zondag 20 januari 2019

Herrie in de stiltecoupe

Ik was in een opperbest humeur, genoot na van de koorrepetitie waarin we heerlijk hadden geworsteld met was nieuwe stukken. Het was heerlijk weer, de lucht was open en de zon zover gezakt dat alles in een zacht schijnsel baadde.


Ik stapte over op station Zwolle. Achter een ouder echtpaar aan stapte ik de roltrap af. Zij namen de ingang van de stiltecoupe, ik die een stukje verderop. Even later ontmoetten we elkaar weer. Ik kwam vanuit de kletscoupe hun kant oplopen. In de stiltecoupe waren nog twee stel stoelen vrij, we waren geen concurrenten die moesten gaan vechten om een plekje. Dat dacht ik tenminste.
Toen ik binnenkwam, stond zij bij de twee naast elkaar gelegen stoelen direct rechts van de deur, terwijl ze haar koffer snel op de stoel ervoor en aan de andere kant van het gangpad zette. "Hier!", zei ze, tegen haar niet zo snel schuifelende man. Ik dacht, ik weet niet wat mij bezielde, dat ik wel naast haar koffer mocht zitten. Ik schoof voor de stoel van de koffer langs en ging zitten. "Ja.... TE laat...." klonk het geërgerd uit de mond van de dame aan de andere kant van het gangpad. Zachtjes natuurlijk, het was immers een stiltecoupe, maar de achterliggende boodschap schalde langs mij heen naar haar man. "Het is ook altijd hetzelfde liedje.... waarom loop je dan ook nooit eens door...." Met bijna hoorbaar gefronste wenkbrauwen trok ze vinnig haar koffer van de stoel naast mij naar zich toe. De man schuifelde verder en bleef wat besluiteloos staan. Wat zou ze nu willen? Ik wist het ook niet zo goed en zei dat de stoel naast mij vrij was, daar kon zijn tas nog best staan, dan kon hij naast zijn vrouw gaan zitten.
Hij glimlachte me opgelucht toe en zette niet zijn tas, maar zichzelf op de stoel naast me.
Bijna een uur zaten we stil naast elkaar. Ik had mijn bezigheden en gedachten, en hij luisterde naar
iets op een soort middeleeuwse mp4-speler. In Zutphen stond hij voor mij op, zodat ik kon uitstappen.
Begeleid door een vriendelijke knik (van hem) en een vernietigende blik (van haar) stapte ik uit.
Vanaf het perron keek ik de coupe nog even in. Op mijn vertrek na was er niets veranderd. De man zat nog op de stoel naast die waar ik zojuist nog zat met zijn koptelefoon, de vrouw schuin daarachter met haar koffer.
Het was een stiltecoupe, maar zelfs buiten kon ik de geluidloze herrie horen....

maandag 10 december 2018

Koeien staan niet rechtop.... vallende kwartjes tijdens de rekenles

Ze bestaan  niet meer, kwartjes, maar ze vallen nog steeds. 

Vallende kwartjes zijn een belangrijk onderdeel van mijn werk en ik ben er gek op. Ik kan enorm genieten van het licht dat doorbreekt op het gezicht van een kind als er een kwartje valt. De reactie van : "Hë?.... wat?.....Ja maar...…  Oooooooooo!" is goud waard. 
Opeens snapt een kind dat delen het omgekeerde is van vermenigvuldigen, dat de tafels kennen echt uitmaakt, kan het niet alleen 45 bij 28 optellen, maar ook 547.824 bij 398.436, omdat het kwartje van onder elkaar optellen is gevallen. Opeens weet het hoe het over de kast kan springen, hoe je een persoonsvorm vindt of dat je kunt lezen zonder eerst te hakken en te plakken. Goud is het. 

Soms heb je niet eens door dat er een kwartje moest vallen. Zoals bij die jongen, jaaaaren geleden, toen ik nog voor de klas stond, die ongeveer in maart groep 3 zei: "Juf! Ik heb gemerkt.... als ik oplet, dan lukt het wél!" Ach jongen toch, als ik wist dat dit kwartje dwarszat, dan had ik je dat in september verteld, dat had ons beiden een hoop ellende bespaard....

Vandaag was ik getuige van een onverwacht vallend kwartje. 
We waren aan het rekenen, twee meisjes en een jongen uit groep 6, en ik. Een gezellig groepje, dat soms niet zo goed is in het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Dat wil zeggen, zij vinden rekenen meestal bijzaak, terwijl ik het hoofdzaak vind. We komen er wel uit, zij zijn best bereid zich in te zetten voor bijzaken als ik af en toe een stukje met hun hoofdzaken meega. 

Na de eerste bladzijde, waarvan de kwartjes al lang gevallen waren, kwamen we een van puntje-naar puntje-tekening tegen, met sprongen van 50. Ze hebben de essentie snel door (Gevallen kwartje: hij lijkt op de tafel van 5!) en de jongen roept al van te voren: Ik weet het al, het wordt een koe! 

Het werd geen koe. Het werd een paddenstoel. Met koeienvlekken, dat wel. Ik snapte wel dat hij er een koe in had gezien, de onderste vlek leek immers op een uier. Maar de jongen zei: "Ik weet niet wat een uier is." Oke, hier moest ik wel even ingrijpen. De rekenles werd even onderbroken door biologie. De meiden wisten wel wat meer: "Daar kun je aan trekken, en dan komt er melk uit."  "Oooooooo..…." (kwartje gevallen) "ik dacht dat dat de piemel was....." (kwartje had echt op de verkeerde plek gelegen)

De meiden bleven, net als ik, serieus. "Nee, een koe is een meisje, die heeft geen piemel. En een koe geeft melk, een stier niet." "Trouwens, koeien staan in de wei, en een stier meestal niet, die kan uitbreken en dat is gevaarlijk." "Maar ik ben wel eens stieren in het bos tegen gekomen, die stonden gewoon op het pad" "Dat waren dan waarschijnlijk koeien." "Maar ze hadden wel van die dingen op hun kop..." "Ja maar..."
Afijn, tot zover de hoofdzaken, we moesten weer verder met rekenen.

180 + … = 200
165 + … = 200

340 + … = 400

"OOOOO! Nou weet ik het!!!! Een baby drinkt uit de borst bij de moeder, en dat is bij de koe de... dinges! Alleen staan koeien niet rechtop... dus DAAROM zit dat bij een koe aan de onderkant!"

En weer is er een kwartje gevallen tijdens de rekenles....



woensdag 14 november 2018

Als we het poeziealbum nou weer eens zouden invoeren...

"Aan kant!"
We hadden heus wel langs elkaar heen gekund, in de gang van de school. Hij had alleen vlak voor hij bij me was een stap opzij gedaan en botste tegen me aan. Hij keek om en wees me streng mijn plaats, ik moest aan de kant gaan. Gedist door een peuter.

Zijn moeder, die achter hem liep, en ik schoten in de lach: Zag je dat? En zij wees hem terecht: "He joh, grote mensen hebben voorrang!"
Een paar dagen daarvoor stond dit mannetje met zijn twee grote broers en nog wat anderen een Sint Maartenliedje te zingen bij ons voor de deur. Blij rende hij weg met zijn snoepje.  Zijn broers waren minder snel weg en zeiden "Dank je wel" toen ze wat lekkers hadden gekregen. Volgend jaar zegt hij het ook, en anders wel het jaar daarop.

Vaak sta ik 's ochtends op school in de gang. Ik begroet, soms alleen, soms samen, de kinderen en ouders die binnenkomen. Veel kinderen groeten vriendelijk terug, de meeste ouders ook. Sommige kijken me verlegen glimlachend aan. Dat beschouw ik ook als goedemorgen. Er zijn ook kinderen die even een mmmhoi mompelen. Reken ik ook goed. Een enkeling komt enthousiast op me af: "Ik heb een nieuwe tas!" "Mijn moeder is vandaag jarig!", of zegt al voor ik de kans krijg vrolijk "goedemorgen!" En eentje geeft me graag een hand. Toch zijn er ook, en best veel eigenlijk, die niks zeggen. Niet als antwoord, niet met de ogen, niet gemompeld, en al helemaal niet uit zichzelf.

Vorige week fietste ik met mijn jongste dochter door een smalle straat. Een automobilist wachtte even en liet ons er langs. Ik stak mijn hand op om hem te bedanken en met mijn dochter had ik een gesprek over aardig zijn. Dat het fijn is dat die automobilist ons de ruimte gaf, en dat het netjes is om te bedanken. Dat het uit kan maken voor iemands gevoel over de dag, over de wereld, als er iemand was die vriendelijk was.
Gisteren liep ik met dezelfde dochter op het plein bij de supermarkt. Ze zou met haar fiets vlak voor een oudere vrouw langs lopen. Ik zei: "Wacht maar even, laat die mevrouw even eerst" De mevrouw liep door, keek misprijzend naar mijn dochter. Ik zei zachtjes: "Ik denk dat die mevrouw dank je wel bedoelde..." Mijn dochter giechelde. Soms geven volwassenen gewoon het slechte voorbeeld.

Zo heb ik me van de week verbaasd over de reacties op de duw die Max Verstappen gaf aan Ocon. Natuurlijk was hij kwaad, en terecht. Maar die duw... En hoe kan het dat er zo veel mensen zijn die het belachelijk vinden dat hij daarvoor straf krijgt? Hoe kan het, dat meer dan de helft van de reacties die ik op een nieuwsbericht zag ongeveer de inhoud hadden van "Een duwtje, meer was het niet!" en "Hij hield zich keurig in" .

We doen zo ons best op school, om kinderen te leren dat het normaal is om goedemorgen te zeggen, en dat je conflicten oplost met woorden, en het liefst met fatsoenlijke. Het helpt niet als een sportheld dan gaat lopen duwen, en al helemaal niet als volwassenen dat normaal vinden.

Misschien moeten we de herinvoering van het poeziealbum overwegen. Dat onze kinderen leren dat het goed is om met heel veel aandacht iets voor elkaar te maken. op rechte lijntjes die je straks weer uitgumt op je allernetst schrijven, liefst zonder spelfouten. En dan een versje dat je er weer even aan herinnert hoe belangrijk we zijn voor elkaar. Over aardig zijn, vriendschap, elkaar niet vergeten, er zijn voor elkaar. En dan 't liefst met zoete, schattige poezieplaatjes erbij. Met reliëf en glitters.


Aan het begin van mijn juffencarrière kwam ik ze nog wel tegen, poeziealbums. En altijd schreef ik er het versje in dat mijn oom voor mij schreef:


Al ben je klein, 
je kunt iets zijn.
Je hebt iets weg te geven.

Een lach, een knik,
een lieve blik, 
doen veel in ieders leven.




En dan met zoete plaatjes. Met reliëf. En glitters.