zaterdag 19 augustus 2017

Dat ene kind

"Je hebt ze eigenlijk allemaal wel, van die kinderen die je net wat meer bijblijven. Zo'n kind waar je later aan terugdenkt, je afvragend hoe het daarmee is. Zo'n kind dat je extra raakt, omdat er iets bijzonders mee was, waar je een verhaal van hebt. Vertel elkaar dat verhaal, en kijk of je elkaars en je eigen drijfveren er uit naar boven kunt krijgen"
Wat een mooie opdracht voor de eerste studieochtend van het jaar....

Ze zat op een te grote stoel met haar kleine lijf. Een blonde kleuter. naar beneden kijkend naar haar bungelende benen. Ze zat er wel vaker, in de koffiekamer, even af te koelen.
"Hoi, waarom zit jij hier?" vroeg ik.
Ze bleef naar beneden kijken, en mompelde: "Dat moest van juf. Ik had iemand geslagen"
Serieus keek ik naar haar. "Oei, dat is niet de bedoeling. Je weet dat dat ook niet mag in groep 3 als je bij mij komt hè?" Schuldbewust knikte ze. Ja, dat wist ze wel. Ze wist immers ook wel dat het in groep 2 niet mocht, maar soms overkwam het haar. Door wat er gebeurd was miste ze natuurlijke remmingen. Haar hersenen hielden haar niet tegen. Als ze boos was, ging ze door het lint. Als ze verdrietig was, verging de wereld. Daar stond tegenover, dat ze als ze blij was stuiterde, sprong en straalde, als je haar enthousiast wist te krijgen - wat, zoals ik later merkte, meestal niet tijdens de rekenles was - zat ze op het puntje van haar stoel, of stond ze ervoor, en kwam ze met de beste ideeën, en als ze jarig was, dan zong de de aarde waar ze op liep Lang  zal ze leven.

Eenmaal in groep 3 ging het regelmatig mis. Ze ontplofte, deed dingen die niet door de beugel konden, schriften werden in boze buien bekrast, klasgenoten gemept. Maar vaker ging het goed. High five, aai over je bol, knipoog. De lijntjes met haar pleeggezin waren kort, de gesprekken prettig en gelijkwaardig. Samen zochten we naar de goede weg.

Dolblij waren zij en haar klasgenootjes met onze uitnodiging. Wat een geluk, als je juf gaat trouwen, net als jij bij haar in de klas zit! Dan mag je komen, de juf in haar mooie jurk zien, voor haar en haar kersverse man zingen in je feestelijkste kleren.
Maar er kwam een kink in de kabel. Ik vertelde het in de klas.
"Lieve kinderen, luister. Jullie hebben allemaal een uitnodiging voor onze trouwdag gekregen. We gaan wel trouwen, maar niet nu. Dicks moeder is heel erg ziek, en we weten niet of ze weer beter wordt. Ze is nu in het ziekenhuis, en als we nu gaan trouwen, dan weten we zeker dat ze er niet bij kan zijn. Als ze beter wordt, is ze nog niet beter genoeg om erbij te zijn, en als ze niet beter wordt, dan zijn we te verdrietig om feest te vieren.
We gaan later trouwen, maar jullie mogen nog steeds komen, ook al zit je dan niet meer bij mij in de klas."

De volgende dag stond er een klein meisje naast mijn bureau. Een meisje met een boek. Ze gaf het aan mij en zei: "Ja, juf, ik dacht... als Dicks moeder nou zo ziek is, dan
is hij vast veel bij zijn moeder in het ziekenhuis. Jij mag dit boek van me lenen, want dan heb je toch nog een Dik bij je."
Dit meisje, dit kind waar we met zijn allen zoveel mee te stellen hadden, gaf me haar nieuwe boek van Dik Trom. Als ze boos was ontplofte ze, als ze verdrietig was verging de wereld. Maar als ze lief was, dan ging ze regelrecht naar binnen, naar het warmste plekje van mijn hart, waar ze nu, na 17 jaar, nog steeds zit.

En onze bruiloft, die is gevierd, mét mijn schoonmoeder, en met twéé groepen kinderen die ons toezongen,
in hun feestelijkste kleren.

woensdag 5 juli 2017

Ramen lappen op oma's manier

Splatsj! Splatsj! Huh? Haha!

Die Huh?, dat was mijn dochter, de Haha! daarna van mijn zoon.
De Splatsj! Splatsj!... da's een bijzonder verhaal. Dat was namelijk van mijn oma. Met terugwerkende kracht, dat wel.

Mijn oma was een tof mens. We waren veel bij haar, ze was de basis van ons tweede thuis. Zonder moeder en met een vader die gewoon moest werken als mijn broer en ik vakantie hadden, moesten we toch ergens heen, en waar beter heen dan naar Loppersum, waar mijn opa en oma woonden, en waar wij het ontzettend naar de zin hadden?
Met oma deed ik spelletjes aan tafel (flenzen, jokeren, memory, dobbelen... maar geen monopoly. "Dat ken ik niet" "Dan leren we het je toch?" "Nee, want als ik het ken moet ik het ook doen, en daar heb ik geen zin in")
Oma was ook niet te beroerd om al een computerspelletje uit te proberen toen wij bij ons thuis lang voor de pc bestond al een prehistorische spelcomputer hadden. Na mijn vaders eerste borrel versloeg ze hem met gemak.
Oma maakte pannekoeken (toen nog zonder tussen-n) van de door ons verzamelde tarwe, poffert (Groningser wordt het niet) en de volgende dag nog een keer poffert, maar dan opgebakken.
Met oma ging ik naar "Stad", om kleren te kopen, en met oma at ik daar een ijsje bij de Talamini. "Hoeveel bolletjes?" "O, doe maar 5!" "Ehm... okeeee.... welke smaken wil je?" "ALLEMAAL boerenjongens!" Wat een lol hadden we samen om deze heerlijke uitspatting!

En terwijl wij daar waren, ging het gewone leven gewoon door. We deden boodschappen, ze waste onze kleren, hield het huis schoon en af en toe hoorden we Splatsj! Splatsj!
Dan gingen we voor het raam staan, want oma ging de ramen lappen. Dat deed ze met behulp van de "slaif", de soeplepel. Met de slaif splatsjte ze het water tegen het raam, en daarna pas ging ze lappen. Als je voor het raam stond, leek het elke keer net of je een plens water in je gezicht kreeg. Hilariteit!

Ik heb de ramen gelapt, a la oma, met de slaif. Of het daar nou zoveel makkelijker of beter van ging, dat weet ik niet. Maar het was wel leuk, en ze zijn schoon. Ik geloof dat ik oma's manier er maar inhoud.

zaterdag 22 april 2017

Mijn schoondochter boft maar...

"En jij hebt ook helemaal geen roze.."
Aan de andere kant van de schutting hoor ik een donkere stem grinnikend een jongetje uit de buurt van repliek dienen. Nog geen twee tellen later gaat de poort open en ik zie mijn zoon van 13 de tuin binnenkomen, met op zijn rug de roze bloemetjestas van zijn zusje. Het duurt even voor het kwartje valt. Die donkere stem, dat was de stem van mijn zoon, die ik even niet had herkend. Het past in het plaatje. Hij groeit, mijn zoon. Zijn lengte schiet omhoog en zijn stem omlaag.
Hij had liefdevol, en uit eigenbelang, legt hij uit, want zijn telefoon zat erin, de tas van zijn zusje mee naar huis genomen, en het buurtjongetje had, terwijl hij zelf iets rozes aan zijn schoenen aan het bevestigen was, hem uitgelachen. De tijd dat hij zich dat soort dingen aantrok behoort tot het verleden. Hij geeft een opmerking terug, haalt zijn schouders op en gaat door met wat hij aan het doen was.

Mijn zoon is groot en klein tegelijk. Hij vindt het met zijn 13 jaar nog steeds leuk als zijn moeder een shirt voor hem naait. En dat hoeft geen standaardshirt te zijn. Deze keer werd het een luiaardshirt. Ik vond een lap stof, een schot in de roos. Het patroon dat ik graag voor zijn shirts gebruik bleek echter niet meer te voldoen. De grootste maat van dit jongensshirt gaat hem gewoon echt niet meer passen. Gelukkig bestond er ook een volwassen versie van dit patroon en dus heeft mijn zoon nu zijn eerste officiële mannenshirt. Dat is, in combinatie met die lage bromstem, toch echt een teken dat hij jochie-af is.

Gisteren kwam hij kijken bij zijn zusje, die koningsspelen had. Hij stond langs de kant en werd gevraagd mee te doen. Zo stond hij voetballen door gaten (oke, tegen de lat) te schieten tussen kinderen die 4 jaar jonger, maar toch, ondanks zijn herenmaat, nauwelijks kleiner waren dan hij. En zo maakte hij een prachtige net-niet-redding toen een motorisch zwak klasgenootje van zijn zus dat op eigen kracht nooit zou scoren op zijn doel schoot. Genieten als een jochie, inzicht en mededogen als een volwassene.
En zo at hij tussen de veel jongere kinderen met veel smaak zijn worstenbroodje, en reed hij even later bij tekort aan fietsouders als begeleider mee in de groep van zijn zusje, om te zorgen dat ze veilig de grote drukke autoweg over konden steken.

Stoot ik keihard (echt snoeihard) mijn scheen aan de klep van de afwasmachine, dan is mijn zoon degene die een icepack voor me haalt. Heb ik een gat in  mijn zelf gehaakte en zeer geliefde zijden sjaal, dan is hij degene die de volgende ochtend aan me vraagt of het me gelukt is om het te repareren. Valt zijn zusje, dan helpt hij haar overeind. Heeft zijn grote zus slecht gepland, dan helpt hij haar met het maken van een filmpje voor school.

Mijn schoondochter boft maar. Ze is nog niet in zicht, maar sjonge, je zou maar zo'n man treffen later....