zaterdag 6 april 2019

De trein, de trein!

Ik had ze al opgemerkt toen ze beneden in de stationshal waren en ik mijn kartonnen bekertje stationscappuccino ging halen. De vader, in bruine kleren, met een baard, en zijn drie zoontjes. Een mooi trappetje van een beetje alternatief geklede jochies, niet ongewoon in deze omgeving. Het jongste broertje met een grote bos ongekamd lang blond haar en, net als zijn grote broers, heldere bruine ogen. Drie vrolijke mannetjes renden heen en weer over de trap en de fietshelling in het staion. De vader stond erbij, zei er niks van. Hij vond kennelijk dat ze niet in de weg liepen. Dat was ook zo, het was niet druk, en zeg nou zelf, zo'n helling heeft een soort aantrekkingskracht die als je 7 of 5 of 3 bent onweerstaanbaar is.

Nu stonden ze vlak bij mij op het perron. De trein die de verkeerde kant op ging reed net weg. "De volgende is het hè?". De twee oudste jongetjes keken naar de klok, naar de secondewijzer die rondging en soms even bleef staan, de grote wjizer, die een stapje versprong toen er een minuut voorbij was. "Wanneer gaat de kleine wijzer verder?"
Toen riep de oudste ineens: "Kijk, ik zie hem! De trein, de trein! Zie je hem? Kijk dan! Daar komt ie aan!!!"  De twee oudste jongetjes stonden te springen. Hun kleine broertje keek met zijn grote ogen in de richting waar ze wezen. Vermaakt keken de mensen er omheen naar de enthousiaste jongens. Misschien gingen ze voor het eerst met de trein, of misschien gingen ze iets héél leuks doen...
Het kleinste blonde jongejte zag het ineens ook, daar kwam de trein! Rondspringend riep hij:
" MAMA! Mama!!!!"
De oudste wilde een eindje verderop gaan staan, misschien kwam mama wel uit een anderee deur. "Nee, we moeten hier zijn" zei papa. "Hoe wéét je dat?" "Dat wéét ik gewoon"
Precies voor de jongetjes en hun vader stond een mooie vrouw achter de deur te wachten. "JAAAAA Mama, mama, mama, mama!!!!" Ze stapte uit, met haar grote koffer en handbagage. Ze kreeg de kans niet om even ruimte te maken voor de mensen die nog moesten uitstappen en instappen. Pal voor de deur werd ze bedolven onder knuffels, kussen, omhelzingen, en een klein ongekamd blond jongetje dat uit de grond van zijn hart zei:" Ik heb je zó gemist!" Daarna was de vader aan de beurt, heel even, voor een warme omhelzing, maar daarna de jongens weer.

Geen van de uitstappers of instappers voelde de behoefte een opmerking te maken over ruimte, over in de weg staan, over de verkeerde plek. Ze liepen er gewoon even met vochtige ogen omheen.

Ooit zal het anders gaan, kijken ze nauwelijks op van hun bezigheden als mama na een week op reis terug komt. Zullen ze met hun puberstem  "doei" brommen als ze weg gaat. Zullen zij degenen zijn die weggaan, en na een week of meer met een tas vol was weer thuiskomen. Zullen zij degenen zijn die gemist worden. En ook dat zal goed zijn.

Maar nu, nu nog niet. Nu nemen ze mama mee naar huis, eten ze taart om haar thuiskomst te vieren en is haar schoot de rest van de dag het meest felbegeerde plekje in het huis

zondag 10 maart 2019

Soms is een opgevouwen papiertje genoeg

Waar staan we nu, waar willen we heen, en hoe komen we daar? In mijn werk ben ik vrijwel altijd op weg naar een doel. Dat kan een groot doel zijn, zoals het kunnen maken van sommen zoals 352x576, maar ook een klein doel: hoe krijg ik dit kind zover om vandaag deze bladzijde te maken? En soms loopt de weg naar het doel anders dan ik van tevoren denk.


"Ja maar ik wíl dat niet maken. Daar ben ik nu echt.veel te moe voor hoor..." Hij keek me trouwhartig aan, in de hoop dat ik toe zou geven en dat ik zou zeggen dat 't vanmiddag wel mocht. Zijn juf had aan me gevraagd of ik nog even naar de bladzijde in zijn rode map wilde kijken. Hij had zojuist bij mij gerekend. Ik had grote krullen in zijn werkboek gezet, een plaatje geplakt ("Mag ik die Bugatti Veyron?" Mentale notitie:' Hm.... er staat geen Bugatti bij, alleen Veyron. Dit weet hij dus gewoon, dit manneke in groep 3') en ik had hem van flinke complimenten voorzien. Hij had goed, vlot, geconcentreerd en netjes gewerkt, terwijl dit geen kwartet was dat hij standaard bij zich droeg.
En nu was hij te moe. Zijn juf vertelde me dat hij 's ochtends had geweigerd de bladzijde in zijn map af te maken.. Ik vermoedde dat vermoeidheid niet de werkelijke reden was.
Ik zei:" Weet je wat, kom maar even rustig bij mij in mijn kamertje zitten terwijl ik opruim, dan heb je geen last van lawaai, en dan heb je het vast zo af"
Hij was wel begonnen. Had wat rondjes gezet om woorden met -nk. Dat was niet alles wat hij moest doen, hij moest de woorden onder plaatjes schrijven. Had hij de opdracht gewoon niet begrepen? Even wat uitleg nodig?
"O, kijk. Je moet de woordjes op de lijntjes schrijven. Die woordjes die hie boven staan, daar mag je uit kiezen." Braaf begon hij, maar hij hield ook snel weer op.
"Wat is er met die hond?"
"Ik denk dat het woordje 'jank' daarbij hoort. Hij jankt, zie je dat?'
Hij schreef weer een woord op, netjes op de lijntjes.
"Maar wat heeft die hond nou om zijn poot"
 "Dat weet ik niet. Weet je war, maak het maar even af" Weer een woordje op papier.
"Die arme hond.... zucht.... ik vind het zó zielig voor die hond!"
Tot zover de vermoeidheid.  Hij had gewoon last van een te groot hart. Ik pakte een papiertje, vouwde dat op, en legde het in zijn map op het plaatje van de zielige, jankende hond.
Een halve minuut, meer was het niet. De bladzijde was af.

donderdag 7 maart 2019

Precies hetzelfde, maar dan anders

Ik twijfelde.
Ik was op de fiets gekomen, maar dat was de fiets van mijn vriendin, en die had ik zojuist weer bij haar afgeleverd. Na de gezellige, lekkere en gezonde lunch kon ik lopend naar huis, wat toch een goed half uur was, of met de bus. Lopend was gezonder, de bus inclusief wachttijd van een kwartier waarschijnlijk net wat sneller. En dan kon ik meteen even boodschappen doen.... dit alles overwegende werd het de bus. 
Het wachtkwartiertje besteedde ik op mijn mobiele telefoon, onderwijl telkens even kijkend of de bus er al aan kwam. 
Mensen die langs de bushalte liepen, groetten me, en ik groette terug. We wonen in het oosten des lands, en daar doet men dat nog.
Vanaf de rechterkant kwam een oudere mevrouw aanlopen die niet groette, maar meteen een gesprekje met me aanknoopte. 
"He! Ik heb precies zo'n kleur telefoonhoesje!" Ze haalde haar hoesje met telefoon uit haar tas, gezellig kletsend over het feit dat ze hem meestal vergat, maar nu wel bij zich had. Haar telefoonhoesje was effen blauw, in tegenstelling tot de mijne, die is turquoise met roze bloemen. "Ja, maar zoals de binnenkant" Ik deed mijn hoesje open en we hielden onze telefoons bij elkaar. Allebei blauw, maar een heel andere tint. Turquoise naast gewoon lichtblauw. Ik zei goedmoedig: "Ja, ze lijken wel op elkaar he?" "Ik hou zo van deze kleur, u ook?" Ik beaamde het. "Net als kobalt, vind ik ook zo mooi, kobalt, u ook?" Ja hoor, ik wilde voor deze lieve dame, die vast wel eens meer vergat dan alleen haar telefoon, ook best van kobalt houden.



Ik verwachtte dat het gesprek verder zou gaan, was benieuwd naar de richting, maar dat had ik mis. "Nou, fijne dag verder, en eh... GOEDE reis verder!" zei ze uit de grond van haar hart. Ik bedankte haar, wenste haar ook een fijne dag, en keek hoe ze rustig verder liep. 

Niet veel later kwam de bus eraan. Ik stapte in, blij met mijn keuze om niet te gaan lopen.