sta je dan, half 7 in Brummen.

Ik was vroeg wakker, overtuigd wakker. Mijn hoofd stond aan en mijn slaap stond uit. Ik keek op de wekker, 05:15 gaf die aan. Door de gordijnen zag ik hoe mooi het licht buiten was en ik besloot dat 't een goed idee was om gewoon nu op de fiets te stappen. 

Een snel ontbijt en daar ging ik, om half 6. Het bleek inderdaad een goed idee te zijn. Ik fietste over de zomerdijk langs de IJssel, omringd door zonnig gras, zacht licht, hazen, graspiepers en gele kwikstaarten. Ik plukte een nieuw boeketje voor in mijn stuurvaasje en had het fijn met mezelf. 

Ik had mijn route grofweg uitgestippeld. Heen langs de IJssel en terug wat meer door het bos, misschien kwam ik nog wel een ree tegen. Maar toen die tik en een leeglopende band in Brummen.

Natuurlijk wilde Dick me wel komen redden. Maar ik dacht  het station nog wel te halen en kocht een fietskaartje. Daluren stond erbij. Dat werd een spannende exercitie, want eigenlijk waren de daluren voorbij, zij het pas net. Ik besloot het er toch op te wagen. 

En dus sta ik nu op station Brummen en wacht ik op de trein. Ondertussen inspecteer ik nog een keertje mijn band. Hé, het ventieldopje is weg... en het ventieltje zit los. Was dat die ti
k die ik hoorde? Misschien, met een beetje geluk... Ik draai het ventieltje vast, maar ja, het leed is al geschied, de band iss onmogelijk bruikbaar in de huidige staat.

Een kwartiertje later komt de trein aan. Hij is bijna leeg, mijn fiets kan er makkelijk in. Helemaal aan de andere kant van de trein stap de conducteur uit. Ik wacht tot hij mijn kant op kijkt en roep naar hem: "Mag mijn fiets mee?" De conducteur kijkt op zijn horloge. "Nee," schudt hij. 

"Ik heb een lekke band!" roep ik verontschuldigend. 

"Heb je een lekker band? En wil je mee tot Zutphen?" Ja, tot Zutphen. 't Is maar een klein stukje.  Met de trein dan, lopend is 't een rotend. Hij kijkt naar zijn lege trein en naar mijn fiets. Het past makkelijk, dat ziet hij ook. Niemand zal er last van hebben.

"Welke band dan?" "Achter." Ik knijp erin om de lege staat te demonstreren. 

"Die is niet lek, die is leeg!" roept de man, die kennelijk beschikt over haviksogen en een nogal wantrouwende aard, vanaf 25 meter verderop.  Ehm.. ja, dat zou ook kunnen, ik weet het nog niet zeker. Het effect is toch nagenoeg hetzelfde, fietsen zit er niet meer in. En het was 10 voor 7, ik ben inmiddels verkleumd en moet vreselijk nodig naar de wc.  Maar het gaat niet gebeuren, De conducteur fluit, de deuren gaan dicht en ik sta met mijn fiets aan de verkeerde kant.

En ik begrijp het, volgens de boekjes is het spitsuur, ook al was de trein leeg. Als de trein vol had gezeten had ik het niet meer dan logisch gevonden. Maar nu blijf ik staan met een naar gevoel. Een conducteur die mij niet kent, maar mij toch niet vertrouwt, die er kennelijk vanuit gaat dat ik willens en wetens mijn band leeg heb laten lopen omdat ik geen zin had om te fietsen. Het doet pijn om niet vertrouwd te worden en ik verdien het niet. Had ik zonder te vragen mijn fiets de trein in geschoven, dan had ik even later in Zutphen gestaan. De wantrouwende conducteur met haviksogen had het nooit in de smiezen gehad, want hij keek de andere kant op. Maar ik wilde het juist vragen, omdat ik dat de juiste manier vind. Maar toevallig tref ik net die ene conducteur die met z'n verkeerde been uit bed is gestapt, een zware nachtdienst achter de rug heeft  of een ruzie met zijn vrouw. 

Dick is me komen redden. Gewapend met een fietspomp is hij naar Brummen gereden. We hebben het nog geprobeerd, de bank plat en de fiets achterin, maar het paste niet. En dus ben ik toch naar huis gefietst. Niet door de bossen, maar de saaie snelste weg, want om kwart over 8 zou ik worden opgehaald. En bovendien had ik het intussen nog kouder en moest ik nog nodig naar de wc.

Ik ga mijn best doen. Van deze rit wil ik de hazen bewaren in mijn hoofd, het stuurboeketje, het zonnige gras en het zachte licht. De gele kwikstaart en de graspieper. En niet die ene perronfluiter.