donderdag 12 september 2024

Op het puntje van mijn tong

Er zijn van die dagen die vanzelf lijken te gaan. Dagen waarop alles klopt en alles stroomt.

Vandaag is zo'n dag. De kinderen komen binnen en gaan gewoon meteen zitten in de kring, al dan niet met een boekje op schoot. En als ik zeg dat het tijd is om de boeken weer op te ruimen, dan zijn ze ook in mum van tijd weer weg.

De letter van de week is de v. De v van vis en vlinder en voet en vuur.... We zitten in de kring en we bedenken nog meer woorden met de v. Vlieg, vlag, vogel....

"Ik weet er nog eentje juf! Juf Yvvvvonne!" Hij heeft gelijk, ik heb een v, knap!

Floep, daar gaat energiebommetje, van zijn stoel, de kring uit, de leeshoek in. 

Het ligt op het puntje van mijn tong: "Energiebommetje, ga zitten!"

Maar ik slik het in. Laat maar even gaan. En  niet veel later staat hij enthousiast voor mijn neus, net als ik mijn v-activiteit wil stoppen. "Juf! Ik heb een V gevonden!" We bekijken de voorkant van het boek: de vriendjesbank.  

Wat een geluk dat ik hem heb laten gaan! "Kijk eens jongens, wat Energiebommetje heeft gevonden!"  Ik lees heet prentenboek met de v helemaal voor., met een stralend Energiebommetje, keurig op zijn stoel. 

Het spelen en werken verloopt probleemloos. Iedereen is heerlijk bezig, samen of alleen, zonder ruzie, zonder herrie. Ik observeer en geniet. Geleerd van een wijze oude kleuterjuf: Je moet soms gewoon tijd nemen om te zitten en te kijken naar je kinderen.

"We gaan snel alles opruimen en dan kom je met je stoel in de kring!" Ook het opruimen gaat sneller dan anders, en al snel staan de eerste stoeltjes klaar. Maar niet in de kring, zoals ik had gezegd. Het begon met twee stoelen achter elkaar, iemand zette zijn stoel erachter, nog iemand, en al snel stond er een heel rijtje.

Het ligt op het puntje van mijn tong: "Jongens, in de kring had ik gezegd, kom op!

Maar ik slik het in. Ik zing: "Een treintje ging uit rijden, van Amsterdam naar Rotterdam" En niet veel later zit de hele klas achter elkaar te zwaaien, te klappen en te wapperen met de handen, van Zie, Za, Zo!" 

Als ik het genoeg vind, leg ik mijn vinger op mijn lippen, en ze kijken me verwachtingsvol aan. Zacht zeg ik: Zet snel je stoel in de kring, dan kijk ik wie zijn tas kan pakken." En hop daar gaan ze. Hoeveel tijd heeft het gekost? Twee minuten, drie misschien. En we kennen nog een nieuw liedje ook.

De dag kabbelt gemoedelijk voort. Met een gymles op het plein en wat langer blijven buitenspelen, want het is zo gezellig met groep 3, waarvan een deel vorig jaar nog bij ons in de klas zat. Met open armen ontvangen ze elkaar en mij, want we missen elkaar best een beetje. Ellobellomeisje, die toch al ruim een jaar niet meer mijn kleuter is en groep 3 nog een keertje doet, omhelst me en verzucht: "Ik heb jóú het állerliefste gemist!"

In de klas kleien en schrijven we de 2. Eerst rond, dan schuin naar beneden, STOP! Een puntje en opzij. Als je het puntje vergeet, wordt het geen 2, maar een omgekeerde s. Best moeilijk, maar we kunnen het en we zijn trots. 


Je krijgt er wel honger van, van al dat werken. We eten de eerste 10 minuten stil, de timetimer aan, we bemoeien ons even alleen met ons eten. Ik heb een salade bij me met een zakje saus. Voorzichtig knip ik het open en knijp ik in het zakje. Met een boogje dat me doet denken aan "juf, mag ik plassen?" spuit het rode goedje over mijn eten. Mijn volwassen hoofd registreert en negeert het. Maar naast me hoor ik een ingehouden giechel. Het zal toch niet... Energiebommetje mist niks. Ook geen straaltjes saus die ergens anders op lijken. Hij kijkt me aan, zijn gezicht bijna in de plooi. En dan schieten we samen onbedaarlijk in de lach, tranen over onze wangen, een heerlijk
samenlolmomentje waar de rest helemaal niets van snapt. 

Even later zet ik een filmpje op, Brum. Het is nog net zo'n succes als bij mijn kinderen. Sommige dingen worden niet ouderwets. Energiebommetje pakt zijn stoel en zet hem vlak voor het digibord.

Het ligt op het puntje van mijn tong: "Energiebommetje, zet je stoel eens wat verder naar achteren."

Maar ik slik het in. Ik laat hem zitten, af en toe opstaan, en weer zitten, en volledig opgaan in het spannende verhaal, de kleine dappere auto aanmoedigend: "Kom op Brum!" 

Ik denk aan de wijze oude kleuterjuf: zitten en kijken. 

En ik neem mij voor wat vaker in te slikken wat er op het puntje van mijn tong ligt. 

vrijdag 6 september 2024

Onder de tafel

 "Ah... nu snap ik het.... Jij wilde op je moeder lijken...". Ik kijk naar de met tatoeages bedekte armen van de dame die haar dochter komt ophalen van school.

Er was iets misgegaan in de klas, En nu loop ik toch maar even samen met Maarikwildatmeisje naar haar moeder. Gelukkig kent die haar kind wel een beetje en na de eerste schrik schiet ze in de lach.

Het was net die ene dag van de week dat het regende. We hadden nog wel buiten kunnen gymmen, dat was fijn, maar gedurende de gymles ging het wel steeds harder regenen. Met natte koppies kwamen we weer op school, die van Energiebommetje het allernatst. Hij had bij de schuurtjes op het plein een waterstraaltje ontdekt dat van het schuine dak naar beneden stroomde. Onweerstaanbaar.

De rest van de dag was een binnendag. We speelden binnen, zaten in de kring, zongen, speelden weer binnen, en nog langer binnen. Op zo'n dag mis ik toch het buiten zijn, en de kinderen ook. Ze worden wat drukker, luisteren wat slechter, moeten toch op de een of andere manier hun energie kwijt. 

En zo vond ik Maarikwildatmeisje onder de tafel in de taalhoek, met een grote lach op haar gezicht. De taalhoek met houten letters, met woorden om na te schrijven, met stempels... en dus ook met stempelkussens, een rode en een zwarte. En die zwarte was met Maarikwildatmeisje onder de tafel beland. 



Het had veel erger gekund. Haar kleren hadden er helemaal onder kunnen zitten, haar gezicht, de stoelen en tafels, de vloerbedekking, andere kinderen... Dus eigenlijk viel het nog best een beetje mee.

Maar toch loop ik maar even met haar mee naar haar moeder, om te vertellen dat we al flink hebben gepoetst, en dat dit het resultaat is. Misschien moeten ze maar even naar het zwembad.

woensdag 28 augustus 2024

Helemaal zelf

Tuurlijk, de vakantie had best nog een poosje mogen duren. Een wekkerloos leven is heerlijk, en 6 uur is best vroeg. Maar als ik dan om kwart voor 7 door het buitengebied fiets, omringd door ochtendnevel en opkomende zon, dan is dat vroege uur helemaal niet zo erg meer.


En als ik mijn kleuters zie binnendruppelen, glunderend en op hun gemak, dan weet ik weer hoe heerlijk mijn werk is. 
We beginnen deze week met een inloop. Niet in de kring, maar gewoon lekker spelen met waar je zin in hebt. Er moet nog niks, geen weektaak, geen verplichte werkjes, je pakt wat je leuk lijkt. 

We zijn verhuisd van lokaal, en we hebben nu het mooiste en fijnste kleuterlokaal, bofferds zijn we. We hebben de huishoek, een deur naar de wc in onze klas, maar aan een kant buren en het koffiezetapparaat met kletsende juffen en meesters is een stukje verder weg. En het lijkt ook wel een beetje groter. Maar dat kan ook komen doordat groep 2 van vorig jaar nu groep 3 is, en we beginnen met 18 kinderen.

Ze zijn groot geworden. Blond Bonkie was het hele afgelopen jaar een uit de kluiten gewassen peuter, maar nu hij 5 is, is hij groot. Nog wel uit de kluiten gewassen, maar op en top kleuter, niks peuterigs meer aan.
Energiebommetje is nog steeds een energiebommetje, maar lijkt een iets makkelijker te geleiden projectiel, Opwindpoppetje heeft een zelfopladend motortje gekregen en Maarikwilditmeisje.... nou ja, Maarikwilditmeisje wil nog steeds precies wat ze wil en niet iets anders.



Blond Bonkie en Maarikwilditmeisje spelen een spelletje. Wie het eerste twee dezelfde plaatjes op de kaartjes ziet, mag het kaartje van het stapeltje houden. Ik sta er van een afstandje naar te kijken. Ze zitten rustig tegenover elkaar aan de tafel, ondenkbaar vorig jaar, en hebben lol. Totdat Blond Bonkie net iets sneller is en het kaartje van het stapeltje pakt. 
"NEEEEEEEEE! IK WIL DIEIEIEIE!" Driftig rukt Maarikwildatmeisje het kaartje uit de handen van
Blond Bonkie, en zijn eigen kaartje ook. Blond Bonkie bekijkt het beteuterd en ik besluit dat het tijd is om in te grijpen.
"Ho, stop, wie spelletjes speelt, kan ook verliezen, en als je in groep 2 zit ben je groot, dus dan ga je niet zo hard schreeuwen." "MAAR IK WIL DAT NIEIEIEIEIET!" luttele seconden later vliegen de kaartjes door de klas. En nog een paar tellen verder zit Maarikwildatmeisje niet meer bij de tafel, maar op het krukje bij de deur. Als je klaar bent met schreeuwen mag je weer binnenkomen, en dan ga je eerst de kaartjes opruimen.
Als Maarikwilditmeisje klaar is met schreeuwen, maar nog niet klaar genoeg om binnen te komen, vraag ik hoe dat thuis gaat, als ze spelletjes speelt.

"Daar gebeurt dat nooit!", zegt ze nasnikkend. "Thuis win ik altijd." 
Helaas, hier kan dat niet, soms win je en soms verlies je. En hoewel ze het niet met deze theorie eens is, besluit ze dat het toch wel een goed moment is om weer binnen te komen.

De dag verloopt verder heerlijk rustig en gezellig, de vorig jaar nog kleintjes voelen zich groot en mijn twee nieuwe nogmaarnetkleuters draaien mee of ze hier al tijden rondlopen.

Handenbindertje is ook gegroeid. Hij blijft nog steeds graag in mijn buurt, heel gezellig, en af en toe komt hij even kletsen, maar hij zit niet meer zo aan me vastgeplakt. En als hij 's middags zijn kalenderplaat voor als hij jarig is moet afmaken, eerst je hoofd, dan je naam en je verjaardag en dan je hoed op een groot papier plakken, dan kan hij dat al helemaal zelf.

Ik weet het zeker: dit wordt een leuk jaar.