"Oke jongens en meiden, jullie weten het nog van vorige week. Maak een kring, je hebt 2 minuten."
Onmiddellijk staat iedereen op en worden de tafels aan de kant geschoven. Die twee minuten hebben ze lang niet helemaal nodig. Tafels tegen de muren, instructietafel onder het bord en iedereen in de kring.
In een kring zie je elkaar. Kijkt niemand tegen achterhoofden aan en hoeft niemand zich om te draaien. Dat is fijn, maar ook spannend. In de kring doe je ertoe en kun je niet wegkruipen.
We praten over vertrouwen. Wanneer ben je te vertrouwen? Eerlijk en aardig zijn, dat helpt. Je aan afspraken houden, dat ook.
Wil je dat anderen jou zien als iemand die ze kunnen vertrouwen? Dat willen ze bijna allemaal wel. Of in ieder geval meestal. Lukt het ook altijd? Niet altijd. Want soms doe je in je boosheid iets waardoor vertrouwen verdwijnt. Dat kan gebeuren. Of je maakt een grapje dat niet goed valt. En soms lukt het niet om je aan afspraken te houden. "En", zegt Boekenwurm, die nooit iemand in de weg zit, "soms is het ook gewoon leuk om je niet aan afspraken te houden." Ja, dat herkennen veel kinderen wel. Lekker stout.
Dan zegt Banjer zacht en een beetje verlegen: "Ik weet dat de andere kinderen mij niet altijd vertrouwen. En ik weet ook dat hat komt door hoe ik doe." Het valt even stil in de kring. Iedereen kijkt naar Banjer. Het is waar, ze vertrouwen hem niet altijd. Ze vinden hem aardig, dat wel. En hij is grappig, en zorgzaam, en hij bedenkt leuke spelletjes, maar hij doet soms rare dingen. En je weet soms niet zo goed wat je aan hem hebt.
Het is een knap staaltje zelfreflectie. Wow Banjer, wat knap dat jij zo goed naar jezelf kunt kijken, en wat stoer dat je het durft te vertellen. In de kring wordt geknikt. Echt knap.
We doen een vertrouwensoefening. Ik leg uit hoe het gaat. Iemand gaat zo op de grond liggen, en andere kinderen mogen hem of haar optillen. Het kind dat wordt opgetild, mag zelf weten wie mag tillen. Kinderen die hij of zij vertrouwt.
Het eerste kind kijkt al zijn tillers om de beurt aan.
"Kan ik je vertrouwen?" "Ja."
"Kan ik je vertrouwen?" "Ehm... dat weet ik niet zeker."
Ik neem het heft in handen. "Dan mag je gaan zitten. Wat fijn dat jij zo eerlijk bent. Een andere keer lukt het vast." Hij knikt, een beetje opgelucht. Hij maakt graag grapjes, en niet altijd op het goede moment. En hij wil zijn vriend niet laten vallen. Dan liever kijken.
"Wie wil je graag bij je hoofd hebben?" Voor zijn hoofd vraagt hij zijn beste vriend. Iedereen voelt het, dit is een eretaak, een hoofd moet je echt niet laten vallen.
Als het tweede kind bijna opgetild wordt, het is Boekenwurm, die haar vriendinnen vraagt, maar ook kinderen met wie ze niet veel speelt maar die ze wel vertrouwt, vraagt Denkertje zachtjes aan me: "Mag ik zometeen iets tegen de klas zeggen?" Dat mag. Boekenwurm wordt opgetild en weer neergelegd. Ze vertelt dat ze zich veilig voelde, en fijn.
Denkertje neemt het woord. "Ik denk dat kinderen mij misschien niet vertrouwen, omdat ik soms grapjes maak"
"Ja, dat is bij mij ook." Groot-en-klein-tegelijk neemt het woord over. Niet op een overschreeuwende manier, maar zacht, bescheiden. "Ik denk dat kinderen mij misschien ook niet vertrouwen, omdat ik soms heel druk ben, en omdat ik soms snel boos word."
We zijn even stil van zoveel openheid. En dan praten we erover. Vol respect, zonder dat er met vingers gewezen wordt. Dan vraag ik: "Wie vertrouwt Denkertje en Groot-en-klein-tegelijk zo dat zij hem of haar mogen optillen, samen met nog wat anderen?" Er gaan veel vingers omhoog. Een van de vingers is van Banjer.Banjer en Groot-en-klein-tegelijk zijn geen vrienden, integendeel, en gaan elkaar op stevig advies van ons en ouders uit de weg. En hier zit Banjer, in de kring, en hij geeft aan dat Groot-en-klein tegelijk hem mag optillen. Ik kan een ander kiezen, er zijn veel meer vingers. Maar ik kies Banjer. En nu wordt het spannend, want ook Groot-en-klein tegelijk moet dit willen. Als hij nu nee zegt, komt zo'n kans voorlopig niet weer voorbij. Maar hij zegt ja.
Voor het eerst in lange tijd kijken ze elkaar aan zonder boze blik, zonder bravoure.
"Kan ik je vertrouwen?" "Ja."
Niet veel later zweeft Banjer een stukje boven de grond, gedragen door Denkertje, Groot-en-klein-tegelijk en een paar anderen. En daarna landt hij weer zacht op de grond.
"Hoe voelde dat Banjer?" "Leuk!" "En voelde je je veilig?" "Ja!"
Ook Groot-en-klein-tegelijk voelt zich fijn. Hij vond het spannend, maar hij heeft het gedaan. Hij was te vertrouwen en hij werd vertrouwd. Vrienden zullen ze niet worden, dat hoeft ook niet. Maar er is iets teruggewonnen vandaag.
Na dit prachtige moment is het tijd voor een mooie afsluiter. Wie durft mij op te tillen? Veel vingers gaan omhoog. Niet iedereen durft het aan, maar er zijn er genoeg die om me heen durven staan en me op willen tillen. Aan iedereen vraag ik "Kan ik je vertrouwen?" En dat kan ik. Ik vraag Groot-en-klein-tegelijk om mijn hoofd te dragen. Serieus neemt hij de taak op zich. En even later ben ik degene die een stukje boven de grond zweeft. Nou ja, zweeft, het wiebelt wat, en ze zijn blij als ze me weer neer kunnen leggen, maar ze hebben me niet laten vallen. En ik voelde me veilig in de handen van mijn groep.


