woensdag 24 november 2021

Niet te moeilijk

Jongens, we hebben een probleempje. De kleuters kijken me vragend aan. Probleempje? Geen idee. Kijk de kring eens rond, dan zie je het misschien wel. "Er zitten gaten in de kring!" Ja, dat klopt wel, er zitten gaten in de kring, maar dat vind ik niet zo'n probleem vandaag. Niet alle kinderen zijn op school, dan krijg je dat. Kijk maar eens naar alle voeten. 

"Ze zijn vies!"  Valt wel mee.
"Ze zijn heel mooi!"  Ja, da's waar, maar dat vind ik geen probleem.

Mijn kleuters zijn druk vandaag. Meer herrie, meer ruzietjes, meer huilbuien. Ik snap het en ik probeer een combinatie van lief en toch best een beetje streng.  Ik zeg wat vaker "Stop!" Ik leg de boel wat vaker stil, Het werkt best goed en we rollen de dag aardig door. 

Deze tijd van het jaar doet iets met kleuters. Het is een tijd van vrolijk uitkijken naar cadeautjes, blij vertellen wat je in schoen hebt gekregen, van liedjes zingen, Sinterklazen vouwen, pepernoten bakken, maar ook van spanning of de pakjeskamer op de stoomboot wel open gaat, van veel te lang wachten op alles en misschien hier en daar nog van 'ben ik wel lief genoeg geweest?'.

Tijdens het buitenspelen komt vrolijk mannetje van net 4 naar me toe. Of 'ie naar de wc mag. Tuurlijk knul, ga maar gauw. Niet veel later staat hij weer bij me met een betraand gezicht. Te laat. Geeft niks joh, kan gebeuren. Heb je schone kleren in je tas zitten? Dat heeft 'ie niet, maar een school met rond de 90 kleuters is op veel voorbereid en we hebben een mooie voorraad aan reservekleding in het magazijn liggen. 

Ik pak een onderbroek en een broek en loop terug naar vrolijk mannetje, iets minder vrolijk nu, maar zijn tranen zijn alweer weg. Hij krijgt zijn natte spullen niet uit. Geen wonder, het lijkt wel alsof hij met kleren en al in de sloot is gesprongen. Niet te geloven dat er zoveel nattigheid uit zo'n klein mannetje kan komen! Broek doorweekt, sokken soppend, en schoenen als volgezogen sponsjes. 

Ik werp een snelle blik naar buiten, waar voorlopig in vrede gespeeld wordt. Snel loop ik terug naar het magazijn en grijp in de bak met onderbroeken, waar vast ook wel sokken in zitten. Geen sokken. En ook niet bij de meisjesonderbroeken, en ook in de bakken met bovenkleding is geen enkel paar sokken te vinden. Geen heel paar, geen paar met gaten, geen twee eenzame sokken die te combineren zijn, niks. We hebben een serieus sokkentekort.  Wat nu? Naar buiten kan niet op blote voeten in natte schoenen, het is nog geen 10 graden. Dan maar met zijn allen naar binnen. En daar zitten we nu. De kinderen kijken de kring rond en zoeken naar wat ik nou zo problematisch vind. Niet de gaten in de kring, niet dat onze voeten vies zijn, en ook niet dat onze schoenen zo mooi zijn.  Ik besluit een handje te helpen. 

"Kijk eens bij vrolijk mannetje..." En ja hoor, dan is er toch een opmerkzame kleuter die mijn probleem ziet: "Zijn schoenen zijn weg!" 

Ja, vrolijk mannetje zijn schoenen zijn weg, (niet echt weg hoor, ze staan daar) en hij heeft ook geen sokken, want die zijn kleddernat. Heeft iemand misschien sokken in zijn tas? Niemand heeft sokken. Jammer. 

Er zit niets anders op. Ik bel de moeder van vrolijk mannetje, stel haar gerust, niks ergs aan de hand, maar hij heeft koude voeten. Ongelukje, kan gebeuren, zeker voor een net startende kleuter en al helemaal in deze spannende tijd. Een poosje later staat oma voor de deur. Met droge sokken en droge schoenen. Gelukkig, nu kan vrolijk mannetje toch straks mee naar buiten. 

De dag verloopt verder min of meer normaal. Ik vertel een paar meisjes dat ze NIET met alle stukjes van de grote zwembadpuzzel door de klas mogen gooien en dat ze ze nu heel snel moeten gaan opzoeken. Ik haal een ventje uit de doos met puzzelkubusjes, waar hij niet uit rottigheid in ligt, maar gewoon omdat hij iets wilde pakken aan de andere kant, terwijl zijn voeten nog aan deze kant lagen. En toen raakte hij even afgeleid. Ik deel stukjes meloen uit, die door vrijwel alle kinderen met grote gretigheid worden aangenomen en verorberd en samen met de kinderen voer ik de meloenpitten aan de vogeltjes in de tuin.

Aan het eind van de dag zitten we nog even in de kring en lees ik een boek voor, maar de koek is een beetje op. Daar zit iemand achterstevoren, twee kinderen doen steen, schaar, papier en "He, eigenwijsmeisje, kom eens heel snel onder mijn bureau vandaan en ga op je stoel zitten! Met grote ogen kijkt ze me aan :"Waarom?" Het is geen brutaliteit, gewoon eerlijke belangstelling, dat straalt er aan alle kanten vanaf. Mijn gezicht in de plooi houdend weet ik niet anders te antwoorden dan de aloude dooddoener: "Omdat ik dat zeg!" 

Even is het stil. Dan kijkt ze me aan, oprecht verbaasd over zoveel moeilijkdoenerij:

"Maar... Waarom ZEG je dat dan? "

Kachung! Daar schiet de plooi uit mijn gezicht.. Proest! Ja, waarom wil ik eigenlijk op dit uur van de dag, iedereen moe, inclusief ikzelf, nog met alle geweld dat boek lezen? Omdat dat nou eenmaal op het programma stond en ik er nog niet aan toegekomen was? Waarom moeten ze nu nog op hun stoel zitten luisteren? We proberen het nog even met de kleuters gezellig op de grond voor me. Maar ook dat wordt 'm niet en ik had het kunnen weten.

Dat boek, dat is niet uitgelezen. We hebben gewoon lekker nog even gespeeld en getekend. Want in sommige tijden moet je gewoon niet te moeilijk doen. 

woensdag 10 november 2021

Achter het huisje

"Donker guitje en blond pretoogje, kom eens bij me!" Twee mannekes komen naar me toe, de een op de fiets, de ander ernaast hobbelend, afwachtend kijken ze me aan. Ze voelen aan hun water dat er misschien wel een probleempje is. Goed water hebben ze.

"Ik hoorde een beetje een vreemd verhaal, weten jullie welk verhaal dat is?" Vier ogen, spreken zonder woorden "Huh? Verhaal? Geen idee!" "Nouhou... ik hoorde dat er iets is gebeurd zonet, achter het huisje. Wat is er gebeurd?"

"Ehm... nou... wij..." 
"Dat ben ik eigenlijk een beetje vergeten..."
"O ja, ik ben het ook vergeten!"

Ik heb te maken met twee politici in de dop. Geen actieve herinneringen, da's duidelijk. Toevallig weet ik dat soms even nadenken kan helpen.
"Nou, dan moeten jullie maar even op het bankje gaan nadenken tot je het weer weet." Een oude juffentruc, succes bijna verzekerd. 

Blond pretoogje maakt aanstalten om naar het bankje te sjokken. Maar, o wonder, vanaf de fiets klinkt de stem van donker guitje: "Oooo....  ik weet het alweer!" Snel staat zijn partner in crime weer naast hem. "O ja, ik weet het ook weer!"

En daar komt het verhaal, dat ze serieus en zonder ook maar enig gegiebel vertellen. 
Om een lang verhaal kort te maken: Ze hadden achter het huisje geplast. En ze zullen het nooooooit meer doen, vertellen ze met 4 serieuze ogen. Want eigenlijk is het wel heel vies, dat snappen ze wel, want kinderen spelen ook achter het huisje. En het is ook niet zo netjes. En we hebben binnen gewoon genoeg wc's, dus het was eigenlijk ook niet zo nodig. 
Nee, nooooooooit meer, bevestigen ze nog een keer.

Ik hoop op een verfrissend buitje vannacht....


woensdag 13 oktober 2021

Droge broodjes met warme kaas

"Juf? Wat is dat?"  Hij wijst naar de dagritmekaarten. He, ja, nu ziet de rest het ook: er hangt een vraagteken bij het bordje van de kring. 

"Ah, dat zal ik jullie vertellen. Dit is een vraagteken. En dit vraagteken betekent dat er straks een verrassing komt, als we in de kring gaan."

"Ik weet wat het is, ik weet het al!" De grootste bonk enthousiasme van de klas stuitert op en neer op zijn stoel, met zijn vinger omhoog en zijn ogen nog groter dan normaal."  Natuurlijk weet hij het al, het gaat immers een beetje over hem. Of eigenlijk, over zijn oma. Want straks, als na het buitenspelen weer in de kring zitten, dan komt de oma van bonk enthousiasme bij ons in de klas vertellen over haar werk. En oma werkt bij de politie, dus dat is echt heel stoer, al vinden sommige kinderen het toch ook wel een beetje spannend.

Maar als zo tegen het eind van de ochtend een vrolijke mevrouw door haar kleinzoon de klas binnen wordt geleid, zijn de meeste bedenkingen op slag verdwenen. Deze oma is niet eng of spannend. Ze is aardig en lijkt eigenlijk best wel op een gewone mevrouw. Maar dan met een politiepak aan. Een uniform heet dat. Dat woord hadden we al geleerd, maar dat was zo'n moeilijk woord dat ongeveer 2 kinderen het hadden onthouden. Een o ja-woord. Nog 7 keer herhalen in betekenisvolle context en de rest kent het ook. 

Politieoma krijgt een plekje naast haar kleinzoon in de kring. De concurrentie, een ongeveer net zo'n enthousiast bonkje met een nog niet zo ver ontwikkeld vermogen zijn impulsen te beheersen, mag zijn stoel oppakken en naast mij komen zitten. "Waarom?", vraagt hij nog, maar hij doet 't gedwee en vindt 't ook eigenlijk wel fijn. Af en toe een hand op zijn knie helpt hem herinneren aan het opsteken van zijn vinger. 

Eerst loopt politieoma een rondje langs de kinderen. Wat zien we allemaal aan het uniform? Strepen, die hebben polities altijd. En een telefoon... 

"Wie weet hoe deze telefoon heet bij de politie?"
"Want dan kan je andere polities bellen als er een boef is!"
"Ja, dat klopt, maar hoe heet deze telefoon? " 
"Een holkie tolkie!"
"Inderdaad, een walkie talkie. En bij de politie noemen we het een portofoon. En dan kan ik inderdaad naar de meldkamer bellen. Dat is een hele grote kamer waar veel politiemensen zitten en die kunnen zorgen dat ik hulp krijg als dat nodig is"

Een politieagent heeft ook een pistool. Maar die heeft ze maar niet meegenomen. Een pistool is een wapen en een wapen is gevaarlijk, en hoort niet bij kleuters in de klas. We kunnen wel zien waar het pistool hoort te zitten. In een soort heel stevig tasje, voel maar hoe stevig. En dat kun je met een speciaal knopje open krijgen, dan kan niet zomaar iemand hem afpakken. 

"Wie weet wat een politie allemaal doet?"

"Boeven vangen!" Mijn kleuters weten het zeker. Boeven vangen is core business. En bekeuringen uitdelen en dieven pakken. En schieten met het pistool, dat ook. Dan kan de oma van bonk enthousiasme best vertellen dat polities bijna nooit schieten en dat ze in haar 40-jarige loopbaan maar een keer echt heeft geschoten, en dan nog in de lucht, dat maakt de gemiddelde kleuter niet uit. Wat een hamer is voor een timmerman is een pistool voor een politieagent: dagelijks gereedschap.

"Zeg, maar, ik hoor jullie allemaal gevaarlijke dingen vertellen over de politie. Doet de politie ook LEUKE dingen?" Een stuk of wat vingers schieten omhoog. 

"Blonde kwebbel, wat weet jij ervan?" 
"Een politie gaat achter boeven aan en dan pakt 'ie z'n pistool en dan kan 'ie de boef doodschieten."
Ehm... ja... dat kan,... maar dat doen ze dus bijna nooit. De politie houdt niet zo van schieten. Mensen helpen, dat doen ze ook. Politieoma en ik sturen het gesprek samen voorzichtig een beetje de andere kant op. Weg van het pistool, wat meer de maatschappelijke kant op. De weg wijzen, als er een kind kwijt is helpen zoeken, dat soort dingen. En een politiehond kan daarbij helpen, maar lang niet alle polities hebben een hond. 

"Als de politie een boef vangt, dan gaat 'ie in de gevangenis!"
"Nee, in een CEL"

"Als de boef in de cel zit, en de politie gaat slapen, kan de boef dan niet ontsnappen? "
"Goeie vraag! Er zijn altijd polities wakker. Als de ene politieagent naar huis gaat om te slapen, dan blijven er andere politieagenten wakker op het politiebureau."
"En dan eten ze alleen maar droge broodjes"
"De polities?"
"Nee, de boeven!"
"Ja, en warme kaas!" (concurrent bonk enthousiasme trekt zijn smerigste gezicht erbij, maar wel met enig genoegen. Eigen schuld, hadden ze maar geen boef moeten worden.") 

De tijd vliegt voorbij. Voor politieoma weer weggaat, laat ze nog zien wat ze voor ons heeft meegenomen. In een grote doos zitten stickers, zaklampen en andere schatten. Die krijgen we straks mee als we naar huis gaan. En van ons krijgt ze, uit handen van haar enthousiaste kleinzoon, een prachtige kleurplaat van een politieagent. De kleurplaat wordt opgehangen op het politiebureau, dat belooft ze. 

Politieoma krijgt applaus en wordt vrolijk uitgezwaaid. 

En dan is het voor ons tijd voor de lunch: Verse broodjes met koude kaas. Of hagelslag.