donderdag 14 april 2016

64 Keer alleluia en 3 keer een 10

Eigenlijk was ik niet van plan deze column, die ik gisteravond schreef als opdracht voor mijn cursus Blogs en columns schrijven, hier ook te plaatsen. Maar ik kreeg vandaag de beoordeling, en het is mijn eerste 10. Toch leuk. Het is overigens de derde 10 die ik voor het stuk Alleluia krijg. Als koor kregen we een 10 voor de uitvoering op het concours in 1988. En ik kreeg een 10 voor de muziektoets die ik niet maakte. Ik had mij ziek gemeld op school omdat ik mijn stem een beetje kwijt was de dag voor het concours en de dag zelf. Mijn muziekleraar was de broer van onze dirigente en ook hij was op het concours aanwezig met een koor. Hij vond het zingen een 10 waard en ik hoefde de toets niet in te halen. En nu dit....

Alleluia op m'n 15e


“Dag Yvonne, met Co Jongsma, je kent me misschien nog wel van de Kindercantorij.” Uhm… ja, natuurlijk kende ik haar nog. De dirigente van het kinderkoor waar ik een paar jaar had gezongen. Toen zij stopte en er een andere dirigent kwam, was de lol eraf. Ik hield het, net als steeds meer anderen, al snel voor gezien. Niet veel later waren er nog 5 leden over en werd het hele koortje opgedoekt.
En nu had ik, 15 jaar oud inmiddels, de dirigente van dat kinderkoor aan de telefoon. Ze vertelde me dat ze nog steeds de Jongerencantorij leidde, een koor waar ik als lid van de Kindercantorij alleen maar in stille adoratie naar kon opkijken en luisteren, en dat ze op zoek waren naar een alt. Ze herinnerde zich mijn lage stem, en vroeg of ik zin had om eens mee te komen repeteren. Hoewel ik bijna niet durfde, zei ik ja.
De eerste repetities wist ik niet wat me overkwam. We zongen 4-stemmig, 5, 6, 7 en 8-stemmig soms. Wat was dit mooi, om deel te zijn van wat me vroeger zo geweldig leek! Niet lang nadat ik begon, gingen we repeteren voor het regionale concours. Twee stukken zouden we zingen: Tristis est anima mea van Kuhnau was het verplichte stuk voor onze afdeling, en Alleluia, van de Amerikaanse componist Randall Thompson was ons vrije werk. De tekst was niet indrukwekkend: 64 keer alleluia zongen wij alten. De muziek maakte het stuk tot wat het was. Het begon zo zacht als ik nog nooit had gezongen. Langzaam, langzaam bouwde het op. Met iedere zin werd het volume hoger, de spanning groter. In golven ging de melodie op en neer, soms in warme harmonie, soms in doordringende dissonanten, van mild geruststellend tot opzwepend en onheilspellend, om aan het eind weer tot rust te komen in zachte, langzame laagte.
Op het concours zongen we zoals we nog nooit gezongen hadden. We hadden het hoogste aantal punten dat er ooit gegeven was, kregen niet alleen de afdelingsbeker, maar ook de wisselbeker voor het hele concours en lieten die niet door een afgevaardigde op het podium ophalen, zoals de andere koren dat deden, maar haalden hem juichend met zijn allen binnen, alsof we een voetbalelftal waren dat de wereldbeker had gewonnen.
28 Jaar na het telefoontje van Co zit ik nog op hetzelfde koor, dat allang geen Jongerencantorij meer heet, maar met ons is meegegroeid naar Cantorij. Af en toe zingen we Alleluia nog, en nog altijd laat ik me meeslepen en tot rust brengen. Nog altijd herken ik het beginakkoord, weet ik tussen al die alleluia’s waar het forte wordt en waar piano, en waar fortissimo of pianississimo.

Als ik het stuk nu voor het eerst zou zingen, zou ik niet eens weten of ik het echt mooi zou vinden. Het is wel erg Amerikaans, erg overdreven emotioneel geschreven. Maar het stuk is in mijn ziel gaan zitten, en daar gaat het niet meer weg. Als ik bejaard ben, en ik hoor het beginakkoord, dan weet ik nog steeds de fis eruit te pikken en mijn partij krakerig mee te zingen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Ik vind het leuk als je een reactie achterlaat!